i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Boxtel
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: RK Internaten

vertelde op 29 juni 2018 om 09:10 uur

Jongens met een kloosterroeping konden in Boxtel terecht op het Missiehuis Sint Theresia van de paters Assumptionisten. Je ouders moesten wel genoeg geld hebben, want er moest voor kost en inwoning worden betaald. Alleen daarom al was deze deftige opleiding op gymnasiaal niveau niet voor iedereen weggelegd.

Uit de verhalen van oud-'juvenisten' blijkt hoe verschillend de redenen konden zijn voor een jongeling om naar dit juvenaat te gaan. Natuurlijk waren er jongens met roeping, die hun leven volledig in dienst wilden stellen van God. Anderen droomden ervan om als missionaris het dorpsleven vaarwel te zeggen en de wijde wereld in te gaan. Voor sommigen was er simpelweg geen alternatief om les te krijgen op het voor hen geschikte hoge niveau.

De ‘apostolische school’ was een chique plek om te studeren, met uitzicht op kasteel Stapelen, de gracht en de torens. Voor de jonge priesterstudenten was dat kasteel, waar de paters zaten, verboden terrein. Toch zal dat niet iedere leerling hebben tegengehouden. Wie wilde daar nu niet stiekem een kijkje nemen?

Op het internaat stonden tucht en routine hoog in het vaandel. Bovendien deed je alles in groepsverband: slapen, vroeg uit de veren om jezelf te wassen en naar de kapel te gaan om te bidden, eten, naar het klaslokaal, studeren, misschien nog even naar buiten om te voetballen of naar de recreatiezaal om te schaken of te lezen, en ’s avonds met z’n allen terug naar de slaapzaal. De groepsleiders, oudere studenten, hielden toezicht.

Hoe was jouw verblijf op het internaat Stapelen? Of was jij geen seminarist maar een van de ‘externen’, bijvoorbeeld op de latere ulo of hbs van de paters? Ook dan horen we graag je verhalen. Hoe was jullie omgang met die priesters-in-wording? En waren de paters streng of viel dat wel mee?

Foto

Paters en leerlingen in het park achter Kasteel Stapelen, 1952. Foto genomen bij het zilveren jubileum van het Missiehuis St. Theresia. Op de eerste rij, derde van rechts, zien we pater Marius v.d. Boogaard. Vlak achter hem, wijkend naar rechts, staan Jan de Jong, Kees Scheffers en Jan van der Kaa. (Foto: Fotopersbureau Het Zuiden, bron: collectie BHIC, uitsnede van: id.nr. 1901-000221)

Bronnen

Henk van Weert, ‘Kwajongens van internaat Stapelen. Paters Assumptionisten houden open huis’, website Brabants Centrum.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (24)

Piet Slaats zei op 20 maart 2019 om 10:32 uur


Ik heb in de jaren 1972-1974 op Stapelen gezeten. Dit was in de tijd dat diegenen die naar Stapelen gingen naar de scholen in Boxtel gingen. Veelal zaten de jongens daar omdat ze extra begeleiding bij studie nodig hadden. Ik ben daar geplaatst vanwege het feit dat mijn ouders overleden waren en ik bij familie woonde wat niet altijd even goed ging. Ik heb op Stapelen een prima tijd gehad. Ik zat in de hoogste groep en we hadden daar veel vrijheid. Deze groep leefde en sliep in vrijstaande bijgebouwen. We gingen in Boxtel naar school en hadden daar ook onze vrienden waarmee we ook op stap gingen. In het begin sliepen we op een grote slaapzaal, maar is die in de tijd dat ik er was veranderd in kleinere kamers van maximaal 4 bedden. Omdat we in het aparte bijgebouw woonden hadden we relatief weinig "last" van de paters en hun regels voor de jongere groepen uit het hoofdgebouw. We mochten ook 's avonds weg en konden gewoon vrienden uit Boxtel ontvangen. In de weekeinden gingen de meesten naar huis. Ik bleef regelmatig het weekeinde daar samen met een paar andere jongens die niet naar huis konden (bijv.omdat hun ouders in het buitenland woonden). Aangezien we veel vrijheid hadden, die we wellicht thuis ook gehad hadden, hadden de meesten jongeren nauwelijks problemen met de regels. Je werd erkent als jong volwassene. Dit was ook wel deels afhankelijk van de pater die je voor je had, maar degene die de hoogste groep leidde beschouwde ons als zelfstandige mensen op weg naar volwassenheid.
Ik heb ook twee maanden op een Limburgse kostschool gezeten maar daar waren de regels veel strenger. Zo streng dat ik daar tegen in opstand kwam. Daar was het alles op tijd en volgens een vast patroon. Je mocht niets en alles bleef intern. Ook de opleiding en die was van dusdanige aard dat deze niet overeenkwam met waar ik vandaan kwam. Je mocht op woensdagmiddag naar het dorp om wat snoep te kopen maar verder kwam je niet van het terrein af. Ik ben daar weggelopen en nooit meer teruggegaan wat eenieder ook zei.
Stapelen was voor mij dan ook een verademing. Je werd als mens gezien en ik had alle vrijheid die ik me maar wenste. Ik ben op Stapelen weggegaan toen ik 17 jaar was omdat mijn vrienden allemaal klaar waren met hun opleiding en weer thuis gingen wonen of studeren. Ik ben toen ook op kamers gaan wonen. Ik heb een fijne herinnering aan Stapelen ook al is de reden dat ik daar was niet fijn.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 21 maart 2019 om 09:24 uur

Hallo Piet, wat fijn te lezen dat je zo'n mooie tijd hebt gehad - ook al was de aanleiding uitermate verdrietig. Maar je weet het mooi te verwoorden; erkend worden als jongvolwassene, en gezien worden als mens, het zijn essentiële basisvoorwaarden voor een prettig leven.

Temeer omdat je ook een andere kant hebt gezien - de Limburgse kostschool - doet het deugd je positieve ervaringen in Boxtel te mogen lezen. Veel dank voor je mooie bijdrage!

Eric Bekx zei op 29 maart 2019 om 21:19 uur

Mijn vader zat in de jaren 30 in Reusel op kostschool en omdat wij in een klein dorpje woonden waar de grenzen ophielden bij het volgende dorp, vond mijn vader het beter als ik naar een internaat zou gaan want dan zou ik meer van de wereld zien. Dat werd Stapelen vanwaar uit ik naar de Bracbant havo ging. Ik zat van 1971 tot 1976 op Stapelen, in 76 ging het internaat dicht, in hetzelfde jaar dat ik eindexamen deed. Omdat ik na de havo naar het VWO door zou stromen ben ik naar pensionaat Eikenburg gegaan in Eindhoven. Een wereld van verschil, op Stapelen heel veel vrijheid en op Eikenburg was het "klinischer". Enkele jaren geleden nog een reünie gehad met andere Stapelianen in kader van lustrum van Bracbant Havo en JRL. We hebben met plezier teruggekeken op onze tijd, de bekende verhalen kwamen weer aan bod en het was alsof het gisteren was. We waren nu alleen niet meer die jonge jongens met lange haren maar allemaal wat ouder. Er zijn vele verhalen te vertellen over Stapelen en met name de kleurrijke personen die er rondliepen. In groep 2 mochten we al aan het bier al bleef het bij een flesje. In het weekend werden vaak activiteiten georganiseerd. Een keer was dat een dropping. Geblinddoekt werden we in de buurt van Oirschot in het buitengebied afgezet. De timing was slecht want er was ook kermis dus we gingen eerst naar de kermis want dat wisten we. Toen we te voet naar Boxtel liepen was het al redelijk laat op de avond, we belden toen aan bij een boerderij of we mochten bellen dat we "verdwaald"waren en of ze ons konden ophalen. Dat deden de groepsleiders ook, alleen hadden we niet gemerkt dat we naar het lekkers van de kermis roken. Dat hebben we toen maar opgebiecht. En zo zijn er boeken vol te schrijven van die bijzondere tijd. Tijdens de reunie hadden we toch een beetje heimwee naar die tijd, vriendschappen uit die tijd blijken eeuwigheidswaarde te hebben.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 1 april 2019 om 13:23 uur

Hallo Eric, hartelijk dank voor je bijdrage!

Bijzonder om te lezen, dat het ene internaat zo met het andere kan verschillen. Mooie voorvallen ook die je beschrijft en die waarschijnlijk zo tekenend zijn voor het leven op een kostschool. Het allermooiste vind ik je laatste regel: over de vriendschappen met eeuwigheidswaarde. Prachtig verwoord, en vooral heel veelzeggend over die belangrijke periode in je leven.

Veel dank daarvoor!

Simon van hoppe zei op 12 juni 2019 om 23:31 uur

Ik ben Simon van Hoppe en ben toevallig op deze site terecht gekomen.
Ik heb van 1968 t/m 1974 op Stapelen gezeten.
Daar heb ik met Piet Slaats in groep drie en vier doorgebracht en samen veel opgetrokken.
Na die tijd elkaar uit het oog verloren.
Ik zou het fijn vinden om Piet na veertig jaar te ontmoeten om
Bij te praten.
Ik hoop tot horens.

Groet,

Simon van Hoppe

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 13 juni 2019 om 16:25 uur

Ik hoop het met jou, Simon, dat zou mooi zijn.

En mocht iemand dit berichtje lezen die Piet Slaats kent - wil je hem hierop wijzen? Dank bij voorbaat!

Piet Slaats zei op 14 juni 2019 om 11:12 uur

Inmiddels Simon gegoocheld en een mail gestuurd. Zou leuk zijn om na bijna 50 jaar weer contact te hebben.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 17 juni 2019 om 09:46 uur

Dat kan ik me voorstellen! Wat leuk zeg, houden jullie ons op de hoogte of het gelukt is elkaar te ontmoeten?

Jan van der Kaa zei op 17 juni 2019 om 10:18 uur

Dit is een reactie op de mooie foto. Die foto was genomen bij het zilveren jubileum van Missiehuis St Theresia, Boxtel. Ik sta op de eerste rij, achter de paters. Pater Marius vd Boogaard, derde van rechts. Vlak achter hem, wijkend naar rechts, vind je Jan de Jong, Kees Scheffers en mijzelf, Jan van der Kaa.
Wij kwamen uit Oistewijk naar Boxtel in mei 1952 in de "voorbereidings"klas. Het gymnasium begon in september. De eerste paar dagen had ik zo'n heimwee, dat ik op het eind van de week, met mijn tas in de hand klaar stond om te ontsnappen. Maar pater Onno Tinga liep steeds op en neer door de gang en ik kreeg geen kans. Na verloop van tijd kwam ik over mijn verdriet heen en ik liep spoedig in het spoor van over de honderd studenten. Bijna niet te geloven, dat we met liefst vijf jongens van de Jozephschool in Oisterwijk naar het seminarie wilden. Misschien heb ik mijn roeping te danken aan Oswald Bisselink, die elke morgen op de fiets naar de zusters van Rustoord ging om de h.mis te zeggen. En ik was daar misdienaar. De pater vertelde ons over de kolossale kerstboom in het missiehuis en dat we maar eens moesten komen kijken. We werden ook nog 'n keer uitgenodigd bij het toneel. Toen ons in de zesde klas gevraagd werd door Frater Hyacintus, waar we naar toe zouden gaan bij het verlaten van de school, en de vraag: Seminarie? kwam op, toen staken mijn beste vrienden de hand op en ik deed hen na. 'n Tijd later kwam pater Chrysostomus bij mijn ouders op visite en die hebben toen alles geregeld. Het kostgeld was 300 gulden per jaar, maar als dat teveel was dan kreeg je korting.
Even terug naar het begin. Behalve het vele bidden en het zware reglement, was de lichamelijke ontwikkeling erg belangrijk. Voetballen! Mijn jongere broer had met sinterklaas een paar nieuwe voetbalschoenen gekregen en mocht die mooi aan mij cadeau geven. Ruud heeft nooit meer gevoetbald. Mijn heimwee kwam van tijd tot tijd weer terug, vooral na de eerste vakantie thuis. De paters hadden het in de gaten en stuurde dorpsgenoot pater Piet Mul op mij af. Ik kan me niet meer herinneren of het baat had. Pater Mul ging naar Nieuw Zeeland en kwam als eerste van drie paters aan op 2 Nov 1952. De familie Mul woonde een paar honderd meter van ons vandaan. Ik stond onder de koorzangers voor zijn huis bij zijn eerste h.mis in het dorp.
Er werd gevraagd in voorgaande stukjes wat voor soort verhouding er was tussen de paters en de jongens. Voor ons waren de paters de enige volwassenen in onze opvoeding. We hadden respect voor hen, maar ook een "familie-geest". Onder de recreatie liepen ze met ons door het park rond het kasteel. We hadden de jaarlijkse voetbalwedstrijd tegen de paters. Wij speelden toneel, maar de week erop gaven de paters ons een soort caricatuur van hetzelfde stuk. De paters zaten bij ons in de refter en als zij wat pap of pudding over hadden dan werd dat royaal doorgegeven aan de hongerige jeugd. Wij kregen het in die tijd klaar om drie borden rijstepap te verzetten. Sommige paters waren wat strenger dan anderen. Pater Possidius was onze surveillant van de kleine afdeling en hoewel streng liet hij ons elke zondag genieten van zijn uitgebreide verzameling LP's. Hij speelde die af in de grote studiezaal, waar plaats was voor 80 jongens van 12 tot 15. Tijdens het "plaatjes spelen" konden we lezen, of 'n brief schrijven naar huis, of nog wat huiswerk afmaken. De avond studie duurde twee uur en werd onderbroken met 5 minuten pauze. We konden dan even naar de houten kapel of "onze handen gaan wassen". Op de lagere school waren Kees Scheffers en ik mee van de besten van de klas. Eenmaal op het missiehuis hadden we te maken met zo'n dertig jongelui, die allemaal erg goed waren op school. Ik kreeg al gauw het idee van middelmatig te zijn. Toch werd ik in het zesde jaar ingedeeld bij de groep die Staatsexamen moest doen. Onze klas werd in tweeen gesplitst. De ene groep kwam in het "kotje" terecht; dat was een klein lokaaltje tussen de kapel en de serre van pater Avellinus. Wij bollebozen zaten waarschijnlijk in een ruimer klaslokaal. In die tijd (1957) deden de paters hun uiterste best om zoveel mogeljik jongens te laten slagen. We kregen drie bezoekende leraren: voor latijn, grieks en wiskunde. Voor geschiedenis hadden we pater Elzear, voor Nederlands Pater Oswald. Het behaalde success hielp het Missiehuis om erkend te worden.
Ik las ook onder de ingezonden stukjes dat er gezocht werd naar een pater of broeder, die zich dienstbaar had gemaakt onder de oorlog met het helpen van geallieerde piloten. Ik kan met niets herinneren van ene Peters, wel weet ik dat pater Suitbertus Gaajetaan bij de ondergrondse heeft gewerkt en dientengevolge een tijd lang heeft vastgezeten in Vught.
We hadden geen tv, maar als Nederland tegen Belgie moest voetballen, dan zaten wij weer in die grote zaal en de spelers werden op het zwarte bord geschreven in de positie waarin ze speelden en we luisterden naar de radio en we genoten van de wedstrijd, alsof we er vlak bij stonden. We mochten ook naar het voetballen gaan kijken in Boxtel. Dat was iets primitiever, maar evengoed spannend: hoog en hard was het ideaal. In de buurt van het voetbalveld was er ook een groot zwembad en daar kregen we les van onze gymnastiekleraar. Ik heb daar mijn eerste diploma gehaald. Nou denk ik ineens aan de winter tijd. Als er sneeuw lag, dan werden onze recreaties omgezet in een ware sneeuwballen oorlog. Als er ijs lag op de gracht, dan werd het schaatsen - en de paters deden dan ook volop mee. Op donderdag gingen we vaak op grote wandeling, in de rij, drie aan drie, .... totdat de pater op zijn fluitje floot en dan draaiden we om en gingen weer naar huis. Nee, de beste wandeling was onze jaarlijkse bedevaart naar den Bosch. Op lege maag weg, 'n goeie 12 km lopen, de St Jan in voor de H.Mis en daarna ergens een grote zaal in voor ons ontbijt. Soms vielen er jongens flauw van de honger en inspanning. Na het ontbijt weer naar Boxtel en voor de eerste thuiskomers zat er dan nog net genoeg tijd in voor een potje voetballen! Those were the days! Ook onze bedevaart naar Oirschot was een hoogtepunt. Ik heb vorige vakantie in Nederland nog een pilske gedronken vlak bij de zaal waar we ons ontbijt kregen. Ik sla de Mis even over, want dat was een noodzakelijk onderdeel van de dag. Na het ontbijt naar de bossen bij Mieke Vingerhoets, halverwege Oirschot en Boxtel. Daar gingen we dan in de bossen spelen. Het kwam er op neer, dat de grote groep zich ging verbergen en een andere groep moest dan op speurtocht om de misdadigers te vangen. Rond de middag kwam de grote verrassing: De broeders kwamen dan met de platte wagen en een paar grote potten met eten voor de uitgehongerde seminaristen. Ik meen dat Broeder Leo daar altijd bij was. De rijstebrij was klaargemaakt door Br Damiaan vd Meijdenberg (uit Oisterwijk) samen met Br Willibrord.
En nou we het toch over eten hebben: Elke twee jaar was er Fancy-Fair, Breugeliaanse Kermis geheten. Daar ging heel wat werk in zitten. Voor de mensen van Boxtel was het een verzetje en voor de paters wat geld in het laatje voor het bouwen van de nieuwe kapel. Ik moest bij een van die evenementen in de keuken helpen en ik zei iets stoms tegen 'n andere jongen en pater Pancratius van de Ven hoorde dat en vloog overeind om me een flink pak op mijn donder te geven, maar voor het zover was kwam Br Damiaan er tussen om mij te beschermen. Pancratius gaf ons les in natuurkunde. Ik heb er nooit iets van gesnapt. Hij was een goede electricien en heeft in die jaren de hele electriciteit aangelegd in ons Generalaat in Rome, en ook in ons nieuwe noviciaat in de Welberg.
Er werd verteld in een van de verhalen, dat het kasteel voor ons jongens ontoegangbaar terrein was. Maar in ons laatste jaar mochten wij als staatsexamen studenten op een zolder op het kasteel studeren. Het doet bijna een beetje pijn, als ik er aan denk, dat dat hele kasteel nu verkocht is. Die zolder waar wij mochten werken werd naderhand prachtig omgebouwd tot een studeer- slaapkamer waar onze collega pater Jan Zuiker sliep wanneer hij naar Boxtel kwam. Ik praat nu ineens over een meer recente tijd. Het kasteel is vorig jaar verkocht. Mag ik eindigen met een korte CV. Van Boxtel uit gingen we naar het noviciaat in Steenbergen. We waren toen nog met 16 man. Daarna naar Bergeyk voor Filosofie en Theologie. In het laatste jaar bestond onze klas nog uit negen candidaten. We werden priester gewijd op 18 Dec 1965, Drie van ons gingen naar Brazilie, een naar Congo, een naar Jerusalem en ik ging naar Nieuw Zeeland. Twee paters werden groepsleiders in Boxtel en een ging naar Nijmegen om te studeren. We zijn nu 50 jaar verder. Ik heb nog twee klasgenoten in Boxtel en een in Volendam in een zorgcentrum, en ik werk en woon nog steeds in Nieuw Zeeland, maar ik ben nu wel emeritus, dwz dat ik overal in de buurt mag helpen als de pastoors vast zitten. Sorry, voor mijn uitvoerig geklets. Ik zie maar vier regels van wat ik schrijf...

Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 17 juni 2019 om 11:06 uur

Een reactie? Dit is een compleet verhaal, prachtig! Met veel plezier gelezen, Jan.
Apart toch, dat het allemaal begint met die hevige heimwee als jongetje, en dan al die jaren later komt de "pijn", zoals je het zegt, als je het kasteel ziet, maar dan in de zin van weemoed neem ik aan. Ondanks dat het kasteel verkocht is houd je dan toch het gevoel dat het jullie plek was, kan ik me voorstellen. Sneeuwbaloorlogen, schaatsen, wandeltochten, zwemmen, voetballen, de fancy-fair verzorgen... al die jongens werden goed in beweging gehouden en aan het werk gezet zeg!
Je schrijft ook over hoe het jullie ná de studie is vergaan, toen jullie ineens naar alle uithoeken van de wereld werden gestuurd. Dat moet toch ook wel een bijzonder moment zijn geweest, na al die jaren zo samen te hebben geleefd. Goed om te horen dat het contact is gebleven.

Waar zo'n foto allemaal niet toe kan leiden : ) Inderdaad een mooie. En dan is het nog maar een uitsnede. Er was duidelijk geen tekort aan leerlingen. Ik word nooit moe van zulke foto's, prachtig om al die gezichten te bekijken, neemt je echt mee terug in de tijd - maar dat allemaal terzijde. Fijn, trouwens, dat we nu ook wat meer context hebben van die foto. Ik heb dat maar gelijk aan het bijschrift toegevoegd. (Als het niet klopt, geef maar en seintje dan pas ik het aan. En als je nog meer namen weet dan kan ik die ook toevoegen.)

Lau Kanen zei op 9 september 2019 om 01:51 uur

Beste Thijs, ik geloof dat wij elkaar niet kennen, want ik was in Boxtel van 1952 tot 1958 - in dezelfde tijd als Kees Scheffers en Jan van der Kaa - en ik denk jij veel later. Misschien is er in de zestiger jaren ook veel veranderd, want op één punt moet ik je, voor wat de vijftiger jaren betreft, tegenspreken. Om in Boxtel toegelaten te worden hoefden je ouders toen niet veel geld te hebben. Althans, mijn vader was fabrieksarbeider (bij Philips) en allebei mijn ouders moesten zuinig leven om hun gezin van vijf kinderen behoorlijk te voeden en te kleden. Zij gingen nooit op vakantie - hadden daar overigens ook niet veel behoefte aan - en bezaten bijvoorbeeld geen auto. Voor zover ik geïnformeerd ben, bedroeg het kostgeld voor ons in Boxtel niet meer dan 300 à 400 gulden per jaar. Het was in onze tijd ook geen deftige opleiding; de meesten van ons waren gewone jongens, wel uit degelijke katholieke gezinnen. Velen, waaronder ik zelf, waren van huis uit dialectsprekers die op het missiehuis het Algemeen Beschaafd Nederlands leerden gebruiken. Zoals sommigen daar ook voor het eerst kennis maakten met servetten en servetringen.
Ik herken mij natuurlijk goed in het verhaal hierboven van Jan van der Kaa. En misschien weet je ook dat Kees Scheffers na de viering van het eeuwfeest van de Assumptionisten in Nederland (1915-2015) een Verhalenboek samengesteld heeft - getiteld 'Denkend aan Stapelen zie ik...' - waarin heel veel zeer gevarieerde herinneringen van oud-studenten opgenomen zijn. Daarom kan ik hier gevoeglijk stoppen. Hartelijke groet.

Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 9 september 2019 om 08:56 uur

@Lau: bedankt voor je bericht! Ik heb niet op dit internaat gezeten, maar reageer op deze site met een aantal collega's namens het Brabants Historisch Informatie Centrum (je kunt ons herkennen aan het blauwe randje + icoontje naast onze naam).
Wat het toelatingsgeld betreft: goed dat je daar een kanttekening bij hebt geplaatst. Blijkbaar viel het met de hoogte van de kostgelden in de naoorlogse periode dus nog wel mee, ook vergeleken met andere internaten. Toch mooi om te lezen dat je ouders zo zuinig leefden o.a. om dus zo'n internaatopleiding mogelijk te maken. Was dat niet vreemd trouwens, na verloop van tijd, als je dan weer thuiskwam en voortdurend ABN aangeleerd had gekregen?
Trouwens nog bedankt voor de literatuurtip, ik zal het boek zeker opzoeken. En ik blijf jullie berichten met plezier volgen.

Lau Kanen zei op 11 september 2019 om 11:22 uur

@Thijs, ik kwam op deze site terecht doordat Kees Scheffers mij attendeerde op het stuk van onze klasgenoot Jan van der Kaa. Ik dacht daardoor dat het een A.A.(= Assumptionisten)site was en dat jij als oud-student de serie ontboezemingen geëntameerd had. Later ontdekte ik mijn vergissing.
Wat onze taalervaringen betreft: de studenten van het Sint Theresia Missiehuis kwamen niet alleen uit Brabant maar uit alle katholieke delen van Nederland: Twente, Noord-Holland (speciaal uit Volendam), Zuid-Holland, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant en Limburg. Dat wij in Boxtel gewend raakten ABN te spreken, gaf voor zover ik weet de dialectsprekers geen problemen: wij werden tweetalig. Dat ben ik trouwens nog.

Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 16 september 2019 om 08:59 uur

@Lau: ah, vandaar : ) En nog bedankt voor de toelichting! Ja nu je het zegt, Volendam e.o. was natuurlijk een van die katholieke enclaves boven de Moerdijk.

Lau Kanen zei op 21 oktober 2019 om 15:02 uur

Nu ik deze site teruggevonden heb wil ik hier graag een verhaal toevoegen dat een oud-student van het Sint Theresia Missiehuis, Nico Heemskerk, in mei 1999 toestuurde aan een groot aantal andere oud-studenten die belangstelling hadden getoond voor een reünie. Het schetst de gang van zaken in de tijd dat hij er seminarist was, in de tweede helft van de jaren vijftig van de vorige eeuw. Omdat de tekst voor insiders geschreven is en daardoor voor buitenstaanders misschien niet overal duidelijk is, heb ik hier en daar kleine wijzigingen aangebracht en - tussen haakjes geplaatst - woorden toegevoegd.

DE BIECHTBRIEFJES

Elke dag was er “studie” van 16.30 tot 18.00 uur en van 18.30 tot 19.30 uur. Voordat de studie begon was er "gouter" en dat betekende een half pakje margarine en een schaal vol boterhammen per tafel van acht jongens. Geen beleg.
Om de snelle eters en de diksmeerders in de hand te houden werd het halve pakje boter door de tafel-oudste in acht stukjes verdeeld. Als er eens een jongen ziek was, dan was het feest, maar ook technisch ingewikkeld. We hadden dan een half pakje boter met zijn zevenen: hoe verdeel je een half pakje boter in zeven stukjes?
Na afloop van de studie was er om 19.30 uur avondeten. Daar was geen Frans woord voor. Avondeten, dat betekende: een grote pan pap en weer boterhammen en een half pakje boter. Geen beleg.
Beleg was er alleen ’s morgens: soms per persoon drie plakjes kaas of voor de hele tafel een diep bord gevuld met jam. Soms was er balkenbrij. Heerlijk.
Als er balkenbrij was, dan rook je dat reeds ’s morgens bij het opstaan om kwart voor zes, want dan was broeder Dominicus in de keuken al aan het voorbakken. Het mediteren en bidden tussen 06.15 en 07.30 ging dan aanzienlijk beter; voor balkenbrij deed je je ogen wel dicht. Dan genoot je meer van de geur.

Vroeger, werd ons altijd verteld, was Frans de voertaal. Als jongetje van 12 jaar kwam je vanuit Bussum, Lichtenvoorde of Bladel op dat seminarie terecht en dan werd je dus verwelkomd in het Frans. En je had ongetwijfeld heimwee in het Nederlands.

’s Morgens na de ochtendstudie was er schoonmaken: dat heette daar ‘charges’. De een moest dan gangen vegen, of groente schoonmaken en aardappels schillen in de ‘légumes’; en de ander deed de afwas in de ‘vezél’ (Hollands voor ‘vaiselle’).

Het was een groot gebouw met twee zijvleugels en een vooruitgeschoven middenstuk met een bordes en een trap ervoor. Op deze trap werden jaarlijks de groepsfoto’s gemaakt. In het souterrain waren de refters - de eetzalen dus – en de keuken. Op de verdieping gelijkvloers waren de klaslokalen, de studiezalen en de toneelzaal. Op de eerste verdieping de twee patersgangen en de patersrecreatie(zaal), en op de tweede verdieping de (twee) slaapzalen met elk 150 bedden naast elkaar met steeds een stoel ertussen, en de twee lavabo’s (klemtoon op bo!), waar je je kon wassen en douchen.

Op vrijdagmiddag liepen er twee gebeurtenissen door elkaar heen: douchen en biechten. Aan het begin van de studie om half vijf werden er biechtbriefjes uitgedeeld. De pater-surveillant die, met (een plaat van) Onze Lieve Heer (tegen de muur) op de achtergrond, zonder enige moeite dag in dag uit 120 jongens in een studiezaal stil hield, liep dan tussen de rijen lessenaars door en legde bij elke jongen een biechtbriefje van twee bij vijf centimeter neer. Daarop schreef je dan de naam van de pater bij wie je wilde biechten, met op de achterkant je eigen naam.
Tegelijkertijd kwam het douchen op gang. In groepen van 15 jongens gingen we in stilte naar boven. Handdoek en zeep pakken en naar de lavabo. Pater Michaël zwaaide daar de scepter en hij was een punctueel man. Je kreeg drie minuten om jezelf nat te maken, in te zepen en af te spoelen. Deed je over één van de twee eerste onderdelen te lang, dan was je op koud water aangewezen voor het afspoelen. Want na drie minuten sloot pater Michaël, die ooit in het klooster was gegaan om de mensheid in liefde te dienen, de toevoer van warm water af.
Onze Lieve Heer zag toe op dit alles. Want terwijl de surveillant de biechtbriefjes sorteerde per pater en het biechten op gang kwam, gingen tegelijkertijd de jongens naar boven om te douchen. Nooit gebeurde het dat je aan de beurt was voor biechten, terwijl je net onder de douche stond. De paters hadden geen verstand van logistiek; dat woord bestond toen nog niet. Maar dat biechten, dat hadden ze handig geregeld. De briefjes werden, per pater gesorteerd, naar de betreffende pater toe gebracht door de studiezaal-oudste. Ook daar was een Frans woord voor, maar dat weet ik niet meer. En op de weg terug naar de studiezaal nam hij per pater twee briefjes mee terug. De twee jongens die het betrof gingen naar boven biechten. Als de eerste klaar was ging de tweede, die op de gang gewacht had, naar binnen, en de eerste kreeg van de biechtvader een briefje mee voor nummer drie.
Nummer drie, die dan door Gods voorzienigheid dus net niet onder de douche stond, ging snel naar boven. Als nummer twee een hele brave was die eigenlijk geen zonden had gepleegd, dan had nummer drie weinig voorbereidingstijd om zijn geweten te onderzoeken. Improvisatievermogen kwam dan van pas, want hij moest dan gelijk naar binnen en toch iets melden. Want die beste pater zat daar ook niet voor niks. Nummer twee had dan weer het briefje bij zich voor nummer vier.
Ook wij zagen als kleine jongens wel dat er populaire en minder populaire paters waren. Ik biechtte altijd bij pater Bonfilius. Die had me daar even een flinke stapel op zijn buro liggen; die goede pater lag goed in de markt en had het er maar druk mee. Er waren ook paters die maar twee of drie briefjes hadden. Het getuigde wel van zelfvertrouwen, als je naar een minder populaire pater toe ging of als je regelmatig van pater veranderde. Op de een of andere manier hielden ze dat wel bij, want als je al te vaak van pater wisselde, dan werd daar iets van gezegd.
Het toppunt van vroom geluk? Net onder de douche vandaan terugkomen in de studiezaal en gelijk daarna, nog wat rozig van het warme water, gaan biechten. Een schone ziel in een schoon lichaam.

Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 21 oktober 2019 om 15:22 uur

@Helena: goed dat je dat opmerkt. Die twee verhalen waren nog niet met elkaar gelinkt. Nu wel! (Onderaan, bij: "Lees ook deze verhalen")

@Lau: prachtige bijdrage. Mooi dat het verhaal van de heer Heemskerk zo opnieuw onder de aandacht komt. Benieuwd wat andere oud-leerlingen allemaal weer te binnen schiet bij het lezen ervan. Ik vond dat over die biechtbriefjes toch wel apart, dat je een pater kon kiezen bijvoorbeeld, dat hele systeem van douchen/biechten. Je zou zeggen dat wisselen tussen paters juist werd aangemoedigd, in plaats van telkens naar de populairste te gaan..
Met plezier alles gelezen!

Norah zei op 21 oktober 2019 om 16:44 uur

Vreemd, dat men in die tijd daar Frans sprak. Zo lang geleden was het nu ook weer niet.

Lau Kanen zei op 22 oktober 2019 om 01:31 uur

Dat er Frans gesproken werd was omdat de congregatie van de Assumptionisten van Franse origine was. Aanvankelijk waren alle Assumptionisten Fransen en het Frans is altijd de hoofdtaal van de congregatie gebleven. Rond 1900 heerste er in Frankrijk echter een sterk anticlericaal politiek klimaat: alles wat katholiek was werd fors tegengewerkt of verdrukt. Daarom zijn de Assumptionisten o.a. uitgeweken naar Nederland. In 1915 vestigden zij zich op kasteel Stapelen te Boxtel. Door de toenmalige bloei van het Roomse leven in Nederland - de katholieke emancipatie - kwam er uit de katholieke gezinnen een grote toeloop van jongens die bij de Assumptionisten priester of broeder wilden worden.

Over het kiezen van een biechtvader - dat is de gebruikelijke benaming - nog dit. Omdat biechten een zeer persoonlijke en vertrouwelijke zaak is, word je in de kathoilieke kerk - toen en nu - natuurlijk helemaal vrij gelaten in de keuze van zo'n persoon. In feite kon en kan een biechtvader wel een soort psycholoog voor je zijn.
Maar de keuze van zo'n vertrouwenspersoon kan in een internaat natuurlijk niet helemaal geheim blijven, zeker niet als het biechten zo georganiseerd wordt als vóór 1960 gebruikelijk was, niet alleen in internaten maar al op de lagere school. Het was in feite zowat een sociale verplichting waarin je getraind werd vanaf je zevende jaar, de leeftijd waarop je voor het eerst 'te communie' mocht gaan (Eerste Communie). En de sfeer onder jongens in de tienerleeftijd - want dat waren we - is doorgaans wel zo luchthartig dat er ook verhalen ontstaan over 'populaire' en minder 'populaire' biechtpaters.

Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 5 november 2019 om 07:56 uur

Dank nog, Lau, voor deze mooie aanvullingen over de biechtpraktijk en de Franse taal op het internaat. We zien je graag terug op deze pagina mocht je nog meer willen vertellen of foto's willen delen. Hartelijke groet,

Lau Kanen zei op 6 november 2019 om 23:02 uur

Jawel, Thijs, maar wat ik over mijn internaatsleven te vertellen heb staat deels hierboven in mijn reacties en voor een nog groter deel in het hierboven ook al genoemde Verhalenboek getiteld 'Denkend aan Stapelen zie ik...', waarin - minstens zo interessant - ook heel veel herinneringen van andere oud-studenten opgenomen zijn. Ik zelf zou hier dus onherroepelijk in herhaling vallen. Misschien kunnen jullie uit het Verhalenboek een selectie maken?

Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 7 november 2019 om 08:33 uur

@Lau: ik zie, beetje tot mijn verbazing, dat we dit boek niet in onze bibliotheek hebben, maar het staat bij deze genoteerd. Ik zie dat het uitsluitend verkrijgbaar is bij Kees Scheffers.

C.H. Scheffers zei op 8 november 2019 om 18:19 uur

Hallo Thijs, via Lau Kanen ben ik op deze site terechtgekomen, waarbij ik merkte dat mijn naam en het door mij samengestelde verhalenboek "Denkend aan Stapelen zie ik...." een aantal keren vermeld worden. Daarom deze reactie uit de eerste hand.

Eerst iets over mezelf. Ik ben in mei 1952 op het Sint Theresia Missiehuis binnengekomen, samen met mijn dorpsgenoot Jan van der Kaa (die hierboven een uitvoerig relaas heeft neergeschreven). Ook Lau Kanen is van meet af aan een van mijn groepsgenoten geweest: 6 jaar in het missiehuis te Boxtel, 1 jaar in het novicaat te Steenbergen, en tenslotte enkele jaren in het groot-seminarie te Bergeijk. Daarna zijn onze wegen uit elkaar gegaan. Zelf ben ik nog enkele jaren als priester-assumptionist werkzaam geweest, totdat ik in de jaren 70 ben uitgetreden.

Mijn contacten met de Paters Assumptionisten zijn echter altijd gebleven. Met name ben ik vanaf de jaren 90 heel intensief met het (foto)archief bezig geweest en heb ik in dat verband duizenden foto's verzameld, gedigitaliseerd en geïdentificeerd, en een aantal boeken geschreven die de geschiedenis van de Nederlandse Assumptionisten belichten. Heel veel van die foto's hebben betrekking op het Sint Theresia Missiehuis (zowel het gebouw als de bewoners). Daarnaast beschik ook over tal van (digitale) foto van de andere huizen van de Assumptionisten die op de site van het BHIC worden vermeld (Bergeijk, Steenbergen, Tilburg, enz. enz.). Ik weet niet of het BHIC geïnteresseerd is in al dit materiaal. Zo ja, dan wil ik daar graag mijn medewerking aan geven.

Naar aanleiding van de reacties van Lau Kanen ligt er kennelijk een heel concrete vraag naar het boek "Denkend aan Stapelen zie ik......". , waarin ik inderdaad heel wat ervaringen van oud-studenten gebundeld heb, geïllustreerd met veel fotomateriaal. Desgewenst kan ik dit boek (210 bladzijden) zowel fysiek als digitaal leveren. Ik verneem graag je reactie.

Kees Scheffers zei op 8 november 2019 om 18:24 uur

Die C.H.Scheffers in het bovenstaande bericht moet zijn: Kees Scheffers

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 16 februari 2012 om 09:57 uur

Apostolische school, missiehuis en internaat Sint Theresia te Boxtel