skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Hilde Jansma
Hilde Jansma Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Hilde Jansma
Hilde Jansma Bhic

Heilige boontjes uit Gemert zijn te danken aan de duivel zelf

Een hostie die door de duivel gestolen wordt, heilige tekens op bonen: een Gemertse legende verklaart het ontstaan van de monstransboontjes. Een wel heel bijzonder teken van boven...

In het blad van Gemerts Heem tekent Ad Otten het bijzondere verhaal op achter de boontjes. Eerst neemt hij ons mee terug naar het Gemert van 1794. De Fransen vallen binnen en bezetten het kasteel maar pastoor Ecrevisse wijkt niet. Hij is lid van de Duitse Ridders en blijft zijn parochianen ook onder het Franse juk bijstaan.

Ook die zomeravond als hij wordt geroepen om de stervende ‘Boontje’ te bedienen. Boontje woont samen met zijn vrouw achteraf aan de Bonnegang. Het is duidelijk dat het einde voor hem nadert. De pastoor geeft hem een hostie, voorziet hem van de Heilige Oliën en gaat weer naar huis. ’s Nachts wordt hij wakker van het gebonk op zijn deur: de vrouw van Boontje roept dat haar man is overleden en dat de hostie niet heeft gewerkt want die hangt nog achter in zijn mond.

De duivel zelf

De pastoor gaat met haar mee, treft een dode Boontje aan, half zittend in de kussens, zijn mond half opengezakt… maar zonder hostie. Zijn vrouw bezweert de pastoor dat die er wel zat toen ze vertrok, en de pastoor stelt haar gerust: haar man komt toch wel in de hemel. Aan het eind van de nacht wil de pastoor weer op huis aan. Maar hij staat nauwelijks buiten of hij ziet iets wegschieten tussen de bonenstaken: niemand minder dan de duivel zelf.

De pastoor slaat een kruisteken in de richting van de duivel die daarop tevoorschijn komt en vreselijk moet braken. Kruisteken op kruisteken slaat de pastoor – wiens haren in één klap wit worden – en de duivel braakt tot er niets meer in hem zit. Dan verdwijnt hij weer, met zijn staart tussen zijn bokkepootjes. De pastoor kijkt nog of hij ergens de hostie vindt tussen het braaksel maar het voorzichtige ochtendlicht is niet sterk genoeg en hij gaat thuis naar bed.

Een paar weken later komt de weduwe van Boontje opgewonden naar de pastoor, met in haar hand een paar boontjes. Met daarop miniscuul kleine monstransjes, afbeeldingen van het liturgisch vaatwerk in de Katholieke Kerk. De pastoor bekijkt de boontjes nauwkeurig en kan de weduwe alleen maar gelijk geven. Hij kan maar één verklaring bedenken: uit de bonenstaken waartegen de duivel heeft gespuugd, groeien deze bijzondere boontjes: wel een heel bijzonder teken van boven. Eén boontje bewaart hij in een potje met de tekst Phaseolus sanctus. Maar de weduwe plant de boontjes in de grond, die weer nieuwe vruchten voortbrengt en daarom zijn er nu nog steeds deze boontjes… met dank aan de duivel.

(met dank aan Wim Jaegers voor de tip, en Ad Otten voor het verhaal uit Gemerts Heem)

 

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: