i

Dit verhaal gaat over:

Periode: 1885 - 1932
Tags:

Ir. C.W. Lely (1885-1932)

vertelde op 23 september 2009 om 09:25 uur

Cornelis Willem (Wim) Lely had echt een aardje naar zijn vaartje. Dat was namelijk de waterbouwkundige Cornelis Lely. Wim studeerde in 1908 af als ingenieur en trad in 1909 in dienst bij Rijkswaterstaat. Zijn eerste standplaatsen waren Tilburg en Oosterhout, waar hij werkte aan de aanleg van het Wilhelminakanaal.

Al vanaf 1910 publiceerde hij baanbrekende artikelen, waarin hij zich liet kennen als een uitstekend theoreticus en wiskundige die enorm bijdroeg aan de kennis van waterstanden, waterverdeling, stromingen enzovoorts. Zijn inzichten maakten veel nauwkeuriger berekeningen mogelijk. Vanaf 1917 publiceerde hij specifiek rapporten over de problematiek van rivieren en was hij betrokken bij de verbetering van stromen als de Linge, de IJssel en kanalen in Twente.

Lely had het niet zelf uitgevonden, maar bij Rijkswaterstaat was hij wél de eerste die kon berekenen hoe een zogenaamd “gemengd kanaal” kon worden aangelegd. Dat is een kanaal dat zowel geschikt is voor irrigatie (waarvoor hoge stroomsnelheid gewenst is) als voor de scheepvaart (waarvoor een lage stroomsnelheid beter is).

In 1919 werd Lely geïnstalleerd als lid van de Staatscommissie Jolles. Deze commissie had de taak om te onderzoeken hoe de Beerse Overlaat opgehoogd kon worden, om een einde te maken aan de al eeuwen optredende wateroverlast in het gebied van Grave tot Den Bosch. Het commissieadvies was de overlaat met 50 cm te verhogen, wat in 1922 werd uitgevoerd.

Bij de overstromingen van februari 1926 bleek al dat dit onvoldoende was. Jolles was inmiddels overleden en een nieuwe commissie oprichten zou te lang duren, dus om tijd te besparen kreeg Lely de opdracht om met een betere oplossing te komen. In juli kwam Lely met de volgende aanbevelingen:

  • Tussen Grave en Blauwe Sluis moesten 10 scherpe bochten worden afgesneden waardoor de rivier met 19 km werd ingekort.
  • Het zomerbed moest worden verbreed en verdiept.
  • De uiterwaarden moesten worden afgegraven, waardoor ze dieper kwamen te liggen.
  • De bemaling moest worden aangepast.
  • De Beerse Overlaat moest voorgoed gesloten worden.

Lely was bovendien de zomer van 1918 niet vergeten: toen stond er op het diepste punt bij Maasbracht nog maar 4 cm water in de Maas. Er moesten dus ook stuwen en schutsluizen komen om de scheepvaart het hele jaar door op gang te houden.

Al deze ingrepen samen zouden ƒ 45.000.000 kosten. Een beetje duur vond men indertijd. Het plan werd daarom vereenvoudigd en in 1929 begon onder leiding van Lely de Maasverbetering.
Deze werkzaamheden zouden tot en met 1936 duren en vielen dus grotendeels samen met de Crisistijd. Veel van de arbeiders zaten dan ook in de werkverschaffing, waardoor de kosten verder konden worden gedrukt.

Lely zelf heeft de afronding van de werkzaamheden niet meer mogen meemaken (hij verongelukte in 1932 in Engeland). De resultaten van zijn letterlijk grensverleggend werk (de grens tussen Noord-Brabant en Gelderland werd gewijzigd volgens de nieuwe loop van de Maas) zullen nog tot in lenge van jaren zichtbaar blijven (voor wie het wil zien)...

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (2)

voigt zei op 14 november 2011 om 21:36 uur

De foto is niet van C.W. Lely, maar van zijn vader Dr.Ir.Cornelis Lely 23-09-1854 tot 22 -01-1929

Paul Huismans bhic zei op 17 november 2011 om 15:32 uur

@ Voigt. Natuurlijk hebt u helemaal gelijk. We zijn blij, dat onze bezoekers zo oplettend zijn en ons ook op onze fouten wijzen. Zoals u ziet is het plaatje van Lely sr. inmiddels vervangen.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: