i

Dit verhaal gaat over:

Tags:

Frans rapaille maakt Meierij onveilig

vertelde op 8 januari 2018 om 15:58 uur

Jacques Belcourt bleek een notoire zwerver uit Noord Frankrijk, waar hij op ’n dag vertrokken is vanuit het dorpje Saint Pierre Sudive of Sur Dives in Normandië. Na vermoedelijk heel veel omzwervingen raakte hij verzeild in het generaliteitsgebied. Hoe zijn route is geweest, valt misschien wel nooit meer te achterhalen, maar ééns zou hij in onze contreien vast en zeker tegen de lamp lopen. Vagebonden, landlopers en bedelaars werden ongenadig op de huid gezeten binnen de Meierij van ’s-Hertogenbosch, want soms leek het een ware plaag.

Bedelaar, Théodore Géricault, 1821 .Op vrijdag 30 november 1781 meldde het resolutieboek van de Staten Generaal dat hij op heterdaad was betrapt en gearresteerd door Bernardus Everts, de drossaard der heerlijkheid Loon op Zand of Venloon in het kwartier van Oisterwijk. Na ingewonnen informatie en een strenge ondervraging kwam aan het licht dat hij al op 29 november 1759 door de Bredase schepenen vanwege zijn ‘omzwervend vagebonderend en ontuchtig leven’  een veroordeling aan zijn broek had gekregen, wat hem 26 à 27 maanden opname in een tuchthuis kostte in de Nassaustad. Vier jaren later vond er een generale jacht plaats op de Zwaluwe [vgl. Hoge en Lage Zwaluwe] en op dat moment heeft hij kennelijk enige dagen in hechtenis gezeten, alhoewel niet bekend werd gemaakt waarom hij in detentie zat.

Een gerichte correctie op zijn bandeloos gedrag bleef echter uit. Jarenlang zou hij geen vaste woonplaats gehad hebben en zwierf al bedelend her en der rond. Diverse plakkaten waren reeds gewijd aan het mogelijk uitroeien van dat slag ronddolende vagebonden bedelaars, landlopers en wat voor soort booswichten dan ook. Het probleem van Belcourt was dat hij op zijn bedeltochten tegen inwoners van dorpen en steden die hem te weinig gaven lelijk kon uitvallen en ze serieus bedreigde.

In brand steken

Kort voor Pasen 1781 bijvoorbeeld belandde hij bij het huis van een zekere Jan Christiaan Maas. Belcourt stond erop daar te mogen blijven slapen, maar Maas ging daar niet op in en gaf hem te verstaan om zijn heil maar elders te gaan zoeken. Belcourt werd furieus en dreigde het huis van Maas in brand te steken. Al die zwaarwichtige dreigementen tijdens zijn bedeltochten werkten niet in zijn voordeel en zouden ten slotte tegen hem werken!

Uit zijn bekentenissen viel af te lezen dat die ernstige dreigementen schering en inslag waren en een vaste gewoonte bij deze arrestant. De drossaard rekende hem dat zwaar aan, maar liet om zichzelf in te dekken drie onpartijdige rechtsgeleerden uiteindelijk de zaak extra onderzoeken. Na dat serieuze onderzoek werd ten slotte het oordeel geveld en zou men Belcourt overdragen aan de meester van het scherpgerecht door wie hij gestraft zou worden ‘met het koord’. Hij zou dus ‘de strop’ krijgen totdat de dood er op volgde en alsof dat nog niet genoeg was zou hij nadien met een brandende bussel stro geblaakt worden volgens de sententie van 22 september 1781. Leuk vooruitzicht voor onze bedelende vagebond!

De Prins van Oranje als reddende engel

Wat er na die bewuste sententie allemaal gebeurd is, werd uit de resolutie van de Hoog Mogenden niet duidelijk, maar de tekst vervolgde, dat Zijne Doorluchtige de Heer Prins van Oranje Nassau hem gratie had verleend en remissie had geschonken van zijn doodstraf die aanvankelijk tegen hem was geëist en uit die uitspraak rolde een aanvaardbaar compromis. De formule luidde nu, dat hij voor een periode van zes jaren zou worden opgenomen in een tuchthuis om daar met zijn handen de kost te verdienen.

Met de consequentie dat hij nadien verbannen zou worden uit het hertogdom Brabant en het verdere generaliteitsgebied, zoals bleek uit de gratiebrief. Bovendien werd als conditie vermeld dat de tuchthuisopname op het conto zou komen van de vier Meierijse kwartieren, wat op 23 januari 1782 nog eens officieel werd bevestigd. Ik acht het niet uitgesloten dat na 1782 in de vervolgresoluties van de Staten Generaal Jacques Belcourt nog wel eens onderwerp van discussie zou kunnen zijn.   

Bron:

BHIC toegang 178 Collectie Rijksarchief inventarisnummer Resoluties van de Staten Generaal dienstjaar 1781 -  folio 1392 – vrijdag 30 november 1781 en inventarisnummer 120 op 23 januari 1782

Naschrift:

Wat een wonderlijk middel is dat BHIC-forum toch; ik plaatste daar een kort bericht over Jacques Belcourt en binnen de kortst mogelijke tijd kreeg ik van forumbezoekers Max, Guus en Theo aanvullende genealogische informatie over onze zwerver. Die gegevens heb ik gekoppeld en daaruit bleek o.a. het volgende:

volgens het RK Begraafboek van Oud en Nieuw Gastel [1720-1810] werd Jacques op 82-jarige leeftijd aldaar begraven op 23 augustus 1802 als man van een zekere Maria Coleta Vigneron, waarbij stond aangetekend dat hij een bedelaar was en afkomstig uit Normandië. Dat betekent dat hij geboren is rond 1720. Die Maria Coleta had vermoedelijk voorouders in Breda want daar is de familienaam Vigneron al bekend vanaf 1653. Het geboortedorp van Jacques of Jacobus Belcour, ook geschreven als Belcourt en Belkoer, ligt ten Z.O. van Caen tussen de plaatsen Thiéville en Vendreuvre.

Eerder was Jacques gehuwd met een zekere Catharina Monsier/Messieurs en uit dat huwelijk werd te Oosterhout een zoon geboren nl. Johannes. Overigens was die Catharina al eerder getrouwd geweest nl. te Gemert [18.2.1773] met een andere zwerver, te weten Nicolaas Josephus Murant waarbij ze twee kinderen had nl. Josephus en Maria.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 21 april 2017 om 14:00 uur

Menigte grijpt zelf hardhandig in bij huiselijk geweld

vertelde op 25 oktober 2017 om 11:59 uur

Tuchthuis voor een dronkaard