i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Grave
Tags:

Grave in vogelvlucht

vertelde op 2 november 2009 om 10:51 uur

Grave ligt in Noordoost Brabant aan de Maas, op de grens met de provincie Gelderland. De huidige gemeente Grave bestaat naast de historische stadskern uit de kerkdorpen Velp, Escharen en Gassel.

De naam

De plaatsnaam Grave is volgens naamkundigen te herleiden naar het werkwoord graven of de afleiding daarvan “gracht” (vroeger ook gespeld als graft of graaff) dat gegraven waterloop betekent. De naam komt op schrift voor het eerst voor in 1214. Er is een veel mooiere verklaring in omloop (vooral in de oudere literatuur), die Grave laat afleiden van een Romeinse legeraanvoerder, Gravio geheten, die hier aan de Maas een versterkt legerkamp en een nederzetting gesticht zou hebben.

Gemeentewapen

Het huidige wapen van Grave is afgeleid van het stadszegel uit de 17e eeuw, maar dan gedekt met een gravenkroon. Het oudst bekende zegel met een stadswapen dateert uit de 14e eeuw. Dat zegel zag er toen nog wel anders uit: het laat een muur met kantelen zien. Boven die muur steken twee gebouwen uit, het rechtse voorzien van kantelen, het linkse van een trapgevel. In het midden is ook nog de dakpunt van een kapel of kerk zichtbaar. Op de top van het wapen staat een lelie en aan weerszijden zien we banieren met het wapen van de heren van Cuijk. Het stadswapen is tot in de 17e eeuw hetzelfde als dat van Cuijk. Grave heeft in die tijd twee omziende leeuwen als schildhouders van het stadswapen, maar in de Bataafse tijd werd het wapen tegen een lictorenbundel met bijl geplaatst en bovenop een vrijheidshoed. Het moderne wapen kent geen schildhouders meer.

Bevolking

Rond 1900 merkte de Commissaris van de Koningin over de bevolking van Grave op: het gaat eerder achteruit dan vooruit met Grave. En als we de cijfers tussen 1800 en 1940 zien, dan klopt dat ook wel. Aan het begin van de 19e eeuw telde Grave nog bijna 3.000 inwoners, maar dat aantal liep gedurende die eeuw langzaam maar zeker steeds verder terug. In 1929 was dat al onder de 2.300 gezakt. Daarna begon heel langzaam de weg omhoog. Midden in de oorlog bereikte Grave het aantal van 4.000 inwoners (maar dat was vooral te danken aan de annexatie van Escharen en Velp), en in 1952 kwam de 5.000ste in de stad. Daarna ging het, als in de meeste plaatsen, hard: in 1980 was het aantal al verdubbeld. Anno 2007 telt Grave 12.864 inwoners.

De inwoners van Grave waren overwegend rooms-katholiek. Maar Grave onderscheidde zich altijd van de wijde omgeving, doordat de stad altijd een relatief grote protestantse gemeenschap heeft gehad. Dat had alles te maken met het feit dat Grave lang garnizoensstad is geweest. De militairen van buiten waren vaak protestants. Daarnaast kende Grave een kleine Joodse gemeenschap, die tot in de jaren 1930 heeft voortbestaan.

Middelen van bestaan

De bevolking bestond voor een groot deel uit handelaren en vaklui die deel uitmaakten van een ambachtsgilde of in de 19e eeuw werk vonden in de industrie. Zoals rond 1850 het Aardrijkskundig Woordenboek van Van der Aa het formuleerde: “2500 zielen, die meest hun bestaan vinden in den handel, het fabrijkweezen en het verteer van het garnizoen.”

Dat “fabriekswezen” bestond in die tijd uit het produceren van bedrukt katoen en van kant; weverijen van ‘boerenstreep’; een viertal bierbrouwerijen en een distilleerderij of jeneverstokerij. Er waren in de stad ook opmerkelijk veel goud- en zilversmeden actief.

Vanaf de verovering van Grave in 1602 door Prins Maurits is Grave garnizoensstad geweest. “Het verteer van het garnizoen” was een belanrijke economische factor voor de stad. In 1892 kwam er een voorlopig einde aan de status van garnizoensstad, maar in 1938 keerde het garnizoen weer terug, als gevolg van de militaire dreiging uit Duitsland. Ook na de oorlog bleef er een garnizoen in Grave gehuisvest (Generaal de Bonskazerne), maar de stadseconomie werd daar steeds minder afhankelijk van. Aan het eind van de twintigste eeuw zijn de laatste militairen uit Grave vertrokken.

Tegenwoordig is het midden- en kleinbedrijf in Grave een belangrijke werkgever. Ook het onderwijs, de Penitentiaire Inrichting en Sensis (organisatie voor blindenzorg) dragen veel bij aan de werkgelegenheid.

Geschiedenis

Grave begint zo’n beetje in de 12e eeuw, de tijd van de heren van Cuijk. Godefridus en Herman van Cuijk waren na een jarenlange verbanning door de Duitse keizer Lotharius  III in de jaren 1137/1138 teruggekeerd naar hun heerlijkheid. Hun Cuijkse burcht was verwoest en ze besloten op een plek bij de latere polders van Mars en Wyth een nieuw kasteel te bouwen. Daaromheen ontstond langzamerhand het stadje Grave. Rond 1250 kreeg Grave stadsrechten van de hertog van Brabant.

De strategische ligging van Grave is in de loop der eeuwen bepalend geweest voor de geschiedenis van de stad. Keer op keer onderging de stad belegeringen. In de 14e en 15e eeuw was Grave de speelbal tussen Gelre en Brabant. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog is de stad tot twee keer toe belegerd geweest (in 1586 en 1602), het stuivertje wisselen van Spaans naar de opstand in 1576 niet meegerekend. In 1672 en opnieuw in 1794 werd Grave tijdelijk ingenomen door Frankrijk. Het beleg van Grave in 1814 (om de Fransen te verdrijven) was de laatste grootschalige belegering van het kleine vestingstadje.

In de Franse Tijd kwam een einde aan de bijzondere positie van Grave als stad. Na de inlijving van het Koninkrijk Holland bij Frankrijk ontstond in 1810 de gemeente Grave. Door een gemeentelijke herindeling werd het grondgebied in 1942 uitgebreid met de dorpen Escharen en Velp. In 1994 kwam het dorp Gassel bij Grave. 

Monumenten

Grave is een historische stad met vele monumenten. De belangrijkste monumenten zijn de Sint Elisabethkerk, de oude kapel van het Tertiarissenklooster, het 15e eeuwse stadhuis en de Hampoort. Verder zijn in Grave vele oude panden en ook hele straten intact gebleven. Als wandelaar kun je je in de Gasthuisstraat en de Hamstraat heel goed voorstellen hoe Grave er in vroeger eeuwen moet hebben uitgezien.

Zegswijze

Grave figureert nog in een oude Brabantse zegswijze: “Wurrum, wurrum, um de wurrum over D’n Bosch um, umdè de Graaf te wijd is”.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (1)

Winston Bouwman zei op 7 augustus 2014 om 12:00 uur

Ik lees niet in dit verhaal dat de Duke of York met zijn geallieerde legermacht in 1794 eveneens Grave heeft bezet, doch vertrokken is, omdat de boeren hem geen voedsel en wagens met paarden wilden leveren.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: