skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Jaël Jonkman
Jaël Jonkman RA Tilburg
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Jaël Jonkman
Jaël Jonkman RA Tilburg

Gra Rueb (1885-1972), beeldhouwster

Gerharda Johanna Wilhelmina (Gra) Rueb werd geboren in Breda als zevende van de acht kinderen in het welgestelde gezin van Johann Gerhard Rueb (1844-1930), directeur van Machinefabriek Breda, en Johanna Pels Rijcken(1853-1932), wier vader officier en enkele jaren minister van marine was.

Gra Rueb woonde en werkte vanaf 1911 in Den Haag, waar zij een omvangrijk oeuvre schiep van enerzijds monumentaal werk (plaquettes, (borst)beelden, decoratieve reliëfs) en anderzijds kleinere beelden van vooral dieren. Haar werk is nog op tal van plaatsen in de openbare ruimte te zien.

Gra Rueb begon al jong met tekenen en boetseren in een klein atelier op de zolder van haar ouderlijk huis in Breda, gedreven door een ‘innerlijke drang’, zoals ze later zelf zei. Ze vertelde daar ooit over in een interview: ik begon al jong in Breda, waar ik ben geboren en opgegroeid, met tekenen en boetseren. Op zolder had ik een ateliertje ingericht, en ik herinner me nog goed dat mijn vader daar eens verscheen.

Ik dacht dat hij nieuwsgierig was naar mijn kunstzinnig werk, maar hij kwam me een uitbrander geven omdat ik naaktfiguren tekende. Iemand had hem dat verteld. Hij vond dat dat niet te pas kwam voor een jong meisje. Later heb ik toch nog veel naakten gemaakt, want ik vind een lichaam nog altijd ongelooflijk mooi en boeiend.

In 1911 vertrok ze naar Den Haag om in de leer te gaan bij de Belgische beeldhouwer Toon Dupuis. Dupuis onderwees haar vier jaar lang in beeldhouwtechniek en vakkennis. Ze rondde haar opleiding af in de jaren 1915-1916 met een verblijf in Parijs, waar zij een tijdje les nam bij Antoine Bourdelle, een voormalig assistent van Rodin.

Terug in Den Haag werkte Ruebs jarenlang in het Bezuidenhout. Onder haar vroege, grotere werk bevinden zich twee marmeren borstbeelden van koningin Wilhelmina en prins Hendrik voor het stadhuis van Rotterdam (1919) en een standbeeld van aalmoezenier H.C. Verbraak in Bandoeng (1921/22). Rueb kreeg veel opdrachten, vooral voor portretbusten, maar ook voor monumenten, decoratieve reliëfs voor gebouwen en schepen, tuindecoraties, penningen en plaquettes.

Voor haar eigen plezier maakte Rueb kleine, vaak humoristische sculpturen van dieren: vogels, katten, herten, vissen en apen. Ook deze niet in opdracht gemaakte beelden werden meestal verkocht. Ruebs figuratieve en naturalistische, soms echter ook meer gestileerde werk, is uitgevoerd in onder andere hout, brons, steen en aardewerk.

Veel van haar beelden maakte zij in klei of gips en liet ze vervolgens gieten in brons of hakken in steen. Een van haar uitvoerders was de Haagse beeldhouwer George Graff, die soms ook houten replica’s voor haar maakte.

Ze werkte ook zelf wel in hout, al werd dat toch vooral veroorzaakt door gebrek aan ander materiaal in de oorlogsjaren. In 1944 schreef ze daarover: “ik heb nogal veel in hout uitgevoerd dit jaar, wat zeer moeilijk maar boeiend werk is.” 

In de jaren 1931-1945 was Gra Rueb verbonden aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Eerst als lid, later als medewerkster.

In 1924 werkte zij met onder anderen schilder Willy Sluiter en Pisuisse mee aan de revue ‘Op ter Olympiade’, waarmee de Nederlanders vast warm gemaakt moesten worden voor de Olympische Spelen van 1928. Zij maakte ook beeld De Olympische Groet voor het monument voor Baron Tuyll van Serooskerke (de eerste voorzitter van het N.O.C.) bij het Olympisch Stadion.

Rueb won verschillende prijzen en kreeg een aantal onderscheidingen. Al tijdens haar leven werd haar werk aangekocht door grote musea in Nederland, zoals het Haagse Gemeentemuseum, Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam en het Kröller-Müller Museum in Otterlo. Gra Rueb woonde tot aan haar dood op 26 december 1972 in haar Haagse appartement. Zij ligt begraven in haar geboorteplaats Breda. 

Dit verhaal is gebaseerd op de uitgebreide biografie door Marloes Huiskamp in het Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. Een overzicht van werk en leven van Gra Rueb vind je op deze website, gemaakt door twee van haar achterneven. 

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!