i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Boxtel
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: RK Internaten

vertelde op 29 juni 2018 om 09:10 uur

Jongens met een kloosterroeping konden in Boxtel terecht op het Missiehuis Sint Theresia van de paters Assumptionisten. Je ouders moesten wel genoeg geld hebben, want er moest voor kost en inwoning worden betaald. Alleen daarom al was deze deftige opleiding op gymnasiaal niveau niet voor iedereen weggelegd.

Uit de verhalen van oud-'juvenisten' blijkt hoe verschillend de redenen konden zijn voor een jongeling om naar dit juvenaat te gaan. Natuurlijk waren er jongens met roeping, die hun leven volledig in dienst wilden stellen van God. Anderen droomden ervan om als missionaris het dorpsleven vaarwel te zeggen en de wijde wereld in te gaan. Voor sommigen was er simpelweg geen alternatief om les te krijgen op het voor hen geschikte hoge niveau.

De ‘apostolische school’ was een chique plek om te studeren, met uitzicht op kasteel Stapelen, de gracht en de torens. Voor de jonge priesterstudenten was dat kasteel, waar de paters zaten, verboden terrein. Toch zal dat niet iedere leerling hebben tegengehouden. Wie wilde daar nu niet stiekem een kijkje nemen?

Op het internaat stonden tucht en routine hoog in het vaandel. Bovendien deed je alles in groepsverband: slapen, vroeg uit de veren om jezelf te wassen en naar de kapel te gaan om te bidden, eten, naar het klaslokaal, studeren, misschien nog even naar buiten om te voetballen of naar de recreatiezaal om te schaken of te lezen, en ’s avonds met z’n allen terug naar de slaapzaal. De groepsleiders, oudere studenten, hielden toezicht.

Hoe was jouw verblijf op het internaat Stapelen? Of was jij geen seminarist maar een van de ‘externen’, bijvoorbeeld op de latere ulo of hbs van de paters? Ook dan horen we graag je verhalen. Hoe was jullie omgang met die priesters-in-wording? En waren de paters streng of viel dat wel mee?

Foto

Paters en leerlingen in het park achter Kasteel Stapelen, 1952. Foto genomen bij het zilveren jubileum van het Missiehuis St. Theresia. Op de eerste rij, derde van rechts, zien we pater Marius v.d. Boogaard. Vlak achter hem, wijkend naar rechts, staan Jan de Jong, Kees Scheffers en Jan van der Kaa. (Foto: Fotopersbureau Het Zuiden, bron: collectie BHIC, uitsnede van: id.nr. 1901-000221)

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (10)

Piet Slaats zei op 20 maart 2019 om 10:32 uur


Ik heb in de jaren 1972-1974 op Stapelen gezeten. Dit was in de tijd dat diegenen die naar Stapelen gingen naar de scholen in Boxtel gingen. Veelal zaten de jongens daar omdat ze extra begeleiding bij studie nodig hadden. Ik ben daar geplaatst vanwege het feit dat mijn ouders overleden waren en ik bij familie woonde wat niet altijd even goed ging. Ik heb op Stapelen een prima tijd gehad. Ik zat in de hoogste groep en we hadden daar veel vrijheid. Deze groep leefde en sliep in vrijstaande bijgebouwen. We gingen in Boxtel naar school en hadden daar ook onze vrienden waarmee we ook op stap gingen. In het begin sliepen we op een grote slaapzaal, maar is die in de tijd dat ik er was veranderd in kleinere kamers van maximaal 4 bedden. Omdat we in het aparte bijgebouw woonden hadden we relatief weinig "last" van de paters en hun regels voor de jongere groepen uit het hoofdgebouw. We mochten ook 's avonds weg en konden gewoon vrienden uit Boxtel ontvangen. In de weekeinden gingen de meesten naar huis. Ik bleef regelmatig het weekeinde daar samen met een paar andere jongens die niet naar huis konden (bijv.omdat hun ouders in het buitenland woonden). Aangezien we veel vrijheid hadden, die we wellicht thuis ook gehad hadden, hadden de meesten jongeren nauwelijks problemen met de regels. Je werd erkent als jong volwassene. Dit was ook wel deels afhankelijk van de pater die je voor je had, maar degene die de hoogste groep leidde beschouwde ons als zelfstandige mensen op weg naar volwassenheid.
Ik heb ook twee maanden op een Limburgse kostschool gezeten maar daar waren de regels veel strenger. Zo streng dat ik daar tegen in opstand kwam. Daar was het alles op tijd en volgens een vast patroon. Je mocht niets en alles bleef intern. Ook de opleiding en die was van dusdanige aard dat deze niet overeenkwam met waar ik vandaan kwam. Je mocht op woensdagmiddag naar het dorp om wat snoep te kopen maar verder kwam je niet van het terrein af. Ik ben daar weggelopen en nooit meer teruggegaan wat eenieder ook zei.
Stapelen was voor mij dan ook een verademing. Je werd als mens gezien en ik had alle vrijheid die ik me maar wenste. Ik ben op Stapelen weggegaan toen ik 17 jaar was omdat mijn vrienden allemaal klaar waren met hun opleiding en weer thuis gingen wonen of studeren. Ik ben toen ook op kamers gaan wonen. Ik heb een fijne herinnering aan Stapelen ook al is de reden dat ik daar was niet fijn.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 21 maart 2019 om 09:24 uur

Hallo Piet, wat fijn te lezen dat je zo'n mooie tijd hebt gehad - ook al was de aanleiding uitermate verdrietig. Maar je weet het mooi te verwoorden; erkend worden als jongvolwassene, en gezien worden als mens, het zijn essentiële basisvoorwaarden voor een prettig leven.

Temeer omdat je ook een andere kant hebt gezien - de Limburgse kostschool - doet het deugd je positieve ervaringen in Boxtel te mogen lezen. Veel dank voor je mooie bijdrage!

Eric Bekx zei op 29 maart 2019 om 21:19 uur

Mijn vader zat in de jaren 30 in Reusel op kostschool en omdat wij in een klein dorpje woonden waar de grenzen ophielden bij het volgende dorp, vond mijn vader het beter als ik naar een internaat zou gaan want dan zou ik meer van de wereld zien. Dat werd Stapelen vanwaar uit ik naar de Bracbant havo ging. Ik zat van 1971 tot 1976 op Stapelen, in 76 ging het internaat dicht, in hetzelfde jaar dat ik eindexamen deed. Omdat ik na de havo naar het VWO door zou stromen ben ik naar pensionaat Eikenburg gegaan in Eindhoven. Een wereld van verschil, op Stapelen heel veel vrijheid en op Eikenburg was het "klinischer". Enkele jaren geleden nog een reünie gehad met andere Stapelianen in kader van lustrum van Bracbant Havo en JRL. We hebben met plezier teruggekeken op onze tijd, de bekende verhalen kwamen weer aan bod en het was alsof het gisteren was. We waren nu alleen niet meer die jonge jongens met lange haren maar allemaal wat ouder. Er zijn vele verhalen te vertellen over Stapelen en met name de kleurrijke personen die er rondliepen. In groep 2 mochten we al aan het bier al bleef het bij een flesje. In het weekend werden vaak activiteiten georganiseerd. Een keer was dat een dropping. Geblinddoekt werden we in de buurt van Oirschot in het buitengebied afgezet. De timing was slecht want er was ook kermis dus we gingen eerst naar de kermis want dat wisten we. Toen we te voet naar Boxtel liepen was het al redelijk laat op de avond, we belden toen aan bij een boerderij of we mochten bellen dat we "verdwaald"waren en of ze ons konden ophalen. Dat deden de groepsleiders ook, alleen hadden we niet gemerkt dat we naar het lekkers van de kermis roken. Dat hebben we toen maar opgebiecht. En zo zijn er boeken vol te schrijven van die bijzondere tijd. Tijdens de reunie hadden we toch een beetje heimwee naar die tijd, vriendschappen uit die tijd blijken eeuwigheidswaarde te hebben.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 1 april 2019 om 13:23 uur

Hallo Eric, hartelijk dank voor je bijdrage!

Bijzonder om te lezen, dat het ene internaat zo met het andere kan verschillen. Mooie voorvallen ook die je beschrijft en die waarschijnlijk zo tekenend zijn voor het leven op een kostschool. Het allermooiste vind ik je laatste regel: over de vriendschappen met eeuwigheidswaarde. Prachtig verwoord, en vooral heel veelzeggend over die belangrijke periode in je leven.

Veel dank daarvoor!

Simon van hoppe zei op 12 juni 2019 om 23:31 uur

Ik ben Simon van Hoppe en ben toevallig op deze site terecht gekomen.
Ik heb van 1968 t/m 1974 op Stapelen gezeten.
Daar heb ik met Piet Slaats in groep drie en vier doorgebracht en samen veel opgetrokken.
Na die tijd elkaar uit het oog verloren.
Ik zou het fijn vinden om Piet na veertig jaar te ontmoeten om
Bij te praten.
Ik hoop tot horens.

Groet,

Simon van Hoppe

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 13 juni 2019 om 16:25 uur

Ik hoop het met jou, Simon, dat zou mooi zijn.

En mocht iemand dit berichtje lezen die Piet Slaats kent - wil je hem hierop wijzen? Dank bij voorbaat!

Piet Slaats zei op 14 juni 2019 om 11:12 uur

Inmiddels Simon gegoocheld en een mail gestuurd. Zou leuk zijn om na bijna 50 jaar weer contact te hebben.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 17 juni 2019 om 09:46 uur

Dat kan ik me voorstellen! Wat leuk zeg, houden jullie ons op de hoogte of het gelukt is elkaar te ontmoeten?

Jan van der Kaa zei op 17 juni 2019 om 10:18 uur

Dit is een reactie op de mooie foto. Die foto was genomen bij het zilveren jubileum van Missiehuis St Theresia, Boxtel. Ik sta op de eerste rij, achter de paters. Pater Marius vd Boogaard, derde van rechts. Vlak achter hem, wijkend naar rechts, vind je Jan de Jong, Kees Scheffers en mijzelf, Jan van der Kaa.
Wij kwamen uit Oistewijk naar Boxtel in mei 1952 in de "voorbereidings"klas. Het gymnasium begon in september. De eerste paar dagen had ik zo'n heimwee, dat ik op het eind van de week, met mijn tas in de hand klaar stond om te ontsnappen. Maar pater Onno Tinga liep steeds op en neer door de gang en ik kreeg geen kans. Na verloop van tijd kwam ik over mijn verdriet heen en ik liep spoedig in het spoor van over de honderd studenten. Bijna niet te geloven, dat we met liefst vijf jongens van de Jozephschool in Oisterwijk naar het seminarie wilden. Misschien heb ik mijn roeping te danken aan Oswald Bisselink, die elke morgen op de fiets naar de zusters van Rustoord ging om de h.mis te zeggen. En ik was daar misdienaar. De pater vertelde ons over de kolossale kerstboom in het missiehuis en dat we maar eens moesten komen kijken. We werden ook nog 'n keer uitgenodigd bij het toneel. Toen ons in de zesde klas gevraagd werd door Frater Hyacintus, waar we naar toe zouden gaan bij het verlaten van de school, en de vraag: Seminarie? kwam op, toen staken mijn beste vrienden de hand op en ik deed hen na. 'n Tijd later kwam pater Chrysostomus bij mijn ouders op visite en die hebben toen alles geregeld. Het kostgeld was 300 gulden per jaar, maar als dat teveel was dan kreeg je korting.
Even terug naar het begin. Behalve het vele bidden en het zware reglement, was de lichamelijke ontwikkeling erg belangrijk. Voetballen! Mijn jongere broer had met sinterklaas een paar nieuwe voetbalschoenen gekregen en mocht die mooi aan mij cadeau geven. Ruud heeft nooit meer gevoetbald. Mijn heimwee kwam van tijd tot tijd weer terug, vooral na de eerste vakantie thuis. De paters hadden het in de gaten en stuurde dorpsgenoot pater Piet Mul op mij af. Ik kan me niet meer herinneren of het baat had. Pater Mul ging naar Nieuw Zeeland en kwam als eerste van drie paters aan op 2 Nov 1952. De familie Mul woonde een paar honderd meter van ons vandaan. Ik stond onder de koorzangers voor zijn huis bij zijn eerste h.mis in het dorp.
Er werd gevraagd in voorgaande stukjes wat voor soort verhouding er was tussen de paters en de jongens. Voor ons waren de paters de enige volwassenen in onze opvoeding. We hadden respect voor hen, maar ook een "familie-geest". Onder de recreatie liepen ze met ons door het park rond het kasteel. We hadden de jaarlijkse voetbalwedstrijd tegen de paters. Wij speelden toneel, maar de week erop gaven de paters ons een soort caricatuur van hetzelfde stuk. De paters zaten bij ons in de refter en als zij wat pap of pudding over hadden dan werd dat royaal doorgegeven aan de hongerige jeugd. Wij kregen het in die tijd klaar om drie borden rijstepap te verzetten. Sommige paters waren wat strenger dan anderen. Pater Possidius was onze surveillant van de kleine afdeling en hoewel streng liet hij ons elke zondag genieten van zijn uitgebreide verzameling LP's. Hij speelde die af in de grote studiezaal, waar plaats was voor 80 jongens van 12 tot 15. Tijdens het "plaatjes spelen" konden we lezen, of 'n brief schrijven naar huis, of nog wat huiswerk afmaken. De avond studie duurde twee uur en werd onderbroken met 5 minuten pauze. We konden dan even naar de houten kapel of "onze handen gaan wassen". Op de lagere school waren Kees Scheffers en ik mee van de besten van de klas. Eenmaal op het missiehuis hadden we te maken met zo'n dertig jongelui, die allemaal erg goed waren op school. Ik kreeg al gauw het idee van middelmatig te zijn. Toch werd ik in het zesde jaar ingedeeld bij de groep die Staatsexamen moest doen. Onze klas werd in tweeen gesplitst. De ene groep kwam in het "kotje" terecht; dat was een klein lokaaltje tussen de kapel en de serre van pater Avellinus. Wij bollebozen zaten waarschijnlijk in een ruimer klaslokaal. In die tijd (1957) deden de paters hun uiterste best om zoveel mogeljik jongens te laten slagen. We kregen drie bezoekende leraren: voor latijn, grieks en wiskunde. Voor geschiedenis hadden we pater Elzear, voor Nederlands Pater Oswald. Het behaalde success hielp het Missiehuis om erkend te worden.
Ik las ook onder de ingezonden stukjes dat er gezocht werd naar een pater of broeder, die zich dienstbaar had gemaakt onder de oorlog met het helpen van geallieerde piloten. Ik kan met niets herinneren van ene Peters, wel weet ik dat pater Suitbertus Gaajetaan bij de ondergrondse heeft gewerkt en dientengevolge een tijd lang heeft vastgezeten in Vught.
We hadden geen tv, maar als Nederland tegen Belgie moest voetballen, dan zaten wij weer in die grote zaal en de spelers werden op het zwarte bord geschreven in de positie waarin ze speelden en we luisterden naar de radio en we genoten van de wedstrijd, alsof we er vlak bij stonden. We mochten ook naar het voetballen gaan kijken in Boxtel. Dat was iets primitiever, maar evengoed spannend: hoog en hard was het ideaal. In de buurt van het voetbalveld was er ook een groot zwembad en daar kregen we les van onze gymnastiekleraar. Ik heb daar mijn eerste diploma gehaald. Nou denk ik ineens aan de winter tijd. Als er sneeuw lag, dan werden onze recreaties omgezet in een ware sneeuwballen oorlog. Als er ijs lag op de gracht, dan werd het schaatsen - en de paters deden dan ook volop mee. Op donderdag gingen we vaak op grote wandeling, in de rij, drie aan drie, .... totdat de pater op zijn fluitje floot en dan draaiden we om en gingen weer naar huis. Nee, de beste wandeling was onze jaarlijkse bedevaart naar den Bosch. Op lege maag weg, 'n goeie 12 km lopen, de St Jan in voor de H.Mis en daarna ergens een grote zaal in voor ons ontbijt. Soms vielen er jongens flauw van de honger en inspanning. Na het ontbijt weer naar Boxtel en voor de eerste thuiskomers zat er dan nog net genoeg tijd in voor een potje voetballen! Those were the days! Ook onze bedevaart naar Oirschot was een hoogtepunt. Ik heb vorige vakantie in Nederland nog een pilske gedronken vlak bij de zaal waar we ons ontbijt kregen. Ik sla de Mis even over, want dat was een noodzakelijk onderdeel van de dag. Na het ontbijt naar de bossen bij Mieke Vingerhoets, halverwege Oirschot en Boxtel. Daar gingen we dan in de bossen spelen. Het kwam er op neer, dat de grote groep zich ging verbergen en een andere groep moest dan op speurtocht om de misdadigers te vangen. Rond de middag kwam de grote verrassing: De broeders kwamen dan met de platte wagen en een paar grote potten met eten voor de uitgehongerde seminaristen. Ik meen dat Broeder Leo daar altijd bij was. De rijstebrij was klaargemaakt door Br Damiaan vd Meijdenberg (uit Oisterwijk) samen met Br Willibrord.
En nou we het toch over eten hebben: Elke twee jaar was er Fancy-Fair, Breugeliaanse Kermis geheten. Daar ging heel wat werk in zitten. Voor de mensen van Boxtel was het een verzetje en voor de paters wat geld in het laatje voor het bouwen van de nieuwe kapel. Ik moest bij een van die evenementen in de keuken helpen en ik zei iets stoms tegen 'n andere jongen en pater Pancratius van de Ven hoorde dat en vloog overeind om me een flink pak op mijn donder te geven, maar voor het zover was kwam Br Damiaan er tussen om mij te beschermen. Pancratius gaf ons les in natuurkunde. Ik heb er nooit iets van gesnapt. Hij was een goede electricien en heeft in die jaren de hele electriciteit aangelegd in ons Generalaat in Rome, en ook in ons nieuwe noviciaat in de Welberg.
Er werd verteld in een van de verhalen, dat het kasteel voor ons jongens ontoegangbaar terrein was. Maar in ons laatste jaar mochten wij als staatsexamen studenten op een zolder op het kasteel studeren. Het doet bijna een beetje pijn, als ik er aan denk, dat dat hele kasteel nu verkocht is. Die zolder waar wij mochten werken werd naderhand prachtig omgebouwd tot een studeer- slaapkamer waar onze collega pater Jan Zuiker sliep wanneer hij naar Boxtel kwam. Ik praat nu ineens over een meer recente tijd. Het kasteel is vorig jaar verkocht. Mag ik eindigen met een korte CV. Van Boxtel uit gingen we naar het noviciaat in Steenbergen. We waren toen nog met 16 man. Daarna naar Bergeyk voor Filosofie en Theologie. In het laatste jaar bestond onze klas nog uit negen candidaten. We werden priester gewijd op 18 Dec 1965, Drie van ons gingen naar Brazilie, een naar Congo, een naar Jerusalem en ik ging naar Nieuw Zeeland. Twee paters werden groepsleiders in Boxtel en een ging naar Nijmegen om te studeren. We zijn nu 50 jaar verder. Ik heb nog twee klasgenoten in Boxtel en een in Volendam in een zorgcentrum, en ik werk en woon nog steeds in Nieuw Zeeland, maar ik ben nu wel emeritus, dwz dat ik overal in de buurt mag helpen als de pastoors vast zitten. Sorry, voor mijn uitvoerig geklets. Ik zie maar vier regels van wat ik schrijf...

Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 17 juni 2019 om 11:06 uur

Een reactie? Dit is een compleet verhaal, prachtig! Met veel plezier gelezen, Jan.
Apart toch, dat het allemaal begint met die hevige heimwee als jongetje, en dan al die jaren later komt de "pijn", zoals je het zegt, als je het kasteel ziet, maar dan in de zin van weemoed neem ik aan. Ondanks dat het kasteel verkocht is houd je dan toch het gevoel dat het jullie plek was, kan ik me voorstellen. Sneeuwbaloorlogen, schaatsen, wandeltochten, zwemmen, voetballen, de fancy-fair verzorgen... al die jongens werden goed in beweging gehouden en aan het werk gezet zeg!
Je schrijft ook over hoe het jullie ná de studie is vergaan, toen jullie ineens naar alle uithoeken van de wereld werden gestuurd. Dat moet toch ook wel een bijzonder moment zijn geweest, na al die jaren zo samen te hebben geleefd. Goed om te horen dat het contact is gebleven.

Waar zo'n foto allemaal niet toe kan leiden : ) Inderdaad een mooie. En dan is het nog maar een uitsnede. Er was duidelijk geen tekort aan leerlingen. Ik word nooit moe van zulke foto's, prachtig om al die gezichten te bekijken, neemt je echt mee terug in de tijd - maar dat allemaal terzijde. Fijn, trouwens, dat we nu ook wat meer context hebben van die foto. Ik heb dat maar gelijk aan het bijschrift toegevoegd. (Als het niet klopt, geef maar en seintje dan pas ik het aan. En als je nog meer namen weet dan kan ik die ook toevoegen.)

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: