i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Uden
Tags:

Je Flodderbonne komme uit!

vertelde op 25 november 2013 om 09:49 uur

November jaren veertig. Vader kreeg van Sinterklaas de opdracht om een naaidoos te maken voor ons Diny. Ieder jaar wisten Sint en zijn Pieten hem te vinden. Mijn broers hielpen vader daarbij. Voor de kinderen van de klanten was het een poppenwagentje, kruiwagentje of een paardje op een plankje met wieltjes.

En wanneer we ‘s morgens het speelgoed kregen, was de verf soms nog nat. In de periode dat de bestellingen voor de Sint werden gemaakt, waren we niet welkom in het werkhuis, soms werden de ramen geblindeerd.

Vader had er weer zijn best voor gedaan. Wanneer hij iets maakte, werden er vele uren aan besteed, maar het mocht gezien worden en het was nog stevig ook. De naaidoos was een luxe exemplaar geworden, rechthoekig van vorm, de smalle zijden rond uitgevoerd, de bodemplaat afkomstig van de in 1944 neergestreken zweefvliegtuigen. Het scharnierend deksel kon open blijven staan en was met een sleuteltje afsluitbaar. De binnenzijde van het deksel was voorzien van een spiegeltje, zodat Diny zich kon spiegelen, het geheel afgewerkt met bruine beits.

De naaidoos, een soort reparatiedoos, werd gevuld met een vingerhoed, diverse naalden, speldenkussen, naaldenkoker, linnenschaar en een meetlint. (Mijn echtgenote gebruikte een rolmaat.) Martien vertelde dat de doos uit één stuk werd gemaakt en daarna op dekselhoogte doorgezaagd, zodat deksel en doos altijd precies op elkaar pasten. Op de naaidoos stond geen datum (zoals vader die altijd aanbracht), want de bestelling was van de Sint.

Wanneer er gaten in de sokken vielen en je tenen naar buiten staken zei men: je erpele of de flodderbonne komme uit, vertaald: je aardappelen of tuinbonen komen uit, met andere woorden, je liep vur skand (schande) en het was moeilijk deze hosse (sokken) nu nog te stoppen. Vooral door het lopen op klompen sleten de sokken snel.

In Uden was een Missienaaikring, maar ons Moeke en mijn zus stopten de sokken van de missionarissen van Missiehuis Mill Hill uit Oosterbeek, waar twee broers in het klooster waren. Moeke nam de dikke werksokken voor haar rekening en Diny de dunne. Ze gebruikten daarbij niet het hulpmiddel, dat stop-ei of paddestoel werd genoemd. Tijdens de carnavalsdagen werd in Best aan de deur gecollecteerd voor de Missienaaikring. De jongste uit het gezin doet open en zegt: “ons Moeder naait zelf alles.” 

Tegenwoordig worden sokken met gaten weggegooid, men neemt de moeite niet ze met een klein weefwerkje te herstellen. Uit de natuur kende ik “duivels naaigaren” of “warkruid”, dat is een plant die behoorlijk in de tus (in de war) zit. Inmiddels heb ik geleerd dat er brei-, haak-, naai-, stik- en stopgaren bestaat. Dat laatste natuurlijk voor het herstel van kapotte sokken. In de Markstraat stond “de Sok”, kousenfabriek van Jansen de Wit ofwel JEDEWE. Op het industrieterrein stond de Tilga, Tilburgs garen: bekijk de garenkaartjes van de fabrieken.

Vroeger werd een ouwe sok wel gebruikt voor het bewaren van de spaarcenten.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (6)

Jan de Mol zei op 25 november 2013 om 17:06 uur

En waar kwam de scheepjeswol vandaan?

piet zei op 17 december 2013 om 10:11 uur

Scheepjeswol komt uit Veenendaal

Rini de Groot. zei op 20 februari 2014 om 09:54 uur

Een Brabants gezegde: Wie flodderbonne wil ete, moet Sunte Mathijs nie vergete 24 februari.

Harry van Kuijk zei op 20 februari 2014 om 19:14 uur

Als je sokken bij de tenen kapot zijn.

Toon van Dijk zei op 2 december 2015 om 21:48 uur

Geweldig zo'n vader. Mijn eigen vader was ook zo handig. Hij maakte ook poppenwagens, kastjes (met sleutel) en zelfs een sjoelbak in kinderformaat. Als wij later zeiden, dat wij de sjoelbak van Sinterklaas hadden gekregen, zei hij er achteraan: "Maar het kwam uit mijn atelier". Ik ben in 1938 geboren, dus ik denk dat ik in leeftijdscategorie van Rini de Groot zit.
Helaas is stop- of maasgaren tegenwoordig nauwelijks te krijgen. Voor de reparatie van een trui kon ik grasduinen in de verzameling van een goede vriendin, die een groot blik van haar moeder en haar schoonmoeder had geërd.

Rini. zei op 2 december 2019 om 23:26 uur

In Brabantse Spreekwoorden van Mandos staat het gezegde:
Wie labbonne wil eten moet Goede Vrijdag niet vergeten.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: