i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Uden
Periode: 1945 - 1970
Tags:

Houwkes zijn peultjes, maar peultjes geen houwkes

vertelde op 18 september 2017 om 12:52 uur

Op het platteland had vroeger iedereen vóór het huis een bloementuintje. Achter de woning werden de groenten geteeld. Tegenwoordig is de voortuin uitgebreid met een gazon en soms is een groot deel gereserveerd voor de inrit naar de garage van ons vervoermiddel. Voor het telen van groente huurt men een volkstuin.

Wanneer er achter het huis voldoende ruimte was, teelde men de groenten voor ‘wat de pot ons schaft’, de verse warme maaltijd, of voor de inmaak ten behoeve van de komende maanden. In onze ‘Hof’ kwamen daar in de veertiger jaren tomaten, witlof en houwkes bij, zoals Moeke ze noemde.

In de groentewinkel zocht ik later naar die houwkes en vond ze onder de benaming ‘peultjes’. Ik vermoedde dat het woord houwkes Udens dialect was. Thuis werd alleen boeres gesproken. Het was daardoor moeilijk op school beschaafd Nederlands te spreken, het is toch je moedertaal.

Bij een van m’n IVN-wandelingen gaf de natuurgids een duidelijk antwoord op de woordspeling. Een hauw heeft in de zaaddoos overlangs een vliezig tussenschot. Daaruit begreep ik dat onze houwkes niet tot de familie van de hauw, maar tot die van de peulen behoren. Het was verkeerd doorgegeven en daarmee waren m’n lange jaren van discussies voorbij.

Na het plukken van de peulen werden ze ‘gerengd’, dat is ontdaan van de puntjes en draadjes die aan de naden van boven- en onderzijde zitten. Deze handeling, die in het Nederlands ‘rangen’ wordt genoemd, is tegenwoordig overbodig. Thuis werden in ‘den Hof’ peulvruchten geteeld, zoals tuinbonen; staak- of snijbonen; prinsessen-, breek- of sperziebonen; boterbonen; witte of bruine bonen en erwten. Peultjes waren een delicatesse voor mijn vrouw.

Koolzaad en Judaspenning

Ik ging op zoek naar een Hauwsoort en vond die al dicht bij huis: Koolzaad en Judaspenning. Laatstgenoemde bloeit in het voorjaar paars. Na de bloei vormt deze plant een eivormige zaaddoos. Het tussenschot is dun vliezig, de zaden zitten aan het buitenschot gekleefd. Met tegenlicht kun je het aantal zaden in de zaaddoos tellen.

Ik zie het als muntgeld, opgeborgen in een doorzichtige geldbuidel. Judaspenning wordt als droogbloem in boeketten verwerkt. De benaming Judaspenning en Zilverlingen wijzen op de beloning die Judas ontving na het verraad van Christus. 

Op een perceel ’Achter het Retraitehuis’ waren aardappelen gepoot. In de oogsttijd hoorden we tijdens het rapen het geluid van de openspringende zaaddozen van de brem uit de nabij gelegen heide ‘Het Buske.’

Op de afbeeldingen van geopende zaaddozen van drie plantsoorten is het verschil duidelijk zichtbaar tussen een hauw en peul. Bij de Judaspenning en de peul rest de stamper, overgebleven na de bloei. Bij de geopende peul, zonder tussenschot, zitten de zaden als een ritssluiting aan de schilden vast.

Ik ben heel benieuwd of er onder de lezers vroeger thuis ook de benaming’ werd gebruikt? Opvallend: op de LTS droeg onze theorieleraar de achternaam 'Peulen'.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (6)

Cor van den Broek, Bruukske zei op 8 oktober 2017 om 09:37 uur

Dag Rini.
Erg interessante uitleg over de peultjes. dank daarvoor. Echter, volgens het woordenboek: "Ut Újes, un streektaol mi klank, wèrremte èn gevuul," wordt hoouwkes met dubbel o geschreven want men spreekt hier van een lange ou. Deze lange klankt vindt men ook terug in aauw, oud en loouw, lauw.

Rini. zei op 9 oktober 2017 om 21:48 uur

Beste Cor van het, Bruukske.
Aangezien ik niet in het bezit ben van het Újes Woordenboek, dat ook niet
meer te koop is, vind het heel attent dat een Újenaar de schrijfwijze verbeterd.

Rini. zei op 14 oktober 2017 om 00:17 uur

Voor de afbeelding bij dit verhaal kocht ik een zakje peulen bij de supermarkt, afkomst uit Zimbabwe, natuurlijk rengde ik deze niet.
Bij het eten daarvan zat me mond vol met de draadjes, dus de volgende keer toch, rengen, of de Hollandse in het seizoen niet.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 15 oktober 2017 om 16:09 uur

Peulen uit Zimbabwe, da's toch weer heel iets anders dan uit eigen tuin, Rini. Dat blijkt maar weer ;)

Rini de Groot. zei op 31 mei 2018 om 15:59 uur

Het verheugd mij dat bovenstaand verhaal in:
'Brabants' Kwartaalblad over Brabanders en hun taal, geplaatst is.

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 1 juni 2018 om 08:39 uur

Dat is inderdaad leuk nieuws Rini, daar mag je trots op zijn (en wij ook !)

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 3 september 2013 om 12:59 uur

De Franciscushof

vertelde op 29 september 2016 om 09:40 uur

Tuinknecht in Soeterbeek