i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Sint-Oedenrode
Periode: 1900 - 1940
Tags:

Hoeve Ten Neul

vertelde op 29 november 2017 om 14:05 uur

In het boek ‘Beschrijving der Vrijheid Sint-Oedenrode’, geschreven door Adriaan Brock, staat in deel II bladzijde 140 een beschrijving van het goed ‘Ten Neul’ als zijnde leenroerig aan de Leenhove van Brabant. Het zou een van de grootste hoeven van de Vrijheid zijn. Het lag en ligt er nog altijd, aan de oever van de Dommel aan het Cathalijnepad.

 

 Hoeve Ten Neul, 2017

Daar het dicht bij de Dommel ligt, gebeurde het nogal eens dat de hoeve in die tijd onder water kwam te staan. Zo gebeurde dat ook in de maand januari van het jaar 1643. Brock schrijft op bladzijde 170  -  en we vinden het ook terug in de oude protocollen  -  dat het water zo hoog steeg door hevige regenval, dat de Hambrug geheel onder water kwam te staan en dat de Hoge Vonder zo diep in het water stond, dat het water over de leuningen stroomde. Ook liep het water door de huizingen, beestenhuis, bakhuis en schuur van de Hoeve Ten Neul.

Talloze eigenaren en pachters heeft Ten Neul in al de afgelopen tijden gehad. In 1913 verkocht Petrus Joseph Cijrilis van der Hagen, van beroep koopman, de hoeve aan de ‘Maatschappij van Welstand voornamelijk onder landlieden’, gevestigd te Breda. De hoeve werd op dat moment verhuurd aan Antonius, Cornelius, Adrianus en Johannes van der Sande, allen landbouwers te Sint-Oedenrode.

De volgende pachter van de hoeve is Antonius de Bie met zijn vrouw, drie kleine kinderen, zijn moeder en de broer van zijn vrouw. Hij houdt er behalve veel kippen, zes koeien, twee stuks jongvee, een stier, vijf varkens, twee paarden en een schaap.

De inspecteur van de Maatschappij noteert in zijn inspectierapport dat het huis er vrij verveloos uit ziet, terwijl in het dak van de schuur een groot gat gewaaid was. Zijn inziens zal bij het herstellen hiervan overwogen kunnen worden of de vrij bouwvallige schuur wel in de tegenwoordige grootte moet worden gehandhaafd.

De inspecteur, wiens bezoek onder gunstige weergesteldheid plaats vond, was echter wel heel tevreden over de bedrijfsresultaten. "Zonder twijfel hebben ook de voor de landbouw gunstige jaren meegewerkt alsook de goede verhouding van de Maatschappij met de pachter."

Bij een bezoek in 1921 merkt de inspectuer op: "ons trof de onzindelijkheid van huis en bewoners. De algemene toestand van de gebouwen zag er niet rooskleurig uit. Op vele plaatsen van het houtwerk ontbreekt alle verf. Het geheel maakte een vervallen indruk. Volgens de mededeling van de bewoners zou de kwaliteit van het drinkwater veel te wensen over laten. De melk gaat naar de fabriek."

In 1928 staat in het rapport dat het gezin veel te kampen heeft met ziekte. Een der kinderen heeft reumatiek als gevolg van het oude, vervallen en vochtige huis. Het drinkwater is afgekeurd en men is bang dat het huis onbewoonbaar verklaard gaat worden, het gezin maakt begrijpelijk geen vrolijk indruk.

De grond lijkt heel goed, het geheel ligt aardig aan een dode arm van de Dommel. In 1931 volgt dan de sloop en wordt de bouwkundige L. Damen uit Heeze met de uitvoering van de nieuwbouw belast.

Bronnen
BHIC: Toegang 212, inventarisnr. 162, Maatschappij van Welstand in Breda en Eindhoven, 1822-1990.
Gemeentelijk kadaster Sint-Oedenrode 1832-1971.
W. de Vries, 150 jaar Welstand (Tilburg, 1972).

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 18 maart 2008 om 13:15 uur

Oud-Melle

vertelde op 11 februari 2008 om 15:35 uur

Brouwerijboerderij

vertelde op 14 februari 2008 om 16:12 uur

Hofstede De Blaak