i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Uden
Tags:

Kerstmis vijftig jaar geleden

vertelde op 15 december 2014 om 12:12 uur

Ieder jaar opnieuw is de vraag: “wordt het een Witte Kerst?” In 1964 was het zover. Om zes uur gingen we op weg naar de vroege “nachtmis”, er dwarrelden al enkele vlokken. Op de terugweg lieten we zichtbare voetstappen achter.

In de Kerstnacht van onze kinderjaren hoorden we bij het opstaan al het klokgelui van de Kruisherenkapel, daar begon de Nachtmis om 3 uur. Je had echt een kerstgevoel na zo’n korte nacht, in tegenstelling tot nu, nu de meeste Nachtmisvieringen op de vooravond zijn. Voor we naar de Nachtmis van 4 uur vertrokken, kregen we ieder een pepermuntje, voor als je ziek werd. Pas innemen na het ontvangen van de H. Communie!

Op Eerste Kerstdag waren er telkens drie H. Missen achtereen, maar ondanks dat die met ‘Drie Heren’ werd gedaan, duurde die voor ons als kind nog uren. Thuis gekomen was er balkenbrij, gebakken op de Leuvense Stoof. Want in de winter huisden we in de goeikamer die was gevuld met een geur van dennenhars, nee niet van de kerstboom, die hadden de protestanten. Maar wel dennentakken, gesneden van de Reuze Zilverspar, die achter in de kippenren stond, een boom uit de dertiger jaren die er nu nog groen bijstaat.

De kerststal had porseleinen beeldjes. Die stonden samen met de wollige schaapjes in het verse mos, erboven een vijfpuntige, verlichte ster. De beeldengroep was niet compleet, doordat er een kameel bij de drie koningen ontbrak. Later bezochten we het kerkgebouw voor de plechtige hoogmis en daarna het middaglof. Bij elkaar brachten we veel tijd door in het godshuis. Bij het betreden van het portaal zagen we vier mannen aan het klokkentouw trekken. Dat werd een half uur lang in beweging gehouden.

Vijftig jaar geleden ging ik na het ontbijt foto’s maken van de witte wereld. Al was het 8 uur, ik was de enige bezoeker op de Markt met het nog onbesmette sneeuwdek in de straat met enkele auto’s. Snel keek ik rechts van het gemeentehuis in de koplampen van de vertrekkende strooiwagen op de gemeentewerf, het mooi uitziende wegdek verandert daarna snel in een modderig spoor. Die kerstnacht kregen ze op het buurtschap Zoggel, ‘n nèij kientje, een jongetje, dus weer een kerstkind en vandáág gedoopt, zoals dat óók gebruikelijk was, maar nu tegen de wil van de pastoorsmeid. Met in de namiddag een speciaal kerkbezoek. Dit jaar met Kerstmis ziet de boreling Abraham, voor de Verlosser was dat niet weggelegd!

In het begin van de maand was het boek Ik Jan Cremer uitgebracht. Het boek deed veel stof opwaaien, ook bij Boekhandel LUDA in Eindhoven, waar mijn verloofde toen werkzaam was. Zij vertelde dat het omstreden boek daar niet werd verkocht, doch Eindhoven telde meer boekwinkels. De eigenaar: ‘ik wil het niet op mijn geweten hebben dat met Kerstmis dat boek gelezen word.’ Het boek veroorzaakte veel opschudding vanwege zijn ruig taalgebruik over seksualiteit. En intussen kwam 1964 weer in de geschiedenisboekjes als een “Witte Kerst”, in het zuiden viel tien tot vijftien centimeter.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (1)

Rini de Groot zei op 17 december 2014 om 19:58 uur

Topografische kaarten zijn betrouwbaren kaarten.
Toch heeft de Dienst verzuimd de bebouwing van Buurtschap Zoggel op de kaart aan te brengen, voor hen een onbekend of beschouwd als geheim gebied.
Bij minimaal 2 uitgave,s van 1953 en een latere druk ontbreken de gebouwen zoals bij een Militair gebied.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: