i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Helmond
Tags:

Helmondse patronen door Afrikaanse straten

vertelde op 10 november 2015 om 10:53 uur

Zie je een dame met een kleurrijke jurk in het straatbeeld van bijvoorbeeld Ghana, dan is de kans groot dat het kledingstuk uit Helmond komt. Het Helmonds textielbedrijf Vlisco levert al decennia stoffen aan (West)Afrikaanse landen als Ivoorkust, Ghana en Senegal. Peter Sutorius en Pieter Fentener van Vlissingen hebben halverwege de negentiende eeuw vast veel kunnen voorzien maar of Afrika daar ook een rol in speelde, is maar zeer de vraag.

Pentekening over Vlisco

De geschiedenis van Vlisco - afgeleid van Vlissingen en Co - begint in 1843. De katoendrukker Sutorius, met een bedrijf aan de oude stadsgracht in Helmond, gaat samenwerken met Fentener van Vlissingen. Het vele water van de rivier de Aa - nodig in het verfproces van de stoffen - is bij de katoendrukkerij in Helmond voldoende aanwezig. Het is meteen ook een aan- en afvoerkanaal voor de stoffen. Omdat Helmond van oudsher een textielstad is, zijn er ook genoeg goedkope en geschikte arbeidskrachten.

De samenwerking tussen Sutorius en Fentener van Vlissingen verloopt succesvol. Al snel bouwen ze een binnenlandse klantenkring op en voorzichtig worden er buitenlandse uitstapjes gemaakt naar Brussel en Gent. In die beginjaren komen er vooral rode boerenzakdoeken, dekenkatoen, spreien en meubelstoffen uit de fabriek in Helmond.

Flauwvallen

Het bedrukken van katoen is in die tijd zwaar werk en niet zonder risico’s. Bleken, koken, vetten verwijderen; het gebeurt allemaal in hete en vochtige ruimtes in de fabriek. Schadelijke dampen zorgen ervoor dat arbeiders met enige regelmaat flauwvallen. Met melk worden ze weer op de been gebracht. Het beste ben je af als handdrukker: een gewaardeerde positie binnen de fabriek waarbij je per stuk wordt betaald. Hoe meer productie, hoe hoger het loon. Ook een plek op de eigen tekenafdeling is gewild want waar eerst Parijse dessins worden ingekocht, komen al snel eigen tekentafels met ontwerpers te staan.

Naar Afrika

Vlisco begint in de tweede helft van de 19de eeuw met export naar Nederlands-Indië. Daar bestaat grote behoefte aan goedkope gebatikte stoffen voor sarongs en hoofddoeken. Vlisco springt daarop in maar dan sluit Nederlands-Indië haar grenzen voor deze "imitatiebatik". Op zoek naar nieuwe afzetgebieden komt de fabriek uit op Afrika waar met name de rijke Afrikaanse bovenlaag gretig op de stoffen afkomt. Aanvankelijk zijn dat nog Indische dessins (met veel draken en gestileerde bloemen) maar al snel blijkt dat Afrika valt voor andere vormen met “grovere breukeffecten”. Er komen steeds meer dessins, speciaal getekend voor dit continent. Vanaf 1946 maken de stoffen van Vlisco deel uit van de Afrikaanse cultuur. Hoewel het ontwerp- en productieproces wel degelijk in Nederland plaatsvindt en –vond, wordt tijdens het ontwerpproces sterk gereageerd op de vraag van de Afrikaanse verkoopsters en klanten.

Een mooie koppeling tussen het Afrikaanse continent en Helmond want het bedrijf is niet los te zien van deze Brabantse roots. Bijna geen Helmondse familie waarin niemand voor Vlisco werkt of heeft gewerkt. Daarmee zijn deze Afrikaanse stoffen ook verweven met de Helmondse samenleving.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 28 februari 2011 om 13:34 uur

Erpse Afrikaantjes

vertelde op 15 augustus 2012 om 11:09 uur

Opgroeien bij pleeggezin in Helmond