i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Beugen en Rijkevoort
Tags:

Het spook van Ingenloo

vertelde op 24 april 2013 om 09:25 uur

Het versterkte huis Ingenloo, gelegen op de oostelijke oever van de Maasmeander de Vilt bij Beugen, komt voor het eerst voor in een akte van 1534. De twee natuurlijke zonen van pastoor Pancras Goris, Pancras jr. (1548) en Gregorius (1549) zouden op Ingenloo zijn opgevoed. Op 23 december 1694 ontving jonker Abraham van Dael van de Leenhof van Cuijk het goed Ingenloo in leen.

Bij het huis hoorden 23 morgen land. De familie Van Dael was destijds woonachtig te Weeze, waar zij eigenaar was van het riddergoed Huest. Abraham was getrouwd met juffrouw Anna Mechtild Coegel. Op 26 maart 1737 werd zijn neef Gerard Wilhelm van Dael beleend met Ingenloo. In diverse Beugense schepenakten wordt hij genoemd als “leenheer van het Groote Loo”. Hij stierf op 23 augustus 1783 en op 4 augustus 1784 werd zijn zoon Frans Antoon van Dael beleend met Ingenloo.

Waarschijnlijk raakte het Huis Ingenloo na de Franse tijd snel in verval. Op kaarten uit 1866 wordt Ingenloo al niet meer vermeld. Er doet met betrekking tot Ingenloo ook een oud verhaal de ronde over de ongelukkige joffer Van Dael, die rond 1694 op Ingenloo woonde. Zij kreeg een liefdesrelatie met een Duits edelman. Hij was een ijdele praatjesmaker, maar de jonkvrouwe Van Dael was voor zijn figuur en vleiende woorden gevallen. Nadat hij de jonkvrouwe had bezwangerd, was de ‘edel’ man echter met de noorderzon vertrokken.

Gebroken van verdriet gooide de Joffer de ring die zij van hem had gekregen, in het water van de Vilt en verklaarde nooit meer rust te zullen vinden. “In mijn leven niet, en daarna ook niet!”. Het buitenechtelijk kind dat geboren werd, was een jongetje. Het was ziekelijk en apathisch en lag steeds in bed te slapen. Het jongetje stierf jong. De moeder raakte haar verstand kwijt en ‘dwaalde’ steeds rond bij de Vilt. Uiteindelijk haalde haar familie haar terug naar Weeze, waar ze op jonge leeftijd is overleden.

Sinds die tijd zou het spoken rondom Ingenloo. Van mevrouw Denen te Beugen vernam ik nog in 1994 een verhaal, dat zij van haar vader had gehoord. Toen haar vader op een dag in de Vilt op het land ging werken, hoorde hij vanuit de struiken een stem van een vrouw om hulp roepen. Hij ging op onderzoek uit, maar kon niets vinden. De volgende dag gebeurde dit opnieuw en het ging zo nog enige tijd door.

Op een gegeven moment vertelde hij dit aan de pastoor. Die gaf hem de raad: “als je de stem opnieuw hoort, moet je zeggen 'Als gij van God komt, dan spreekt, maar als gij van de duivel komt, dan wijkt!'”. De boer volgde dit advies op. Daarop sprak de vrouwenstem: “Wilt u niet voor mij bidden, want ik kan niet in de hemel komen.” De boer heeft hierop op zondag in de kerk voor haar gebeden. Daarna heeft hij de stem niet meer gehoord. Hij was ervan overtuigd dat het de stem van de ongelukkige joffer Van Dael is geweest.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (2)

Eric van Daal zei op 11 april 2016 om 22:10 uur

Ik heb nog een kleine correctie op dit verhaal. De vrouw van jonker Abraham van Dael heette niet Anna Mechtild Coegel. Dit is een schrijffout. Haar naam was Anna Mechtildis (van) Vogell. Zij was in 1660 in Gendringen geboren als dochter van Otto Vogell, heer van De Wildt, en Odilia van Erckel.

Hanneke van der Eerden
Hanneke van der Eerden bhic zei op 13 april 2016 om 08:38 uur

@Eric, dank je wel voor deze aanvulling

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 16 december 2010 om 18:19 uur

Moorddadig Morenbos?

vertelde op 22 februari 2009 om 14:44 uur

Duuvelsklökske

vertelde op 12 september 2013 om 13:00 uur

Het spook van Tongelaar