i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Etten-Leur
Tags:

Het hervormd kerkhof te Etten

vertelde op 12 november 2009 om 12:13 uur

Al in de 13e eeuw moet op de huidige plaats een kerkhof geweest zijn. Immers in een briefwisseling tussen de bisschop van Luik en het Stift van Thorn uit 1261 werd melding gemaakt van een kapel op deze plaats. Op het concilie van Paderborn in 785 was bepaald, dat verbranden van de overledenen een heidens gebruik was. Er werd aanbevolen “dat overleden christenen naar de begraafplaatsen bij de kerk worden gebracht en zeker niet naar de heuvelen der heidenen.”

Vanaf die tijd werden de overledenen dan ook rondom de kerk begraven. De eerste schriftelijke vermelding van het kerkhof dateert uit 1506. In 2006 vond nog een begraving plaats.

Het begin

In de rekeningen van de Heilig Geestmeesters over het jaar 1505 werd vermeld, dat aan Clais Aerts een beloning werd gegeven voor een doodskist en offerlicht, gebruikt om een vrouw op het kerkhof te begraven. Aerts zal wel koster en doodgraver geweest zijn. Oorspronkelijk was het kerkhof veel groter. De eerste onttrekkingen vonden plaats tussen 1300 en 1500. In die periode werd de kleine Romaanse kapel uitgebreid tot een grote hallenkerk. Het hoogtepunt lag rond 1500 met een driebeukige kerk, die zeker vier keer zo groot was dan de huidige kerk/raadzaal. Al deze uitbreidingen gingen ten koste van het kerkhof.

Uitbreidingen

Diverse pestepidemieën in de zestiende eeuw maakten het noodzakelijk de begraafplaats uit te breiden. Op 3 juni 1536 werd het kerkhof uitgebreid door aankoop en afbraak van een huis. Het huis was gelegen aan de zuidzijde van het kerkhof naast de straat. Een klein stukje van deze uitbreiding werd in beslag genomen door een gedeelte van het nieuw gebouwde huis van Jan Cornelis Arnouts. Vanaf 1629 moest hij voor het gebruik van deze grond jaarlijks 2 gulden en 10 stuivers betalen. Enige tijd later kocht men ook nog de hofstee van Anthonij Melson. In 1629 werd het maken van een muurtje rondom het kerkhof aanbesteed. En sinds 1649 wordt het kerkhof aan de oostzijde met een hoge muur van de straat gescheiden nadat de oude muur vervallen was.

Overdracht aan de protestanten

In 1648, bij de vrede van Munster, werd de kerk en het kerkhof door de katholieken overgedragen aan de protestanten. Nog bijna twee eeuwen zouden de katholieken op dit kerkhof begraven worden (pas in 1826 kregen zij een eigen kerkhof in de Stationsstraat). Helaas ontbrak er nog een pastorie bij de kerk. Dus besloot de Hervormde gemeente pogingen te ondernemen om een pastorie te mogen bouwen. In 1649 gaf stadhouder Willem II aan hun toestemming kerkelijke eigendommen te verkopen voor de financiering van de nieuw te bouwen pastorie. “Ende is alsoo uyt enkele kercken-middelen de Pastoraale wooninge op den suytwestenhoeck van het kerkhoff tot Etten opgebouwt, begonnen in July7, geëyndicht ende opgemaakt in October des jaars 1650.” De dominee kwam dus letterlijk op het kerkhof te wonen. Dat verklaart waarom het in sommige kamers zo stonk, vooral als de ramen langere tijd gesloten waren geweest.

Tussen protestant en katholiek

Tussen 1798 en 1822 is er heel wat afgesteggeld tussen de protestanten en katholieken over de teruggave van de kerk. , werd door hem afgewezen. Er werd een compromis gesloten tussen de burgerlijke gemeente en de hervormde gemeente. Hierbij werd bepaald dat voor iedere are van het kerkhof de hervormde gemeente een vergoeding van 25 gulden zou ontvangen. In feite erkende de gemeente hiermee dat kerk en kerkhof één geheel vormden.

Krimp

In 1825 werd het kerkhof weer een stuk kleiner door de aanleg van de rijksstraatweg van Bergen op Zoom naar Breda, de Roosendaalseweg. Dit ter vervanging van de oude verbindingsweg, de Oude Kerkstraat, die begon tussen de oude pastorie en de noordzijde van het kerkhof. Voor de aanleg was een oppervlakte van 800 m2. nodig. Ook moest voor deze weg een deel van de muur rond het kerkhof worden afgebroken. In 1841 verleende de Nederlands-hervormde gemeente Etten aan Jacobus Hendrikz Jager het recht van opstal om op het kerkhof tussen de kerk en het oude gemeentehuis en woning te bouwen. Voor deze woning, de voormalige kosterswoning en thans het Van Gogh informatiecentrum, was in eerste instantie 110 m2. nodig. Bij de ingrijpende verbouwing in 1900 werd de oppervlakte vergroot naar 220 m2. Dit eveneens ten koste van het kerkhof.

Dominee Van Gogh

Tijdens de ambtsperiode van Theodorus van Gogh, van 1875 tot 1882, werden nog twee kleine stukjes aan het kerkhof onttrokken. Er ging een stukje naar notaris Van der Ven, die op de hoek van het Molenend en de Roosendaalseweg woonde, ten behoeve van zijn tuin. Tussen de kosterswoning en het oude gemeentehuis ging een stukje naar de gemeente voor uitbreiding van het brandspuithuisje. In de periode dat de vader van Vincent van Gogh hier dominee was, werden op het kerkhof 38 personen begraven. In 1878 schreef Vincent aan zijn broer Theo: “en zegt niet Pa zelf ook: “ik spreek nergens liever dan op het kerkhof, want aldaar staan wij allen op gelijken grond, aldaar staan wij niet alleen op gelijken grond, maar aldaar gevoelen wij dat ook altijd.” Veel namen op de nog aanwezige grafstenen staan ook op het plattegrondje van Etten-Leur, dat Vincent in 1878 voor zijn ouders maakte. Namen als Van Eekelen, Gelijns, Kerstens en Van der Put. Sommigen van hen moet Vincent nog persoonlijk gekend hebben.

Verkoop aan de gemeente

In 1977 verkocht de kerkvoogdij van de Hervormde Gemeente Etten, de kerk, kosterswoning en het kerkhof voor fl. 50.000,00 aan de gemeente Etten-Leur. Het ging om een totale oppervlakte van 2.130 m2, waarvan 1.200 m2. begraafplaats. Alle rechten en plichten, welke op de overgedragen onroerend goederen rustten, werden aan de gemeente overgedragen. De begraafplaats zou beheerd en onderhouden worden door de gemeente. Kort na de overdracht, werd het gemeentehuis uitgebreid met een westelijke vleugel, die grensde aan de noordkant van het kerkhof. De ingang van het gemeentehuis werd verplaatst van de Markt naar de Roosendaalseweg.

Van de oorspronkelijk overgedragen 1.200 m2 begraafplaats werden twee rijen graven aan de westzijde (de achterkant) geruimd en conform de koopakte ingeplant met groen. Het betrof hier graven die ouder dan 50 jaar waren. Het voormalige pad aan de noordzijde, was bij de overname al ingeplant met groen. De meerstammige boom op de noord-oostpunt van het kerkhof vormt zowel de noord- als de oostgrens. De groenstrook aan de noordzijde is door de bouw van de westelijke vleugel van het oude gemeentehuis, de bestrating en het groenonderhoud in de loop der jaren nogal eens van breedte veranderd.

Restauratie 1996

“Een juweeltje dat straks nadrukkelijk een plaats moet krijgen in het nieuwe centrum van Etten-Leur.” Zo omschreef wethouder H. van der Heijden in 1997 het officieel opgeleverde Nederlands-hervormde kerkhofje. De restauratie was uitgevoerd in het kader van “Brabant 200”. Op initiatief van heemkundekring Jan uten Houte werd dit project mede-uitgevoerd door leerlingen van het Munnickenheidecollege. Het kerkhofje kreeg een complete schoonmaakbeurt. Er werden nieuwe paden aangelegd, er kwam een nieuwe bank en er werd een nieuw hekwerk geplaatst. Bij deze opening werd een plaquette van kunstenares Gery Bouw onthuld, geschonken door de provincie Noord-Brabant.

Eind 20ste eeuw werd de snelweg (A58) om Etten-Leur heen geleid en verdween uit het centrum van Etten. Op de vrijgekomen ruimte werd het centrumplan gerealiseerd, dat voor een ware metamorfose zorgde. Er kwam o.a. een nieuw stadskantoor, waardoor het oude grotendeels kon worden gesloopt. Alleen het oude oorspronkelijke gemeentehuis en de Schonckzaal bleven staan. Ook de westelijke vleugel verdween. In 2004 besloot de gemeenteraad op deze plaats, achter het kerkhof, appartementen en een bioscoop te bouwen. In 2006 vond nog een begraving op het kerkhof plaats.

Een bijzondere boom

Tussen de treuressen, acacia’s, berken en andere bomen op het kerkhof bevindt zich een bijzondere boom; de Hickorynoot, Carya glabra, familie van de Juglandareae [= walnootachti­gen]. In mei 1982 ging het toenmalige hoofd van de plantsoenendienst, Jan Nieuwesteeg, met de VUT en burgemeester Houben bood hem namens het gemeentebestuur symbolisch een boom aan. Jan mocht zelf bepalen wat voor boom het zou worden. Hij koos een boom die nog niet in Etten-Leur voorkwam, de Hyckorynoot. Deze boom, de Nieuwesteegboom die door Jan zelf op 21 december 1982 werd geplant, doet er zeer lang over voor hij volwassen is; hij is moeilijk te kweken, laat zich moeilijk verplanten en vraagt om lange, warme zomers. Een unieke boom niet alleen voor Etten-Leur, maar ook voor ons land waar hij weinig voorkomt.

Bijzondere grafzerken

Een van de oudste grafzerken op het kerkhof is dat van luitenant-kolonel Petro Ferdinandus Vermeulen Krieger. Krieger werd in 1783 in Pruissen geboren en overleed op 27 september 1865 te Etten-Leur. Hij begon zijn militaire loopbaan als soldaat in het leger van het Koninkrijk Holland. In 1812 trok het met de legers van Napoleon mee naar Rusland. Na twee jaar krijgsgevangenschap keerde hij in 1814 terug. Hij was aanwezig bij de slag van Waterloo in 1815 maar nam niet actief deel. Daarna vertrok hij naar Nederlands-Indië, waar hij onder andere streed in de Atjehoorlog. In zijn 57-jarige carrière maakte hij 22 veldslagen mee. Voor zijn heldendaden werd hij onderscheiden als Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. In 1822 werd hij, om gezondheidsredenen, gepensioneerd en vestigde zich in Etten-Leur. Later vertrok hij als militair adviseur weer voor een aantal jaren naar Indië. In 1829 schreef hij een belangrijk militair boekwerk over de inheemse wijze van oorlogsvoering in de Indische Archipel.

Ook zijn nog aanwezig de grafstenen van twee dominees met hun echtgenotes te weten: Rein Peaux, die van 1830 tot 1868 dominee was en Jan Hendrik Leonard Dijkman die van 1900 tot 1926 dominee was. Het Nederlands-hervormde kerkhof van Etten, een sacrale plaats en een oase van rust in het drukke centrum van Etten-Leur. Samen met de oude Nederlands-hervormde kerk, het oude gemeentehuis, de kosterswoning en restaurant De Zwaan het cultuurhistorische hart van Etten.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (5)

Adri van Oers zei op 8 juni 2009 om 19:58 uur

Het Van Gogh informatiecentrum.
Voormalige kosterswoning.
Dit gebouw meen ik met te herinneren als opnieuw opgetrokken rond de jaren 1950 >> 1960.
Is dat zo of vergis ik me?

Ik vind het verhaal echt plezierig om te lezen en interessant.
Groetjes,
Adri

Henk Buijks (namens BHIC) zei op 9 juni 2009 om 08:19 uur

Cor, ik herinner me ook nog iets met betrekking tot het kerkhof. Het moet geweest zijn in 1961, ten tijde van de eerste nieuwbouw van het gemeentekantoor, bezijden en achter het oude gemeentehuis. Ik zat in de 6e klas van de lagere school, de Gerardus Majella in de Stationsstraat. Omdat wij in een zijstraat van de Markt woonden, ontging mij weinig van hetgeen op of nabij de Markt gebeurde.
Op een ochtend hing er een ondefinieerbare, in elk geval voor mij onbekende, lucht op de Markt. Onderweg naar school hoorde ik dat er bij het gemeentehuis gegraven werd. Dat moesten we natuurlijk zien! Naarmate we dichterbij kwamen, hadden we steeds meer de neiging onze neus dicht te knijpen. Tussen het gemeentehuis en Restaurant De Zwaan was een groot gat gegraven; een enorme berg zand lag ernaast. Uit dat zand staken bleke botten en her en der lag een schedel. Ik schrok, want zoiets had ik nog nooit in het echt gezien. De werklieden maakten het allemaal nog erger door schedels op te pakken en ermee te dreigen in onze richting met de kreet: "Pietje d'n dood!" Wij ervandoor, om nog vóór 9 uur op school te zijn!
Later hoorde ik dat vroeger op die plek mensen waren begraven. Eraan terugdenkend weet ik vrijwel zeker dat er in 1961 ter plekke geen archeologisch onderzoek is verricht. De boel is gewoon geruimd zoals dat in Etten-Leur toentertijd ging.

Cor Kerstens zei op 23 juni 2009 om 21:21 uur

Beste Adri,Dat klopt.In 1959 werd de kosterswoning gesloopt en uiterlijk in dezelfde stijl herbouwd. Dat gebeurde met bouwmaterialen van de gesloopte kosterswoning en van de pastorie aan de Roosendaalseweg. Het interieur werd aangepast aan de eisen des tijds.

Cor Kerstens zei op 23 juni 2009 om 21:54 uur

Beste Henk, Wat leuk dat jij je dit nog kan herinneren. Zoals je weet is het oude gemeentehuis diverse keren richting kerkhof uitgebreid. In 1961 moet dat een van de eerste keren geweest zijn. Alleen de eerste uitbreiding staat er nog (De Schonckzaal) De rest is vervangen door het nieuwe stadskantoor grotendeels gebouwd op het trace van de voormalige Rijksweg.Het is ontworpen door architectenbureau Albers en Van Huut (organische bouwstijl).

Henk Buijks (namens BHIC) zei op 24 juni 2009 om 10:13 uur

Ik ken de situatie, Cor, want kom nog regelmatig in het dynamische hart van E-L.
En de sloop en herbouw van de kosterswoning kan ik me ook nog wel herinneren. Verder noemde je even de toen pas gesloopte hervormde pastorie. Daar zag je op de zondagmorgen de dominee in vol ornaat naar buiten komen, op weg naar de kerk, een korte afstand overigens. Voor roomse jongetjes zoals ik was dat net even anders en altijd mooi om te zien.

Al met al, beste Cor, ga door met het plaatsen van verhalen op onze site. Je ziet dat ze gelezen worden!

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 13 maart 2009 om 10:20 uur

Het Joodse kerkhof

vertelde op 14 januari 2013 om 15:38 uur

De St. Hubertuskapel

vertelde op 10 december 2009 om 14:48 uur

Graven Grintweg