i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Rucphen en Vorenseinde
Periode: 1949 - 1950
Tags:

Het ETIN over Rucphen

vertelde op 14 september 2017 om 14:55 uur

Als er één woord is, waarmee je het Rucphen van rond 1950 zou kunnen karakteriseren, dan is het wel armoede. Rucphen is arm, zéér arm. Volgens het Etin is de sociaal-economische toestand van “zeer, zeer laag niveau”. Je kunt het aflezen aan het aantal aangeslagenen in de belastingen en hun gemiddelde inkomen; aan de woningsituatie; aan de werkeloosheid; aan de onderwijssituatie.

St. Willebrord, krotwoning 1949Nergens anders in de provincie heeft maar zo’n klein deel van de bevolking een fiscaal aanwijsbaar en belastbaar inkomen. Ook bij de hoogte van dat inkomen zit Rucphen in de onderste regionen: provinciaal ligt het belastbaar inkomen in deze tijd rond  2.000,- gulden (dat is krap € 8.000,- anno 2016) per jaar, in Rucphen is dat amper  fl. 1.500,-. Het vermogen biedt hetzelfde beeld: de rijkeren in Rucphen hebben nog niet de helft van het gemiddelde vermogen van de rijkere Brabander (27.000 gulden tegen 55.000 gulden).

Op het gebied van huisvesting wijkt Rucphen zeer ongunstig af: er wonen  twee keer zoveel personen per Sprundel, interieur krotwoning 1949vertrek als het landelijk gemiddelde (1,8 tegen 0,9), bovendien heeft men er ook het minste aantal vertrekken per woning.  Binnen Rucphen zelf spant St.-Willebrord dan de kroon: daar delen gemiddeld 2 personen een vertrek. Daar bestaat bijna de helft van de woningvoorraad uit huizen met maar 1 of 2 vertrekken, die bovendien zo slecht zijn, dat de benaming “krotwoning” helemaal gerechtvaardigd is.

Ook de werkloosheidscijfers liegen er niet om: in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog lag de zomerwerkloosheid op 14-15% van de mannelijke beroepsbevolking, terwijl de winterwerkloosheid gemiddeld 21-22% bedroeg. Na de oorlog lijkt het even beter te gaan, maar in 1949/1950 bedraagt de winterwerkloosheid  al weer  20,5%. Het is duidelijk: de gemeente Rucphen is in die jaren een concentratiegebied van ongeschoolde arbeiders, die sterk afhankelijk zijn van seizoensarbeid, waarvoor geen enkele kwalificatie is vereist.

Rucphen, LTS St. Joseph in 1954De onderwijssituatie biedt weinig hoop op verbetering: nergens in Brabant zijn de klassen op de lagere school groter. In Nederland zijn er dan gemiddeld 32-33 leerlingen op één leerkracht, in Noord-Brabant 34-35, maar in St.-Willebrord zijn het er maar liefst 38-39! Geen wonder dat er heel weinig animo is voor voortgezet onderwijs. Rucphen zelf kent alleen maar een lagere landbouwschool; voor ULO, Ambachtsschool of Middelbaar Onderwijs moet je naar Roosendaal, Breda of Oudenbosch. En dat doen maar heel weinig jongens (over de meisjes hebben we het niet eens meer): twee keer zo weinig als in de rest van Brabant, drie keer zo weinig als het gemiddelde in heel Nederland. Die aantallen zijn “exorbitant laag”.

Wat doen de werkenden voor de kost? De kerkdorpen Rucphen, Sprundel en Schijf zijn sterk agrarisch ingesteld. Er zijn heel veel boerenbedrijven, maar het merendeel is ‘klein’ (5-10 hectare) of zelfs ‘piepklein’ (1-5 hectare) en overal werken naar verhouding veel te veel mensen, zodat er in feite sprake is van een grote verborgen werkloosheid.

Gehandeld wordt er ook in de gemeente, maar dan vooral in St.-Willebrord: nergens in Brabant is het percentage van de beroepsbevolking dat werkzaam is in handel, winkelbedrijf enz. zo hoog als in dat kerkdorp. Maar wat voor handel! Van alle marskramers in Noord-Brabant woont bijna een kwart in St.-Willebrord, van het aantal handelaren in pluimvee zo’n 12% en van alle Brabantse handelaren in verpakkingsmaterialen (voornamelijk manden) opnieuw bijna een kwart. Kortom: de Rucphense handelaar is typisch iemand die in zijn bestaan voorziet door het van deur tot deur in de wijde omgeving aanbieden van artikelen van betrekkelijk weinig waarde. Straathandel van laag niveau.

Sprundel, rioleringswerkzaamheden in 1955Ook het beeld ten aanzien van de overige verzorgende beroepen is niet gunstig: in verhouding zijn er veel winkeliers, maar dat komt niet doordat er een bloeiend commercieel centrum is, integendeel: het aantal winkels met primaire levensbehoeften (brood, vlees, kruidenierswaren) is alleen maar zo hoog, doordat men verspreid is over vijf kerkdorpen en ieder winkeltje dus maar een kleine klantenkring heeft.

Is er nog toekomst voor Rucphen in 1950? De deskundigen hebben zo hun twijfels. De gemeente mist een spooraansluiting, de wegen zijn te smal en te bochtig, er zullen honderden woningen moeten worden bijgebouwd en er zal danig moeten worden geïnvesteerd in het (nijverheids)onderwijs. Gebeurt dat allemaal niet, dan “moet men zich van een wezenlijke ommekeer der situatie in deze gemeente geen grootse voorstelling maken.”

Foto’s:
St. Willebrord, Krotwoning, 1949. Fotograaf: Jan Sturm, Roosendaal. Bron: West Brabants Archief, fotonr. RAW014043273.
Sprundel: Krommestraat, interieur van de krotwoning van Jan de Jong, 1949. Bron: West Brabants Archief, fotonr. RAW014042166.
Rucphen, Lagere Technische School Sint Joseph, 1954. Fotograaf: Jan Sturm, Roosendaal. Bron: West Brabants Archief, fotonr. RAW014042008.
Sprundel, rioleringswerkzaamheden in de Sint Janstraat, 1955. Fotograaf: Foto Van Rooy, Breda. Bron: West Brabants Archief, fotonr. RAW014042539.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 7 september 2017 om 16:36 uur

Het ETIN over Made en Drimmelen

vertelde op 13 september 2017 om 09:03 uur

Het ETIN over Dinteloord en Prinsenland