i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Alem, Maren en Kessel
Tags:

Hoe Het Wild zich verplaatste (1945-1950)

vertelde op 19 april 2009 om 10:20 uur

In het najaar van 1944 trokken de geallieerde troepen op om ’s-Hertogenbosch te bevrijden. In deze periode werden langs de Maas enorme verwoestingen aangericht door de vechtende partijen. Ook het buurtschap ’t Wild werd in oktober 1944 bijna compleet verwoest.

Uit: Wederopbouwplan 1947-1950Alle 23 huizen van het buurtschap stonden op of direct aan de Maasdijk. Dat was ook nodig, omdat de Beerse Maas het gebied daarachter regelmatig onder water zette.

In het vroege voorjaar van 1945 werd voor de wederopbouw van de dorpen in de gemeente Alem, Maren en Kessel de commissie “Dorp in de Polder” ingesteld. Het was een zware commissie: de dijkgraaf van het waterschap de Maaskant (tevens burgemeester van Oss) was voorzitter, en verder zaten daarin de ingenieur van het waterschap, de voorzitter van de afdeling Heesch van de N.C.B., de voorzitter van de ruilverkavelingscommissie Laag Hemaal en Lith, het hoofd van de Landbouwschool in Oss en een hoofdbestuurslid van de N.C.B. De commissie kwam dan ook met een gedegen rapport over de uitgangspunten.

Voor wat betreft Het Wild waren er zowel waterstaatkundige als stedebouwkundige bezwaren tegen wederopbouw van de huizen op de dijk (en het was zoals gezegd ook niet meer nodig voor de veiligheid). Het nieuwe dorpje moest aan de andere kant ook weer niet al te ver weg van de oude plek komen te liggen, zodat er op gerekend kon worden dat de vroegere bewoners zich daar wilden vestigen.

De geplande locatie lag wat hoger en op een kruising van enkele wegen, wat economisch gezien gunstig geacht werd. Daarop vooruitlopend werden er meteen al noodwoningen neergezet.

Plankaart Het Wild, uit het Wederopbouwplan 1947-1950In december 1945 ontwierp de Provinciale Planologische Dienst op basis van die uitgangspunten een wederopbouwplan voor Het Wild. De provinciale weg zou op de kruising met de weg naar Oss verbreed worden tot een driehoekig pleintje (de “brink”).

Daar zou eventueel ook de school komen en een strookje dubbele woon- of winkelhuizen. Langs de overige wegen was ruimte voor vrijstaande woningen of boerderijen. De Griend bleef in dit plan onbebouwd.

Het “brink”-idee was kenmerkend voor het denken van die tijd. Zo’n centraal dorpsplein werd gezien als onmisbaar onderdeel van het ideale Hollandse dorp. Ook de nieuwe vestigingen in de IJsselmeerpolders getuigen daarvan.

We zien hier de grote invloed van wat in de architectuur en stedenbouw de “Delftse school” is gaan heten. Daarvan getuigen ook de eerste huizen van Het Wild: eenvoud, baksteen, historiserende elementen als luiken voor de ramen en eigen stoepen.

Het wederopbouwplan werd in augustus 1947 aan Gedeputeerde Staten voorgelegd, dat het vervolgens doorstuurde naar het College van Algemene Commissarissen voor de Wederopbouw. Dat college stelde het uiteindelijk op 14 januari 1950 vast. En zo werd de kern van Het Wild een paar honderd meter verplaatst (overigens zonder dat de bewoners daar nu veel in te zeggen hadden gehad).

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: