i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Oirschot
Periode: 1873 - 1874
Tags:

Overvallen op boterboerinnetjes

vertelde op 17 mei 2016 om 12:54 uur

Een reconstructie van feiten, gebaseerd op artikelen uit diverse historische kranten, register van de strafgevangenis van ‘s-Hertogenbosch 1873-1874 en het vonnis van het Provinciaal Gerechtshof van Noord-Brabant, gedateerd 11 juni 1873.

Boterboerinnen in Veghel, c. 1917 (collectie BHIC)In de januari 1873 werden verschillende boerinnen, die boter hadden verkocht op de zogenaamde botermijn van Oirschot, op de terugweg naar huis overvallen door een struikrover. De wegen van Oirschot naar Udenhout, Berkel, Oisterwijk en Middelbeers werden onveilig terrein voor deze argeloze voorbijgangsters. Een kort, dik mannetje met een donker gemaakt gezicht en een slaapmuts op sprong onverwachts tevoorschijn, greep dan zijn slachtoffer bij de keel en schreeuwde: “geld of de dood”, met in zijn hand een groot mes. Sommige boerinnen wisten te ontkomen door hard te schreeuwen, waarna mensen uit herberg De reizende man hun te hulp schoten. Anderen raakten in worsteling met de overvaller, terwijl deze hun rokken greep, hen hun geld afpakte en verdween, of waren zo bang, dat ze uit zichzelf hun geld, van een hele rijksdaalder tot zes guldens, afstonden aan de overvaller.

Een wachtmeester van de marechaussee Oirschot vergeleek met de onbezoldigd rijksveldwachter de opgegeven signalementen, en ging tenslotte tot aanhouding van een verdachte over. Deze verdachte was… Francijn van Breda, wonende in het gehucht Spoordonk bij Oirschot. Een jonge vrouw, pasgetrouwd, moeder van een dochtertje. Ze was een maand eerder ook al in aanraking met justitie gekomen, vanwege een woninginbraak. In de wieg van haar kindje werden mannenkleren gevonden die overeen kwamen met de kleren die de slachtoffers beschreven hadden. Ook een slaapmuts, die aan de binnenkant besmet was met zwart. Was dit de beruchte struikrover? Francijn ontkende in alle toonaarden, en zei tegen de wachtmeester: “Gij hebt mij er vroeger met een zacht lijntje aangekregen, thans zult gij het zoo gemakkelijk niet meer doen”.

Huwelijksakte van Francijna van Breda en Antonij van Heeswijk, 1871. Klik voor een vergrotingFrancijn werd door de marechaussee gedwongen de mannenkleding aan te trekken; een wijde polderbroek, dito bruinen buis en een blauw katoenen slaapmuts. Bovendien moest zij haar gezicht zwart maken met een paar fikse, zwarte bakkebaarden, zodat zij er uit zag als hoe zij de overvallen zou hebben gepleegd. Zo werd zij naar Middelbeers gebracht, om zich in het openbaar te tonen aan haar slachtoffers, de boterboerinnen; een confrontatie met maar één verdachte. Uiteraard liep het hele dorp uit om dit spektakel mee te maken. De overvaller werd meteen herkend door haar slachtoffers. Dat kwam niet alleen door de kleding, maar ook door haar kleine ronde postuur (ze was maar 1 meter 53) en doordat zij haar zilveren slot met kralen tijdens de laatste overval niet had afgedaan, en omdat ze schoenen met koperen ringetjes droeg. Vervolgens liet de marechaussee Francijn haar vrouwenkleding weer aantrekken. Weer werd ze getoond aan de boterboerinnen. Die leken nu te bevatten dat zij door een vrouw waren overvallen. Nu waren ze niet bang meer. Ze sloegen van verbazing de handen ineen en riepen: “Dat hadden wij moeten weten, gij lillek beest! Dan hadden wij u kapot gemaakt.” Francijn werd opgesloten in de gevangenis van Oirschot, en riep van daaruit naar voorbijkomende kennissen: “Zeg tegen mijn man dat ik nog niet geklapt heb, maar ik weet ook niets!”

Op 11 juni 1873 deed het Provinciaal Gerechtshof uitspraak in de zaak tegen Francijn van Breda, huisvrouw van Antoon van Heeswijk. De getuigenissen van de boterboerinnetjes bleken te veel uiteen te lopen. Wat had ze nu “geld of het leven” of “geld of sterven” gezegd, hadden ze het manneke herkend als zijnde een vrouw, en had deze met een vrouwenstem gesproken of niet? Eentje had haar met een vrouwenstem horen zeggen: “Ga je nu nog loopen?”, maar de andere getuigen konden dat niet bevestigen. Francijn liet zelf ook drie getuigen in haar voordeel oproepen. De eerste verklaarde een klein mannetje in de struiken te hebben gezien op een van de data en plaatsen van de overvallen, met een Turks lederen broek en paletot, met een pet zonder klep op het hoofd. De volgende getuige verklaarde dat wijlen haar man verklaarde dat Francijn op de bewuste datum ’s ochtends bij haar was geweest om vis te verkopen. De derde getuige had Francijn “ambtshalve” bezoeken gebracht in de gevangenis en verklaarde dat zij stellig alles ontkende wat met de overvallen te maken had. Waarschijnlijk was deze derde getuige de pastoor.
Vonnis over Francijn van Breda (foto: Marita)Het eerste feit van de tenlastelegging, diefstal in een bewoond huis door middel van buitenbraak en inklimming, die ze eerder had gepleegd, werd wettelijk en overtuigend bewezen geacht. Zelf had ze er ook een volledige bekentenis over afgelegd. De getuigenissen die betrekking hadden op het 2e en 3e feit van de tenlastelegging, poging tot diefstal en aanranding op de openbaren weg en diefstal gepleegd op de openbaren weg met geweld en bedreiging, waren te tegenstrijdig, en Francijn bleef ook in de rechtszaal ontkennen, dus daarvoor volgde vrijspraak. Voor de inbraak werd ze veroordeeld tot twee jaar eenzame opsluiting.

Op 26 juni, zo’n twee weken na de veroordeling, werd ze naar de gevangenis van Rotterdam overgebracht. Op 20 april 1874 overleed ze daar, in de cellulaire gevangenis Noordsingel, op 31-jarige leeftijd.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: