i

Dit verhaal gaat over:

Kijkje in kerkelijke archieven

vertelde op 18 februari 2016 om 21:17 uur

Aandacht voor kerkelijke archieven in de openbaarheidsmaand januari 2016. Hierin zitten naast stukken over de organisatie en pastorale zorg, vaak ook historisch interessante en nostalgische documenten die ons doen vertederen en verbazen. Laat je verrassen door een greep uit dit soort stukken die nu in 2016 openbaar zijn geworden. Je vraagt je misschien af, waarom nu pas openbaar? Dat ligt aan de afspraken daarover met de kerkbesturen, -voogden en –rentmeesters.

Devotieprentje uit het archief van Parochie Sint Petrus' Stoel in Antiochië Uden. (Een beetje scheef opgeplakt op papier)

Hervormde kerk in Lith
In het archief van de Nederlands Hervormde gemeente Lith-Lithoijen etc. treffen we deze tekening aan van de oude kerk, op een stuk karton geplakt. Met de aantekening vóór 1828.

De ‘leugenbaar’ van de RK Nicolaasparochie te Helvoirt

Het werkschriftje van de koster geeft een aardig tijdsbeeld van de handelingen achter de schermen voor het voorbereiden van missen en het lof rond de jaren 1950. Door de week, op zon- en feestdagen, trouw- en lijkmissen.

De uitvaart van een klein kind vond plaats tijdens de vroegmis om kwart voor 8 ’s morgens. Het lijkkistje met de ouders, broers en zusjes mocht niet door het middenschip ‘ze gaan door de smalle gangs langs kapelaan z’n biechtstoel naar achter en komen door smalle gang langs pastoor z’n biechtstoel terug’. Voor een kind dat de H. Communie had gedaan, golden weer andere normen. De lijkmis begon dan om 9.00 uur en er was meer aankleding.

Dat lijkt heel simpel, maar er waren vijf klassen missen met elk een ander aantal paramenten, liturgisch vaatwerk, kaarsen en wel of geen wierook. Ook de kwaliteit werd aangegeven. Bij een mis van de vijfde klasse moest de koster oude kaarsen neerzetten. En een mis met drie heren (priesters) was natuurlijk arbeidsintensiever. En het kazuifel van de priester was bij elk type mis weer anders. Het maatschappelijk tijdsbeeld van rangen en standen proef je heel duidelijk uit zo’n eenvoudig schriftje.

Ook zet de koster een boeiende aantekening in zijn schriftje ‘Wanneer ’t lijk niet in de kerk mag komen dan de leugenbaar zetten’. Dit lijkt op een soort nep baar, waarop een kist zonder lijk stond. Bijvoorbeeld bij mensen die gestorven waren aan een besmettelijke ziekte of wanneer iemand verdronken was, van wie geen stoffelijk overschot was gevonden.

Doopboek van ná 1811

Kerkelijke doopboeken zijn tot 1811, het jaar waarin de burgerlijke stand is ingevoerd, raadpleegbaar in het stamboomprogramma van BHIC. Van een enkele plaats binnen het regionale werkgebied van BHIC lopen de indexen (geen scans) op doopboeken ná 1811 door, maar op termijn verdwijnen die uit de database. In archieven van RK parochies en protestante gemeenten bevinden zich vaak nog doop- trouw- en overlijdensregisters van ná 1811.

Hier een voorbeeld van een doopboek 1867-1915 uit de parochie St. Remigius te Lithoijen, dat in 2016 openbaar wordt. De eerste dopeling is Wilhelmus Bernardus Govers op 11 januari 1867. Hij was vernoemd naar zijn peetvader en oom, schoolmeester Wilhelmus Dijkhoff. De kleine Willem was volgens zijn geboorteakte van de Burgerlijke Stand op 11 januari ‘om twee ure des namiddags’ geboren en is dezelfde dag gedoopt. Bij de katholieken was dat belangrijk omdat een ongedoopt kind bij overlijden niet rechtstreeks naar de hemel gaat, maar gedoemd is te blijven hangen aan de rand van de hemel, in het ‘voorgeborchte’. En ongedoopte kinderen mochten niet op gewijde grond begraven worden.

In het laatste jaar van dit doopregister vinden we ook weer een Govers, dit keer Maria Antonia Josefina Govers, gedoopt op 22 juni 1915. Volgens de burgerlijke stand was zij op 22 juni geboren ‘in de namiddag om half een’.

Met de aantekening dat zij in juli 1935 ingetreden is bij de Zusters Jezus Maria Jozef (JMJ) te ’s-Hertogenbosch, net 20 jaar. Volgens het bevolkingsregister van Lithoijen was zij onderwijzeres van beroep en had zij haar opleiding gevolgd aan kweekschool Hoogerheide te Woensdrecht.

 

Visitatierapport van de Classis ’s-Hertogenbosch over 1965
Hier enkele fragmenten die een mooi tijdsbeeld geven:
Instuif als visvijver voor protestantse trouwlustigen

Gevolgen van de invoering van de Algemene Bijstandswet in 1965 voor de diaconie

Pastoor komt voor 100-jarige thuis de mis opdragen
Bisschop W.M. Bekkers gaf de pastoor van Berlicum toestemming om ter gelegenheid van de 100e verjaardag van Wilhelmus Spierings (geboren 13-1-1866) de H. Mis bij hem thuis op te dragen. Willem was een oude vrijgezel die zijn leven lang al had samengewoond met ongetrouwde broers en zussen in het ouderlijk huis aan de Werststeeg 19 in Berlicum. Zus Theresia was al vroeg het huis uitgegaan. Zij was een kloosterzuster en werkte als verpleegster op Huize Voorburg in Vught. In 1949 was zij al overleden.
Wat mooi dat hij dat mee heeft mogen maken. Ruim een jaar later, op 23 mei 1967 sloot hij definitief zijn ogen op de leeftijd van 101 jaar.

En wie weet nog hoe die neomist (pas gewijde priester) uit India was, die door de parochie van Berlicum geadopteerd was?

Devotieprentje uit het archief van Parochie Sint Petrus' Stoel in Antiochië Uden

 

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: