
Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.
Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)
Meer informatie over de chat-service? Klik hier
Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.
Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)
Meer informatie over de chat-service? Klik hier
Op 23 juli 1910 haalde Hendrik Sangster zijn HBS-diploma in Haarlem, waarna hij ging studeren aan de Technische Hogeschool van Delft. In januari 1915 behaalde hij zijn ingenieursexamen. Als verse civiel ingenieur werd hij opgeroepen voor militaire dienst en ingedeeld bij de Genie. In de nasleep van de Eerste Wereldoorlog zocht het neutraal gebleven Nederland naar manieren om het zwaar geteisterde Noord-Frankrijk te hulp te komen.
Ingenieurs van Rijkswaterstaat gingen hun collega’s in Lille helpen bij het herstel van vaarwegen, bruggen en wegen. En er lag nóg een plan: de barakken die duizenden Belgische vluchtelingen hadden gehuisvest in de vluchtoorden Uden en Nunspeet, zouden opnieuw dienst kunnen gaan doen voor dakloze Fransen. Sangster kreeg de opdracht om dat project uit te voeren.
In 1919 vertrok Sangster naar Lens in Noord-Frankrijk om te gaan bouwen aan wat de Cité Hollandaise zou gaan heten. Het was niet een kwestie van simpel afbreken, vervoeren (wat nog lastig genoeg was in die naoorlogse periode) en weer opbouwen. Sangster ontwierp de plattegrond van het nooddorp en paste de woningen ook aan de Franse smaak aan: het werden chalets. Ook bij Liévin kwamen twee van deze dorpen. Op 12 juni 1921 (een week na de geboorte van zijn eerste zoon) werd de Cité Hollandaise overgedragen aan de Fransen. Inmiddels was Sangster in augustus 1920 getrouwd met Christina Wilhelmina (Wil) Warnaars.
In augustus 1921 keerde het gezin Sangster terug naar Nederland, waar Hendrik in dienst trad van de net opgerichte NV Waterleiding Maatschappij Noord-West-Brabant in Oudenbosch. Hij ontwierp dertien watertorens en twee pompstations voor dit bedrijf. Eind 1924 werd het eerste water geleverd en in 1925 zat het werk er voor Sangster definitief op in West-Brabant.
Hij vestigde zich als zelfstandig architect in Den Haag. Als zodanig zou hij nog meer watertorens ontwerpen, onder andere in Zutphen, Aalsmeer en Naaldwijk, en nog in de jaren ’30 opnieuw voor de West-Brabantse Waterleiding Maatschappij. Van de in totaal 19 torens die Sangster heeft ontworpen, zijn er in 1944-1945 acht vernietigd door oorlogsgeweld, de negende is in 1985 afgebroken.
In 1927 werd Sangster tevens plaatsvervangend hoofdredacteur van het weekblad De Ingenieur. Hij combineerde beide banen in hetzelfde kantoor van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs aan de Prinsessegracht 23, tot aan zijn pensionering in 1957. Vanaf 1947 was Sangster algemeen secretaris van het Instituut en tevens hoofdredacteur van het weekblad. Gedurende deze jaren kreeg Sangster allerlei opdrachten, van woonhuizen en villa’s tot de vergroting van een zwembad aan de Mauritskade in Den Haag en kantoren (onder andere het raadhuis van Raamsdonk in 1929).
Bij zijn pensionering in 1957 werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Zijnn laatste ontwerp was zijn eigen huis in Soestdijk in 1960. Hier stierf hij op 24 mei 1971, 78 jaar oud. In het West-Brabantse landschap getuigt gelukkig nog steeds een aantal markante watertorens van zijn scheppend vernuft.
Dit verhaal is gebaseerd op E. de Rooij, Ir. Hendrik Sangster (1892-1971) : engineer-architect. (Doctoraalscriptie Utrecht, 2006) en Bart Sangster, Hendrik Sangster, ingenieur-architect : watertorens en ander werk. (Hillsborough St. Raleigh, Lulu Enterprises Inc., 2013).