skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic

Het geluid van de 'klepperende klumpkes'

De tijd dat bijna iedereen op klompen liep, ligt al geruime tijd achter ons. Toch zullen veel Esschenaren zich het geluid van de “klepperende klumpkes” nog wel herinneren. Het pand aan de Postelstraat is in 1861 gebouwd als leerlooierij en rond 1915 verbouwd tot klompenmakerij. Een gevelsteen naast de voordeur vermeldt de naam M. van den Braak en het bouwjaar 1861.
Het pand heeft een zadeldak met een wolfeind en een schildeind en is gedekt met pannen. De zesruits schuiframen met luiken in de voorgevel zijn goeddeels intact gebleven. Aan de kant van het woonhuis bevindt zich een aanbouw met platdak.Via een deur in de linkerzijgevel kwam men in de klompenmakerij. Voor het pand staan nog enkele oude leilinden.De leerlooierij aan de Postelstraat is in 1861 gebouwd door Michael van den Braak.
 
In die tijd werd deze omgeving aangeduid als de Weiakkers en rond 1920 als Spoelsteeg. Zijn zoon Willebrordus nam de leerlooierij over in 1894 en tot 1915 bleef de looierij, nu uitdrukkelijk vermeld met woonhuis, zijn eigendom. Het pand werd gekocht door Piet van Liempt, die gehuwd was met Hendrika van de Laak. Piet en zijn vrouw woonden in café ‘de Keulse Kar’ aan de Dorpsstraat. Hij was timmerman en tapper. Hij dempte de oude kuipen van de looierij, sloopte een gedeelte van het pand en voegde de aanbouw met platdak toe. Piet verhuurde het pand vermoedelijk meteen aan klompenmaker Gerardus van Brunschot die het in 1920 van hem kocht.
 
Zes paar klompen per dag
Grard van Brunschot was een zoon van Cornelis (Kiske) van Brunschot en Theodora (Doorke) Latijnhouders. Aanvankelijk hadden Kiske en Doorke een klompenmakerij tegenover de kerk en de oude dorpspomp maar vanaf 1898 woonden ze op het Witven (Witvensedijk). Hier zetten ze de klompenmakerij voort met zes knechten. Iedere knecht kon, als het goed ging, zes paar klompen per dag maken. Voor die tijdeen groot bedrijf in Esch.
 
De voorloper van de klomp was een simpele sandaal. Een houten plaatje vaak met steltjes tegen vuil en modder met een bandje op de wreef. Op een schilderij van Pieter Breugel uit 1559 zien we voor het eerst de klomp uitgebeeld. Het woord klomp komen we voor het eerst tegen op een stadsrekening uit 1487 in het stadsarchief van Arnhem. Op een oude keur (verordening) uit 1429 van de stad Leiden, treffen we de benaming 'Platijn' en 'hoelblokmakers' aan. Hoelblok moet een oude benaming van de klomp zijn. Het klompenmuseum in Best droeg de naam Platijn. Grard was getrouwd met Petronella Denissen. Als zoon van Kiske van Brunschot zette hij het beroep van zijn vader voort. Binnen het geslacht Van Brunschot komen we veel klompenmakers tegen. Zij oefendenvan oudsher dit beroep uit. Grard was een van de vier klompenmakers uit het dorp. De anderen waren M. Maas in de Dorpsstraat. E. van Dijk op de Leunisdijk en J. van der Meijden op de Lochtenberg. Naast de klompenmakerij hadden de meeste klompenmakers ook een toom kippen, een geit, een varken en een stukje grond om groentente telen.
 
Kinderklumpkes
'Klumpkes' waren in die tijd het daagse schoeisel. Bijna iedereen liep op klompen. Wilgen- of populieren (canadassen) leverden het materiaal: een houten blok, die de klompenmaker eerst zelf op maat tot bollen moest zagen met een kortzaag. Na het kloven werd, met bijl en dissel, de ruwe klompvorm gekapt. Met een blokmes sneed men de juiste klompvorm. Op de heulbank werd de klomp geheuld, dat wil zeggen uitgehold met een dopbijtel en effers. Er waren mansklompen, wat lagere vrouwsklompen maar ook kinderklumpkes.
 
Kunstschilder R. Peijnenburg maakte een prachtig schilderij van klompenmaker Grard van Brunschot. Hij bleef werkzaam tot 1960 en overleed op 93-jarige leeftijd in 1974 in Esch. Momenteel hangt dit schilderij in zorgcentrum Het Buitenhuis.Theodora, de dochter van Grard van Brunschot, werd in 1963 eigenaresse van het pand. Zij verkocht het in 1971 aan M. Pillot die de oude klompenmakerijnog steeds bewoont.
 
Bron:
B. van Dam, Oud Brabants Dorpsleven, Stichting Brabants Heem, 1972
Kees van Brunschot,boekjeNou brikt munne klomp
Monumentenboek Haaren, Helvoirt, Esch, Biezenmortel, 2002
Bijgewerkt maart 2020 door N. v.d. Langenberg-Scheepers
Foto, Piet Jansen, 2002
 

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

Doe mee en vertel jouw verhaal!