i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Sambeek
Periode: 1873 - nu
Tags:

Hoog Bezoek: Bouwvakkers blij met Sambeeks klooster

vertelde op 14 juni 2017 om 15:14 uur

In Hoog Bezoek belicht De Gelderlander de periode 1895-1928 aan de hand van de werkbezoeken van commissaris van de Koningin Van Voorst tot Voorst. In samenwerking met het Brabants Historisch Informatie Centrum. Vandaag aflevering 9: klooster Sambeek.

Op 3 mei 1902 noteerde de commissaris van de Koningin, na zijn bezoek aan Sambeek:  ‘het klooster der Redemptoristinnen is zeer rijk; altijd wordt er gebouwd en gebroken; wat de eene overste opbouwt, wordt door de andere weer afgebroken; metselaar en timmerman verdienen er zeer veel geld aan.

Overdrijven kon de commissaris wel. Er werd natuurlijk niet dagelijks gesloopt en gebouwd in het klooster van de ‘rooi nonnen’, zoals de Redemptoristinnen in de volksmond werden genoemd. Feit is wel dat er in de beginjaren, vanaf de oprichting in 1873, flink werd getimmerd. Het Rijke Roomsche Leven zal de Sambeekse metselaars en timmerlieden geen windeieren hebben gelegd.

Wie het huidige monumentale complex aan de Grotestraat in Sambeek beziet – klooster, kapel, kloosterboerderij en grote ommuurde kloostertuin – kan zich moeilijk voorstellen dat het ooit uit een woonhuis van één verdieping is ontstaan. Dat huis stond aan de Grindweg, zoals de Grotestraat toen nog heette, ongeveer ter hoogte van de huidige entree van het klooster. Het was het ouderlijk huis van een priester, Frans Peters.

Het klooster van de 'rooi nonnen' (foto: Geurt Franzen, 2017)Sambeek heeft zijn eerste klooster te danken aan de Duitse staatsman Otto von Bismarck (1815-1898). De architect van het ‘tweede’ Duitse Keizerrijk was protestant en voerde een felle strijd tegen de katholieken. Die ‘Kulturkampf’ hield een verdrijving in van kloosterorden. Toen het de Redemptoristen in 1873 in Duitsland te heet onder de voeten werd, zochten ze hun heil in Nederland. Pater Peters wist de mede-erfgenamen van het ouderlijk huis in Sambeek tevreden te stellen en stelde de woning ter beschikking. Het huis bestond uit een bouwlaag op de begane grond met enkele kamers en een zolder. Ook was er een tuintje. Nog tijdens de verbouwing – aan de voorzijde werden muren gesloopt zodat er ruimte kwam voor een kapel - bleek dat de Duitse paters in Luxemburg terechtkonden. Besloten werd het pand dan maar als juvenaat in te richten, voor studenten van de congregatie. Ook dat ging niet door. Omdat het klooster in Wittem, waar vrouwelijke leden van de congregatie woonden, uit zijn voegen barstte, werd het Sambeekse klooster-in-wording een nonnenklooster. Najaar 1874 kwamen de eerste zusters er wonen. Er waren nog geen kachels en de naderende winter zou zijn tol eisen: twee zusters overleefden de kou niet.

Beetje bij beetje werd het gebouw uitgebreid. In 1882 werd de huidige kapel gebouwd, in 1889 gevolgd door twee vleugels. Tussentijds werden de nodige veranderingen doorgevoerd; in 1925 werd in de kloostertuin, evenwijdig aan de Grotestraat, een kloosterboerderij gebouwd. In het klooster woonden slotnonnen; die mochten geen contact hebben met burgers. Ook in de boerderij, het Jozefhuis genaamd, waren de werkruimtes voor nonnen en boerenknechts gescheiden.    

De uitbreiding van het klooster geeft een aardig beeld van de gewijzigde religieuze verhoudingen in de 19e eeuw. De eerste aankoop om het klooster te kunnen vergroten was die van het naastgelegen Steenhuis, waarin de joodse meneer Cohen woonde en dat tot 1834 dienst deed als protestantse kerk. Enkele jaren later kreeg Sambeek een tweede klooster, dat van de Dominicanessen.

Illustratie

Het klooster van de 'rooi nonnen' (foto: Geurt Franzen, 2017)

Dit verhaal verscheen eerder in dagblad De Gelderlander.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: