skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic

Landhorst in vogelvlucht

Midden in de Peel ligt Landhorst. Hier was het ooit een soort niemandsland. Het gebied was eigendom van de Heer van Cuijk, die deze barre vlakte, waar slechts wolven en struikrovers huisden, verdeelde onder de nabijgelegen gemeenten Beers, Beugen, Cuijk, Haps, Wanroij en Oploo.

De plek waar later de dorpskern van Landhorst zou komen, viel vanaf toen grotendeels onder Wanroij en voor een stukje onder Beugen (de Beugense hei). In Wanroij had men het over de Wanroijse Peel.

In de twintigste eeuw ontstond hier een echt ontginningsdorp. Het gebied van zo’n 1.500 hectare bestond grotendeels uit laaggelegen heidegronden. Het was er dan ook nat, heel nat. Het heette op oude Franse kaarten dan ook Le Marais de Peeloftewel het Peelmoeras. In de wintermaanden stonden grote stukken volledig onder water, zodat je bij flinke vorst op de schaats van Wanroij naar Boekel kon gaan.

En wat die wolven betreft: nog in 1725 ontving Jan Roeloffs uit Wanroij ƒ 17,50 voor het levend vangen van zeven jonge wolven.

De naam Landhorst op zich komt al in de zestiende eeuw voor, bijvoorbeeld in schepenakten van de Millse schepenbank uit 1544. De term “horst” wordt gebruikt voor een lichte verhoging in het landschap. De Cuijkse gemeentesecretaris Thomas van Duijnhoven schreef in maart 1816 een verhandeling over De ligging en de hoedanigheid van den Peel. Daarin noemt hij een stuk Peel “omringd met hoogtens vanzeer schraal zand, gemeenelijk Landhorst genaamd”. Het zou tot in de twintigste eeuw duren, voordat er zich hier op deze onvruchtbare grond mensen vestigden.

Eerste bewoning

Landhorst, PioniersstraatDe familie Hendriks uit Wanroij bouwde in 1913 de eerste boerderij: De Fortunahoeve. Zes jaar later vestigde Jan (Hannes) Willems zich als tweede pionier even verderop. Dat was dus in 1919. Jan Willems was op 10 mei 1904 met Gertruud Peters uit het Duitse Hulm getrouwd. In het begin mochten het echtpaar en hun kinderen op de hooizolder van de Fortunahoeve slapen. De dagen brachten ze, behalve op het land, door in de plaggenhut die ze gebouwd hadden. De kinderen liepen anderhalf uur over de hei om de school te bereiken.

De bevolking groeide ondanks de zware condities van het pioniersleven. Deze pioniers deelden hun ideaal om in volledige vrijheid een eigen zelfstandig bedrijf opbouwen. Het gebruik van kunstmest bracht het ingebruiknemen van nieuwe grond in een stroomversnelling.  ook nodig het gebied beter te ontsluiten. Dat was een taak van de overheid.

Landhorst, stichtingsboerderijVerkaveling

Het gemeentebestuur van Wanroij begon in 1927 aan dit grootscheepse project. Er kwam een ontwerp-verkavelingsplan ter tafel, waarover op 10 september 1928 werd gestemd door de belanghebbenden. Er kwamen maar liefst 1.096 mensen opdagen, die allemaal beweerden grond in het verkavelingsgebied te hebben.

Dat had alles te maken met hoe het er in de voorafgaande jaren aan toe was gegaan. Gemeenten hadden allerlei kavel(tjes) verkocht waarop de nieuwe eigenaren vervolgens turf konden steken. Maar die kavels gingen daarna van hand tot hand. Ze werden geruild voor een pond tabak of voor een “rondje veur ’t hieël café”. En daar kwam geen notaris aan te pas...

Landhorst, PeelwerkerOm wat orde in deze chaos te scheppen, ging een plaatselijke commissie de werkelijke eigendomsverhoudingen onderzoeken. Alle eigenaren moesten zich officieel melden bij de commissie. Er bleken “eigenaren” te zijn, die hun grond niet wisten te liggen of zelfs hun perceel niet op een kaart konden aanwijzen. De commissie puzzelde lustig aan dit vraagstuk en presenteerde in het najaar van 1929 een lijst van uiteindelijk 550 echte eigenaren. Nu kon de grond worden getaxeerd en in verschillende klassen ingedeeld.

Op 20 maart 1931 werd het ruilverkavelingsplan definitief vastgesteld. Het werk werd uitgevoerd door de Nederlandse Heidemaatschappij uit Arnhem. Eind 1931 was de klus geklaard en was er 988 hectare in cultuur gebracht. De projectkosten van ƒ 110.000,- kwamen voor rekening van de gemeente Wanroij en de gezamenlijke ingelanden. Achteraf was Wanroij te vroeg geweest met dit project. Enkele jaren later subsidieerde het Rijk dit soort projecten voor 95 procent in het kader van de werkverschaffing.

Vereniging Peelbelang

Waar andere ontginningsdorpen vaak door de overheid werden gestimuleerd of zelfs opgezet, kregen de inwoners van Landhorst weinig tot geen bestuurlijke medewerking. Burgemeester P. Cornelissen schijnt zelfs over Landhorst gezegd te hebben: “Het is niks en het wordt niks!” Ook zijn opvolger, burgemeester Smulders, sprak na de oorlog over Landhorst als een ”ongewenst kind dat er nooit had mogen komen.”

Landhorst, kerkMaar deze stoere gemeenschap liet zich niet zomaar in een hoek drukken. Op 18 juni 1945 kwam een groep boeren bijeen in de stal van Nic Verkuijlen en richtte de Vereniging Peelbelang op. In het oudste notulenboek staat het duidelijk: Peelbelang is er om de belangen van de Wanroijsepeel en de Oploosepeel en zijn inwoners te steunen en te bevorderen.

Van “Landhorst” was toen nog geen sprake. Maar die eigen naam kwam er wel, op initiatief van Peelbelang, dat in 1950 behalve Landhorst nog vijf alternatieve namen voor het nieuwe dorp had: Blijdeheuvel, Lokhorst, Koningswoude, Koningsheide en Koningsmeer. Het werd dus Landhorst. Maar het duurde nog tot 1956 voordat de gemeente Wanroij plaatsnaamborden met “Landhorst gem. Wanroij” plaatste.

In die eerste jaren na de oorlog streefde Peelbelang vooral naar een eigen lagere school, omdat de kinderen tweemaal per dag 7 tot 8 kilometer moesten fietsen, dus ’s winters vaak in het donker. De school kwam er drie jaar later en Louis van Vonderen werd het eerste schoolhoofd. Vervolgens was het doel een kerk en een echte dorpskern. Beide kregen vorm in de jaren ’50 met zaken als wegenaanleg, huizenbouw, de bouw van een gemeenschapshuis en het tot stand komen van minder “harde”, maar wel noodzakelijke voorzieningen als kraamzorg en cursussen. Elektriciteit deed in 1955 zijn intrede. Voor die tijd bezat een enkeling al wel een elektrisch apparaat (zoals een wasmachine), dat dan op een tractor werd aangesloten. In 1964 werd de eerste kermis in Landhorst gehouden.

Landhorst, De QuaywegDorpsvereniging Peelbelang bestaat nog steeds en functioneert als een soort dorpsraad. Na de samenvoeging met Sint Anthonis in 1994 zorgde de vereniging ervoor dat in 1995, ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van het dorp, het monument voor De Peelwerker kon worden onthuld. Het beeld is gemaakt door de Lieshoutse kunstenares Riekie Wijsbek. 

Infrastructuur

Ooit waren er slechts sporadische zandwegen die in de winter nauwelijks begaanbaar waren. Bij de grote ruilverkaveling werd het aantal kilometers weg uitgebreid van 8,6 naar 41,3 kilometer. Ook de totale lengte aan waterlopen steeg: van 8,5 naar 35 kilometer. Op 20 juli 1956 werd de belangrijke De Quayweg geopend, als het sluitstuk voor de ontsluiting van het pioniersdorp.

Het dorp zelf heeft het strakke stratenpatroon van de tekentafel, met aan de westzijde een rechthoekig, door linden omzoomd plein, waaraan de centrale voorzieningen zoals de kerk, de school, wat winkels en cafés zijn gelegen.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!