i

Dit verhaal gaat over:

Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: kloosters

vertelde op 23 januari 2018 om 09:36 uur

Er was vroeger in Brabant nauwelijks een dorp of stad, of het had wel minstens één klooster. De groei begon in de 19e eeuw. De kloosters en vooral hun bewoners waren van grote betekenis voor onze provincie. Sinds het midden van de 20e eeuw is er sprake van krimp. Daarover gaat het thema "Kloosters in Brabant".

Norbertinessenklooster Sint-Catharinadal in Oosterhout (foto: BHIC / Frans van de Pol, 2014)
Norbertinessenklooster Sint-Catharinadal in Oosterhout (foto: BHIC / Frans van de Pol, 2014)

Tijdens de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden raakte ons land ‘ontkloosterd’. Aan het begin van de 19e eeuw waren er nog vijftien over, allemaal in Brabant. De norbertinessen te Oosterhout en de kruisheren in Sint Agatha waren beschermd door de prinsen van Oranje. De andere kloosters lagen in gebieden, die niet tot de Republiek behoorden: het Land van Ravenstein, de Baronie van Boxmeer, het Graafschap Megen en de Commanderij Gemert. Ook onder Napoleon en koning Willem I bleef het stichten van kloosters moeilijk. Tot 1830 was er weinig groei.

Vrouwenkloosters waren er tot begin 19e eeuw vooral voor slotzusters, die niet of zelden buiten het klooster kwamen. Daarna ontstonden er congregaties die actief waren in zorg, onderwijs en missie, aantrekkelijk voor vrouwen die een leven zochten buiten het huwelijk en een contemplatief leven. Deze congregaties groeiden dan ook het hardst. Voor mannen bestonden er al langer congregaties en orden die een maatschappelijk actief bestaan kenden. Maar ook voor hen ontstonden nieuwe congregaties.

Het aantal kloosters groeide in de tweede helft van de 19e en het begin van de 20e eeuw door de vervolging van religieuzen in Frankrijk en Duitsland. Diverse congregaties vluchtten naar Nederland.

Religieuze verpleegsters helpen dr. Kanters in het Gasthuis in Grave (foto: Foto Smeets. Bron: BHIC)

Religieuze verpleegsters helpen dr. Kanters in het Gasthuis in Grave (foto: Foto Smeets. Bron: BHIC, fotonr. 1907-006477)
 

Tijdens het rijke roomse leven werd de dagelijkse werkelijkheid gedomineerd door religieuzen in onderwijs, ziekenzorg, bejaardenzorg en maatschappelijk werk. Ook in de parochies en in het straatbeeld namen ze met habijt en kap hun plaats in. Aarzelend vanaf 1934, maar vooral vanaf de jaren vijftig zette de neergang in; het aantal religieuzen dat in de verschillende sectoren werkzaam was liep langzaam terug. Toch waren er in 1960 nog 41.431 religieuzen.

Na het Tweede Vaticaans Concilie versnelde het proces. In 2005 waren er Nederland nog ongeveer 10.000 religieuzen, waarvan zo’n 850 jonger dan 65 jaar. Veruit de meeste waren zusters in maatschappelijk actieve congregaties. Tegenwoordig zijn diverse kloosters kleine communiteiten van zusters, broeders of fraters, die zich een taak in de maatschappij of het parochiewerk stellen.

Er bestaan verschillende definities van wat een klooster is. Op deze website gaat het om een gebouw waarin religieuzen volgens hun regel samen wonen, bidden en werken. Vaak bevat het gebouw een kapel, een refter, slaapruimten, een recreatieruimte en werklokalen.

Naar de themakaart Kloosters >>

Bronnen
J. Smits, Vademecum van religieuzen en hun kloosters in Noord-Brabant, Alphen a/d Maas, 2010
A. van Heijst, M. Derks, M. Monteire, Ex Caritate. Kloosterleven, apostolaat en nieuwe spirit van actieve vrouwelijke religieuzen in Nederland in de 19e en 20e eeuw, Hilversum 2010

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: