skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic

Het bombardement op Eindhoven, 1944

Het Pastoor Van Arsplein in Eindhoven was op die warme avond in september 1944, een dag na de bevrijding, één groot feestterrein. De bewoners hadden grammofoons in de tuin gezet en op de muziek werd tot diep in de nacht gedanst.

Uit één van de huizen klonk geen muziek. Daar woonde een familie die pro-Duits was. De bewoners hadden de gordijnen gesloten en wachtten binnen angstig hun lot af. Alle andere gordijnen waren wijd open, want de verduistering werd voor het eerst sinds jaren verdreven door buiten gehangen lampen die het plein een sprookjesachtig sfeer gaven. Het feesten werd echter ruw onderbroken.

Boven de muziek uit hoorden we gedreun van vliegtuigen. We keken naar de overvliegende bommenwerpers en wensten hen geluk met hun aanvallen op de Duitsers. We dachten het geknetter van vuurwerk te horen en slingers van feeststerretjes de lucht in te zien gaan. Maar het was het geratel van mitrailleurs en het gedonder van kanonnen.

In het centrum van de stad sloegen Duitse bommen in en al snel zagen we vanaf de Boschdijk hoe de Philips Lichttoren verdween achter vlammen en donkere rookwolken. Mijn vader stond buiten doodsbleek te kijken. Toen hij zware ontploffingen hoorde, rende hij naar binnen, riep mijn moeder, zette mij op mijn fiets en nam mijn zus achter zich op zijn eigen fiets. In volle vaart reden we de Boschdijk af, de stad uit, richting Acht.

“We hebben de oorlog niet overleefd om te sterven aan Duitse bommen”, riep hij. We reden de Boschdijk af en hobbelden door de kuilen naar de pikdonkere zandweg die de Bossche Baan toen nog was. In de verte werden de vlammen in het centrum van Eindhoven steeds hoger. Zo nu een dan klonk er een zware ontploffing en zagen we een lichtflits tegen de wolken boven ons. Wij, mijn zus en ik, waren doodmoe en bang, dus stopten we bij een boerderij.

“Ik ga vragen of we hier kunnen slapen. De kinderen zijn doodmoe”, zei mijn vader. “Dat kun je niet maken; we kennen die mensen niet eens!”, riep mijn moeder angstig. Maar ze zag ook wel dat mijn zus, die pas acht jaar was, op de fiets zat te slapen en dat we niet verder konden. Mijn vader liep het erf van een boerderij op, terwijl een woedende hond hem vanuit zijn hok toeblafte. Er brandde nog licht binnen. De trekbel naast de deur klingelde de stilte weg. Een oude boerin deed open, maar hield de deur op een kier.

“Mevrouw, mogen we asjeblieft binnen komen? We hebben twee kinderen bij ons, die kunnen niet verder.” De boerin keek naar onze angstige gezichten. Mijn zus Beppie huilde hartverscheurend toen de grote waakhond maar bleef blaffen en over het hek dreigde te springen.

“Wat is er aan de hand? Waarom fietst u hier zo laat met de kinderen?” vroeg de boerin. “Eindhoven wordt platgebombardeerd, we zijn bang.” Ze liet ons binnen. De boer kwam ook kijken. Hij had medelijden met ons. “We zullen jullie wel helpen, je mag hier vannacht slapen, maar eerst een kop koffie en een stuk brood.”

Stil zaten we in de kamer onder een olielamp aan een ruwe houten tafel. Om ons heen, op een stenen vloer, een paar kastjes met heiligenbeelden onder stolpen. Een groot bronzen kruis aan de muur. De boerin hield een brood tegen haar borst, sneed er met grote halen langwerpige sneden af die ze dik met boter besmeerde en met stukken kaas belegde. In een open deurtje van het fornuis zagen we grote, gloeiende houtblokken. De kamer rook naar brandend dennenhout. De boer en de boerin keken toe en zagen dat we een beetje bijkwamen. Beppie sliep weer.

“Kom, ik breng jullie naar bed. Vroeger sliepen de kinderen daar”, zei de vriendelijke boerin. Ik keek door de open gordijnen naar de heldere sterren die het enige licht in de kamer waren. In de verte lichtflitsen tegen de wolken boven de stad. We lagen met zijn vieren in één bed. Van slapen kwam niets. We wachtten ’s morgens tot het een beetje licht was en we de boer op klompen door het huis hoorden lopen. Hij bracht weer brood en koffie. “Zo. De stad brandt nog, maar alleen de Rechtestraat is gebombardeerd. Ga maar gauw weer naar huis.” We vroegen maar niet af hoe hij dat nu al wist, bedankten hem en stapten op de fietsen. Bij het wegrijden zagen we de hond stil achter het hek staan. Goed volk, dacht hij zeker.

Terug over de Oude Bosse Baan en de Lieven de Keijlaan naar huis. Vanuit ons zolderraam zagen we nog grote rookwolken boven de Lichttoren. Zo nu een dan flitste vuur omhoog. De stad brandde nog steeds. We krabden onze armen waar de vlooien uit het boerenbed ons hadden gebeten. Mijn moeder kleedde ons helemaal uit om ze te vangen.

Buiten, op de Boschdijk, zagen we dat de NSB-ers van het plein werden opgehaald. Ik herinner me nog als de dag van gisteren hoe de bewoner met handen omhoog langs ons huis liep, begeleid door mannen van de PAN, de Partizanen Aktie Nederland, terwijl de mensen bezig waren zijn huis leeg te roven.

Foto’s:
Lichtkogels boven Eindhoven, voorafgaand aan het Duitse bombardement. Fotograaf: G. Oom. Bron: Collectie Fotoafdrukken Koninklijke Landmacht, fotonr. 2155_500369.
De verwoeste gebouwen van de Philipsfabrieken. Bron: Collectie Fotoafdrukken Koninklijke Landmacht, fotonr. 2155_004773.
Verwoeste gebouwen in de Rechtestraat na het Duitse bombardement. Bron: Collectie Fotoafdrukken Koninklijke Landmacht, fotonr. 2155_004774.
Vernielde straat in Eindhoven met links een vestiging van Peek en Cloppenburg. Bron: Collectie Fotoafdrukken Koninklijke Landmacht, fotonr. 2155_004776.

Reacties (1)

Margot zei op 14 november 2018 om 11:58
Wat 'n prachtig geschreven verhaal Ger, complimenten!

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!