i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: 's-Hertogenbosch
Periode: 1978 - 1990
Tags:

FORT-groepen

vertelde op 22 augustus 2019 om 14:14 uur

In 1978 kwam ik als maatschappelijk werker vanuit Nijmegen naar Den Bosch-Oost, waar ik het gezondheidscentrum Samen Beter mee oprichtte. In Den Bosch-Oost groeide in die jaren een intensieve samenwerking tussen vrouwenwerkers van verschillende instellingen.

Al deze vrouwen waren actief in de vrouwenbeweging en hadden contacten met feministische groepen in Den Bosch zoals Brood en Rozen en Balsemien.

Een belangrijk onderdeel van de emanciperende vrouwenhulpverlening was FORT: Feministische Oefengroepen Radicale Therapie. Deze vorm van hulpverlening was in alternatieve en autonome projecten ontwikkeld uit onvrede met de reguliere hulpverlening. Veel vrouwen hadden het gevoel dat daar de specifieke en veel voorkomende vrouwenproblemen niet of op een onbevredigende manier onderkend en behandeld werden.

“Veel vrouwen verdringen hun gevoelens van onvrede, onvervulde verlangens, verdriet en woede en krijgen in plaats daarvan neerslachtige buien, angsten, depressies, ‘zenuwen’, hoofdpijn en buikpijn.” [1] De reguliere hulpverlening besteedde weinig tot geen aandacht aan de achterliggende problematiek van vrouwen in samenhang met haar maatschappelijke positie en de heersende opvattingen over vrouwen- en mannenrollen.[2]

In Den Bosch-Oost maakten we feministische therapieën passend voor de vrouwen in de wijk. We hanteerden daarbij de principes van het ‘basiswerk’ en de emanciperende hulpverlening volgens Paulo Freire, [3] met als uitgangspunten:

- Vrouwen beschikken zelf
- De vrouw staat centraal: uitgangspunt is háár probleemomschrijving; de behandelingsmethoden worden daarop aangepast
- Problemen worden niet geïndividualiseerd, maar zowel de persoonlijke als de maatschappelijke component krijgt aandacht
- Lichamelijke, psychische en sociale problemen hangen met elkaar samen en worden ook zo benaderd
- Professionele deskundigheid en ervaringsdeskundigheid zijn even belangrijk en beide van belang in een hulpverleningsproces
- Gelijkwaardigheid tussen mensen; ook de hulpverleenster doet voortdurend aan zelfonderzoek; haar eigen waarden, normen en gedrag staan ter discussie in een hulpverleningsrelatie
- Vrouwenhulpverlening moet door een vrouw gebeuren

Om goed hulp te kunnen verlenen was kennis nodig van de wijk en van de specifieke problemen van arbeidersvrouwen. Psychische problemen werden onderdrukt of niet herkend en uitten zich vervolgens via lichamelijke klachten. Omdat het wantrouwen tegenover de reguliere hulpverlening groot was, lag daar het startpunt voor de invulling van de vrouwenhulpverlening. Van groot belang daarbij was ook de samenwerking tussen verschillende disciplines.[4]

De FORT-groep was een groep van vrouwen met diverse problemen. De vrouwen kwamen wekelijks gedurende een jaar bij elkaar onder begeleiding van twee vrouwelijke hulpverleners. In de groep werkte men gestructureerd aan de leerpunten, die elke vrouw zelf (met hulp) bij  de start had benoemd. Elke bijeenkomst had een vaste structuur:
- 'Goed en nieuw' (om niet te blijven hangen in klagen)
- 'Knuffels’ (complimenten geven)
- 'Werktijd’ (de leerpunten c.q. gemeenschappelijke thema’s uitdiepen)

Illustratie: © Joris Bas Backer, 2018. Gemaakt voor een poster over FORT door de Feministische Gesundheits Recherche Gruppe Berlin 

We zagen af van de rondjes ‘wrevels’ (negatieve gevoelens over elkaar uitspreken) en ‘spinsels’ (verwoorden van fantasieën over elkaar) uit de FORT-therapie, omdat de vrouwen toch al recht voor de raap hun meningen over elkaar gaven. De begeleiding benutte dit soort opmerkingen om met elkaar uit te zoeken wat ze betekenden en welke gevoelens ze opriepen bij anderen.  

In elke bijeenkomst werden ontspanningsoefeningen ingepland. De beëindiging van de groep werd gevierd met een afscheidsritueel. [5]

________________

[1] A. Manschot e.a., Huisvrouwen, een vergeten groep in de (mediese) hulpverlening. Nijmegen, 1977.
[2] J. van den Bogaard en M. de Ruiter, Het waren mijn problemen niet. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Den Haag, 1984.
[3] H. Wyckoff, Vrouwenpraatgroepen. Feministische oefengroepen Radicale Therapie. Amsterdam, 1979.
[4] M. Paes, Buurtzorg en professie, een netwerk. ’s-Hertogenbosch, 1989.
[5] M. Paes, Buurtgericht Vrouwen gezondheidswerk. Sittard, 1991.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: