skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen Bhic

Kerken in de 'lange loods'

Vrij snel na de geallieerde luchtlandingen in september 1944 kwam Cuijk onder hevig Duits granaatvuur te liggen. Veel mensen vertrokken naar Beers en Haps, omdat het daar veiliger was. Zo werd ook ik met broers en zusjes bij familie in Haps ondergebracht.

Het NCB-gebouwDe Limburgse Maasoever was nog in handen van de Duitsers, die schoten op alles wat bewoog. Ook de Martinuskerk kreeg veel voltreffers te incasseren. Daarom vond pastoor P. v.d. Acker het niet verantwoord om daar nog H. Missen op te dragen; dat zou te gevaarlijk zijn voor de kerkgangers.

Mijn vader, Piet Graat, heeft toen ruimte aangeboden in het N.C.B.-gebouw, vlak bij de spoorwegovergang naar Beers, om die te gebruiken als noodkerk.

Op 25 september 1944 werd daar voor de eerste keer de H. Mis opgedragen. De avond tevoren kwam mijn vader mij in Haps ophalen, want er was een misdienaar nodig. Onderweg moesten we nog tegen de spoordijk dekking zoeken vanwege Duitse beschietingen.

het noodaltaarIn het begin was de noodkerk ondergebracht in de ruimte bij de hoofdingang van de Boerenbond, waar de malerij was. Bij gebrek aan een altaar werd een gewone tafel gebruikt; het kantoor van de Boerenbond deed dienst als sacristie; kelken en cibories werden in de muurkluis opgeborgen.

Het Allerheiligste werd voor de mis gehaald uit de kapel van het Zusterklooster en na afloop weer daarheen teruggebracht. In de beginperiode had ik als misdienaar ook geen toog en superplie. Verschillende keren heb ik ook missen gediend, opgedragen door legeraalmoezeniers, voordat de soldaten verder naar het front gingen.

Toen later meer mensen terugkeerden naar Cuijk, bleek deze ruimte niet meer geschikt. Daarom werd de "lange loods" (zoals wij die noemden) als noodkerk ingericht. Het altaar dat gebruikt werd tijdens processies, werd daar opgesteld en er werd ook gezorgd voor biechtstoelen.

Op Eerste Kerstdag werd daar om 7.00 uur de Nachtmis opgedragen. Vroeger mocht niet, want vanwege de gespannen situatie, ook i.v.m. het Ardennenoffensief dat de Duitsers enkele dagen eerder ingezet hadden, vond de legerleiding dat niet verantwoord.

Tijdens het geallieerde offensief van begin februari 1945 werden de Duitse troepen ook uit Noord-Limburg verdreven. Toen kon men gaan beginnen aan een voorlopig herstel van de Martinuskerk. In mei was dat zover gevorderd, dat de kerk weer in gebruik genomen kon worden.

Op zaterdag 19 mei 1945 - daags voor Pinksteren - werd voor de laatste keer een H. Mis opgedragen in het N.C.B.-gebouw en daarna trok men in een plechtige processie naar de Martinuskerk.

Van 25 september 1944 tot 19 mei 1945 zijn er dagelijks H. Missen gelezen in de noodkerk. Ter herinnering daaraan werd in 1945 een gevelsteen aangebracht in de Boerenbond, gemaakt door Theo Smits, terwijl mijn vader een wandbord kreeg, vervaardigd door René Smeets.

Op beide stonden de Martinuskerk en het N.C.B.-gebouw, omgeven door oorlogstuig. Na de sloop van de Boerenbond (1980) is de gevelsteen ingemetseld in het buitenportaal van de Martinuskerk.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!