i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Vierlingsbeek
Tags:

Fatale steekpartij tijdens kermis Groeningen

vertelde op 2 mei 2016 om 20:30 uur

Een boefje was Marinus (41) uit Groeningen zeker. Zeven keer eerder in aanraking gekomen met justitie, voor relatief kleine vergrijpen: zoutsmokkel, mishandeling, huisvredebreuk… Maar was hij ook een boef met een hoofdletter? Had hij in de nacht van 15 op 16 augustus 1917 kastelein Jost Kremers doodgestoken?

Veldwachter Leendert Hamelink maakte een schets zodat de rechters konden zien waar alle betrokkenen hadden gestaan tijdens de dodelijke steekpartij. Veldwachter Leendert Hamelink meende van wel. Volgens hem was het Marinus geweest die in die kermisnacht met een knipmes de dodelijke steek had toegebracht. Een snede van 7 centimeter lang en 3 centimeter breed in de linkerborst van het slachtoffer. 

De veldwachter was om een uur of twee uit bed gebeld door Herman van Bebber. Die vertelde dat de Groeningse herbergier door cafébezoeker Marinus was doodgestoken. Hamelink trof een hartverscheurend tafereel aan: een treurende kasteleinsvrouw met het dode, nog hevig bloedende lichaam van haar man in haar armen. Volgens de vrouw had hij na de steek nog heel even geleefd. Ze had hem buiten nog horen roepen: ‘Ge steekt me half dood.’
Tegen wie Kremers dat had geroepen?

Volgens de kersverse weduwe tegen Marinus. Die was eerder die avond, samen met zijn zwager Jan van de Laar, op stap geweest. De ene herberg in en de ander weer uit. Het was immers kermis. Meer dan een dozijn borrels en glazen wijn hadden ze genuttigd. Uiteindelijk waren ze bij Kremers beland, waar ook Herman van Bebber was. Als de wijn is in de man, dan komt daar heel vaak ruzie van. Zo ook die avond. Geruzie over niet nagekomen smokkelaarsafspraken. ‘Kom maar mee naar buiten’, zei de één. Om het uit te vechten. Later spreken de getuigenverklaringen elkaar tegen over wat er precies is gebeurd. Feit is dat Kremers op een gegeven moment naar buiten is gegaan om de ruziënde zatlappen uit elkaar te halen. Even later komt hij wankelend de herberg weer in, twee handen aan de borst.

Marinus legde tegenstrijdige verklaringen af. Dat ie veel gedronken had, gaf hij toe. Maar dat hij de herbergier dood had gestoken, dat kon hij zelf niet geloven. Hamelink had Marinus diezelfde nacht nog gearresteerd. In diens zakken vond hij een knipmes – zonder bloedsporen – en een zakdoek, mét bloedsporen.

Met die zakdoek, waarvan Hamelink dacht dat het sluitend bewijs zou zijn, ging iets mis. Die kwam tijdens de lijkschouwing in aanraking met het lijk. Bewijs dan maar eens tijdens de rechtszaak, drie maanden later, dat het bloed er tijdens de daad en niet tijdens de lijkschouwing in gekomen was. De officier van justitie eiste vier jaar celstraf, maar Marinus werd ontslagen van rechtsvervolging.

Dit verhaal verscheen eerder in De Gelderlander en is geschreven door Geurt Franzen, bekijk hier zijn website.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 24 november 2015 om 11:03 uur

Een tragische moord in Haps

vertelde op 14 januari 2016 om 12:16 uur

Dorus, Dorus, gij slaat mij dood