skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper Bhic

Het proces tegen Jan Petersz de Jongh

Joan Bos
vertelde op 4 augustus 2016 om 14:00 uur
Een roversbende, die bekend werd als de “Bende van de Witte Veer”, opereerde in de 20-er jaren van de 18e eeuw vanuit de moerassen tussen ’s-Gravenmoer-Capelle, Loon op Zand en Waspik. De bendeleden onderhielden contacten met de plaatselijke bevolking, die de gestolen waar (ver)kocht en vaak, in geval van gevaar, de bendeleden waarschuwde.

Mijn voorouders Jan Petersz de Jongh alias Horeman (1663-1742) en diens vrouw, Jenneke van Oosterhout, werden verdacht van heling van door de bende gestolen spullen.

Jan Petersz de Jongh alias Horeman was herbergier op de Zandschel nabij Loon. In juni 1725 werd Jan met zijn huisvrouw, Jenneke van Oosterhout, opgesloten in een vuile, stinkende kerker in het kasteel van Loon. Otto Juijn, drossaard van Loon, daagde hen voor het gerecht vanwege het verschaffen van voedsel en drank aan en heling van goederen van criminelen. Bij het langdurige proces waren de schepenen Cornelis Verhagen, Nicolaes Mouthaen, Thomas van Vucht en Lambert Nouen betrokken.

Kasteel Loon op Zand rond 1690Op 16 juni 1725 werd een inventaris opgemaakt van de goederen die op de 15e door drossaard Ottho Juijn in beslag waren genomen in het huis van Jan Petersse de Jongh en diens vrouw, beiden gevangen op het kasteel.

De drossaard stelde dat "het op straffe verboden is aan heiden [zigeuners, red.], landlopers en vagebonden onderdak en kost en drank te verschaffen en dat verdachten dit wel hebben gedaan en ook gestolen goederen aangenomen hebben."

Op 27 juni 1725 was er sprake van "diefstal van een schaap door Willem de Cadet van Hendrick van Wesel, hetwelk door De Jongh is gekocht". Op 30 juli 1725 werd opgetekend: "gevangenen hoeven niet meer gescheiden te zitten".

Drossaard Juijn riep verschillende getuigen op om verklaringen over het echtpaar af te leggen.
Francis van Dijck en Piero Genet legden op 6 augustus 1725 een verklaring af over 'heidenen' die ongeveer twee jaar geleden verbleven in het huis van Jan Petersse de Jongh alias Hoornman.
Jenneke Janssen Kop, weduwe van Hendrick Jansse van Pinxteren en wonende op de Zandschel, legde op 22 augustus 1725 een verklaring af over de zigeuners, die hebben verbleven in het huis van Jan Hooreman en Jenneke van Oosterhout.

Op 27 augustus 1725 werd opgetekend: "het echtpaar zit in een vuile, stinkende kerker opgesloten, waar hun gezondheid in gevaar kan komen".

Maar Jan de Jongh en Jenneke van Oosterhout gaven zich niet zomaar gewonnen. Catharina de Jongh, wonende aan het einde van de Loonse Dreef, legde op hun verzoek een verklaring af op 6 september 1725. Jan van Oosterhout en Dirck Rijcken deden hetzelfde op 15 november 1725. 

Adriaen de Helt, meester-ketelbuter of koperslager, legde op 11 juni 1726 een verklaring af over een pistool dat hij van Jan Petersse de Jongh alias Horenman gekregen had ter reparatie. 

Na een proces van ruim een jaar werden de beide verdachten, mijn voorouders, vrijgesproken.

Reacties (6)

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 5 augustus 2016 om 11:53
Mooi verhaal Joan, en gelukkig met een happy end.
Joan Bos zei op 5 augustus 2016 om 19:13
Ja, een ander voorouderpaar (Van Diemen-De Haan) werd wel opgehangen op 22-06-1724 wegens heling van spullen van de Bende met de Witte veer, dus de familie De Jong had enorme mazzel.
Klaas de Graaff zei op 15 augustus 2016 om 16:26
Met de bijl
In de vroege ochtend van 15 oktober 1868 kwam de twaalfjarige Maria de Dalie uit Oisterwijk bij de buren met de mededeling dat haar vader dood was. De buurman die met haar meeging kwam er al snel achter dat er weinig te redden viel: Jan Korthout, de stiefvader van het meisje lag met een gapende hoofdwond op bed. Voor het huis lagen een bijl, een bebloed kussensloop en laken, als stille getuigen van het drama dat zich daar de avond tevoren had afgespeeld.
Petronella Roestenburg had als weduwe zeven jaar ellende moeten ondervinden. Haar tweede man was een notoire dronkaard, die zijn gezin terroriseerde, sloeg de vijf kinderen bont en blauw en verkrachtte zijn stiefdochter Maria meer dan eens. Op de bewuste avond sloegen de stoppen bij haar door, greep ze de bijl en hakte daarmee als een waanzinnige op de inmiddels in roes geraakte echtgenoot in. 22 Slagen telde de patholoog-anatoom achteraf.
Hoewel in 1868 op moord nog de doodstraf stond, werd er al lang geen moordenaars meer opgehangen of gewurgd. Voor Petronella vroeg de advocaat gratie met de achtergrond van haar gruwelijke daad. De Hoge Raad die de koning moest adviseren over gratie-aanvragen was zeer onder de indruk van het gebeurde en stelde zelfs voor om de straf te reduceren tot één jaar. Maar dat vond de starre minister van Justitie Van Lilaar wel te gek, zodat de straf drie jaar werd; toch nog een ongekend lage straf. Van alle gegratieerde doodstrafzaken is dit de laagste straf. Meestal volgde levenslang of 30 jaar.
Daarbij kwam dat Petronella ook nog in de gevangenis van Den Bosch haar straf mocht uitzitten, want veroordeelde vrouwen moesten deze in de vrouwengevangenis te Gouda ondergaan.
Toen zij in 1872 vrij kwam bleef zij niet bij de pakken neer zitten: zij hertrouwde in dat jaar met de Belgische marskramer Louis Louwagie, waarna zij in Rijsbergen ging wonen en in 1880 naar Nispen verhuisde. Helaas was ook dit huwelijk geen lang leven beschoren: in 1881 werd Louis dood aangetroffen. Over de doodsoorzaak is niets bekend. Een vierde echtgenoot vond zij in het Belgische Brassaat. Het was Petrus Haest, die ook al vroegtijdig de pijp aan Maarten gaf op 3 april 1883. De laatste huwelijkspartner was evenwel niet onvermogend, maar haar huwelijksgeluk vond zij ten slotte bij Jacobus Veresen in het Belgische Kapellen, waar zij zelf in 1899 het bijltje erbij neer legde, 73 jaar oud.
Herman van Boxtel zei op 16 augustus 2016 om 00:20
De bende van de witte veer was berucht, en niet voor niets, vele jaren geleden heb ik mee gewerkt aan het onderzoek naar de bende met als resultaat een boekwerk met alle details. Mijn vader en al mijn voorouders komen uit Kaatsheuvel vandaar mijn medewerking voor de toenmalige heemkundekring Kaatsheuvel. Voor zover ik weet hebben mijn voorouders nooit iets met de bende te maken gehad, maar het blijft een fascinerend verhaal.
Hanneke van der Eerden
Hanneke van der Eerden bhic zei op 16 augustus 2016 om 16:25
Dan mag je de titel en schrijvers van het boek ook wel geven. Lijkt me een bijzonder spannend verhaal
Herman van Boxtel zei op 16 augustus 2016 om 21:37
Het is ook een "spannend" verhaal Hanneke, maar ook een horror verhaal het is alweer jaren geleden dat ik er aan meewerkte. In tegenstelling tot wat ik melde is er toen geen boek verschenen, dat is een vergissing, wel is het hele verhaal uitgebreid gepubliceerd in het periodiek Strol Zaand (1986 - 2000) van de Toenmalige, niet meer bestaande Heemkundekring te Kaatsheuvel.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

Doe mee en vertel jouw verhaal!