i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Uden
Tags:

Het ploegijzer en de schop

vertelde op 31 maart 2014 om 11:09 uur

Na de bemesting van de akker werd ‘de grond’ geploegd: de bovenlaag werd gekeerd en in de naastliggende voor gelegd. Bij deze handeling werd meteen een nieuwe geul gemaakt. Het was vooral de kunst om kaasrecht te ploegen. In de kleigebieden werd veelal vóór de winter geploegd, zodat tijdens de vorst de grote stukken kleiner konden vriezen.

Op deze foto van het ploegen zie je dat het linkse paard met beide poten in de voor loopt (net als de boer).

Onze Hof werd omgespit, zoals met een ploeg, maar eerst werd met de krabzeisie een effen, schopbreed pad gemaakt. Het uitgespreide mest werd met de bovenlaag in de naastliggende voor gedeponeerd. Daarna werd de aarde van dit pad met de skup omgekeerd op het juist aangebrachte mest gelegd, zodat ook het onkruid begraven werd.

Het daarbij gebruikte gereedschap, de krabseizie, had een lange steel. Aan het einde zat een geknikte, driehoekige stalen plaat die aan de lange voorzijde gescherpt was. 

Hier kwam geen paard aan te pas en na een paar voren gespit te hebben, begon je rug pijn te doen. Het was meteen een boetedoening, want meestal gebeurde dit zware werk in de Goede Week.

Hoe verder je vorderde, hoe groter het gedane stuk werd en hoe kleiner wat er nog restte. Op het einde kreeg je plezier in je werk en na afloop een pluimpje van Moeke. Dan lag Den Hof er met Pasen gaaf en zwart bij. Dan werd ook de indeling bekeken voor het zaaien en planten van de groenten.

In de zeventiger jaren groeide er een nieuwe opvatting onder de volkstuinders om de vruchtbare bovenlaag niet meer onder te spitten. Daarmee kwam de 'tuinvork' of 'riek’ in zwang. Het zware werk was voor de oudere heel normaal! (Mijn schoonvader zei, wanneer je wat kieskeurig werd: Je hebt werk- en luxepaarden.)

Met de huidige spitvork wordt niet gespit, maar 'gewoeld'. Dit gereedschap wordt woelvork of grelinette genoemd, de grond wordt belucht zonder verstoring van de bodemlaag. Ook was er een discussie of aardappelschillen wel als compost gebruikt konden wordenen, omdat deze behandeld waren tegen het uitlopen.

Pèrke van den Oever, groenteboer, had naast onze bogerd een stuk grond en bewerkte dat met een houten ploeg, getrokken door het paard. Bij dit werktuig was het ploegijzer niet kantelbaar en hij ploegde dan ook rondjes om de akker, het eindigde altijd met een dubbele voor. Tegenwoordig zie je alleen nog werk- of trekpaarden bij een boeren- en ambachtendag, verder zijn het allemaal troetel- of rijpaarden geworden.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: