i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Sint-Oedenrode
Periode: 1799 - 1967
Tags:

Het Klooster en het Marionettenstraatje

vertelde op 21 januari 2019 om 09:56 uur

In 1798 lezen we bij de taxatie van de onroerende goederen van Willem Vogels dat hij in het bezit was van de helft van de huizingen en hof genaamd ‘Het Klooster’. Koper is dan Johannes Klompers die in 1802 ook eigenaar werd van de andere helft.

Het Klooster moet volgens Adriaan Brock (1775-1834) voor 1800 een groot hecht en sterk gevaarte voor zijn tijd zijn geweest. In het gebouw was een grote en ruime kamer aanwezig, met glasramen waarin familiewapens waren geschilderd met de namen van de kanunniken Nicolaas van der Voirt en Theodorus Seegers en die van de beneficiant Jan Judocus van Schijndel, met het jaartal 1630.

In de lijsten van huiseigenaren komen we dan ook regelmatig priesters en pastoors tegen. Het gebouw behoorde toe aan het Kapittel van Sint Oda en was gelegen op den Heuvel ongeveer op de plaats waar nu de Marionettenstraat ligt.

Ten gevolge van de orkaan van 9 november 1800 is het Klooster voor een gedeelte ingestort en kwamen er kleine huisjes voor in de plaats. Bij het begin van het kadaster was Bartel Moeskops eigenaar van verschillende huisjes achter zijn huis. Aan de kant van de Heuvel stonden wat grotere huizen.

In die wirwar van huisjes huurden diverse families een woninkje in de Marionettenstraat. Vaak waren dat arme gezinnen met talrijke kinderen. Verschillende vaders en zonen vertrokken rond 1900 naar Duitsland om daar in de mijnen te gaan werken.

De huisjes op de percelen 103 en 104 werden later eigendom van Maria Maas, deze schonk de woninkjes na haar dood aan de Elisabethvereniging, die tot doel had armen mensen te steunen.

Het bestuur van de Elisabethvereniging. Zittend van links naar rechts Ant. van de Brand, Anna van de Zee-Bungener, Deken A. van Erp, Victorine Raupp. Staande Elisa Paulissen van de Laar, Gonda van de Velden, van de Brand en Maria van de Broek

Gerardus (Graat) van Zon met groentekar circa 1938

Op perceel 102 woonde de familie van Emanuel Andriesse, ook hij bezat daar meerdere huisjes.

Emanuel handelde in vee. In 1897 maakten omwonenden bezwaar tegen de oprichting van een nieuwe slagerij van Emanuel, omdat de al bestaande slagerij dikwijls een ondragelijke reuk verspreidde. Het was daardoor vaak onmogelijk op de plaats aan de achterzijde van hun woning te vertoeven. De oorzaak was waarschijnlijk te wijten aan de slechte afwatering van bedoelde slagerij.

Rechts van de ingang vanuit de Heuvel gezien, dreven op perceel 102 Gerard van Zon en zijn vrouw Carolina Noots, geboren te Bocholt België, een detailhandel in aardappelen, groenten en fruit.

Nadat Gerard in 1960 was overleden, werd in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel van het jaar 1961 'Cafetaria met verlof B' doorgestreept. Door zijn weduwe werd de zaak voortgezet tot 1967, waarna het pand werd verkocht aan de Amrobank.

Links van de ingang was het perceel 107 in 1832 bezit van de familie Van Houtum. Een latere eigenaar was Johannes Mathias Kemps, gemeentesecretaris. Na zijn overlijden volgde zijn vrouw Henderica Nieberg, winkelierster, hem op.

Gezin van Joannes van de Ven en Geertruida Swinkels met liggend Jan (1901), Woutrina (1902), Gertruda (1904) en Ambrosius (1903).

Rond 1905 wordt het pand verkocht aan Jan van de Ven en Geertruida Swinkels. Hun zoon Jan was gehuwd met Gertruda Meijs. Twee van hun twee zonen namen het pand over. Er kwam een fotografiezaak in en een winkel in schilder- en verfartikelen.

Bronnen:
BHIC, Gemeentelijk kadaster Sint-Oedenrode 1832-1971, toegang 7739.
BHIC, Notariële akten Sint-Oedenrode, toegangsnummer 7637.
BHIC, Schepenbanken 1548-1811 toegang 7636
Adriaan Brock, Beschrijving der Vrijheid Sint-Oedenrode deel I, p. 161, deel II p. 18.

Foto’s:
Collectie Jo van der Kaaij

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (3)

Hilde Jansma
Hilde Jansma bhic zei op 22 januari 2019 om 09:34 uur

Interessant verhaal, Willie, over de bewoners van dit straatje. Nu vroeg ik me nog een klein dingetje af: je schrijft dat in 1897 door omwonende bezwaar wordt gemaakt tegen de oprichting van een nieuwe slagerij. Is de nieuwe slagerij er desondanks toch gekomen?

Willie Damen van de Mosselaer zei op 26 januari 2019 om 08:48 uur

In een Hinderwetvergunning uit 1897 vroeg Emauel Andriesse (Manuel) een vergunning om zijn slagerij te vernieuwen. De slagerij was gelegen achter zijn woonhuis. Het slachtafval afkomstig van rundvee zou geworpen worpen in een ton en dan naar het land gebracht. De percelen van Emanuel waren rond 1900 sectie G 1458 de slagerij, G 1453 de open plaats en G 1454 was het woonhuis. In 1832 waren dit de huisje G 102 G 103 en G 104. Of hij de slagerij heeft mogen vernieuwen kan ik er niet uithalen. Hij geeft juli 1897 wel aan dat de slagerij niet is een werkplaats of inrichting in de zin der veiligheidswet. Voordat Emanuel de panden G 103 en 104 in bezit kreeg, behoorde ze aan de Elisabethvereniging. Met dank aan het BHIC voor het toesturen van de scans.

Hilde Jansma
Hilde Jansma bhic zei op 29 januari 2019 om 13:46 uur

Bedankt voor de informatieve reactie, Willie.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: