skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Vincent van de Griend
Vincent van de Griend Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Vincent van de Griend
Vincent van de Griend Bhic

Maandag moet het geld er zijn, of Uw leven is verbeurd

“Denk er om, als U van de ‘Zwarte Hand’ heeft gehoord zal U weten dat die vereeniging niet met zich laat spotten. Maandag moet het geld er zijn, of Uw leven is verbeurd.” Dit vonnis van Fonger Bruinsman uit 1914, gevonden in de archieven van de Rechtbank in Breda, lijkt ons mee te nemen naar de wereld van Pietje Bell maar niets is minder waar: dit is de keiharde werkelijkheid.

De bende van de Zwarte Hand klinkt vast bekend in de oren bij lezers van Chris van Abkoude. Maar het dreigement zoals we dat hier in de archieven terugvinden, heeft niets met fictie te maken. We lezen dit in het vonnis van de Fonger Bruinsma uit 1914 (en wat een toeval: in dat jaar verschijnt het eerste Pietje Bell-boek).

Fonger is een negentienjarige jongen, met een keurig handschrift zo zien we in de archieven maar zonder vaste woon- of verblijfplaats. Hij neemt een revolver weg uit de roomboterfabriek De Hoop in Etten en bedreigt daarmee IJsbrand Theordorus Terwisga van Scheltinga. Bruinsma wil dat deze IJsbrand een schuldbekentenis tekent en dat hij die betaalt in verschillende biljetten (twee bankbiljetten van 100 gulden) en tien gulden aan zilvergeld, twee rijksdaalders en vijf guldens – om vrij precies te zijn. Gebeurt dat niet, dan is de represaille duidelijk: “Ik schiet je dood”.

De reden van de afpersing wordt niet helemaal duidelijk. Eén van de dreigbrieven begint zelfs met de zin “Daar U zoo goed voor mij geweest is, wil ik ook goed voor U zijn.” En gaat dan verder: “Ik wil U waarschuwen voor een dreigend ongeval dat U boven het hoofd hangt. Ik weet dat er personen zijn die indien U Uw betrekking voor 1 januari 1915 niet neerlegt, Uw leven bedreigen. Als ik niet zeker wist dat ’t olie in ’t vuur was zou ik U aanraden de politie te waarschuwen. Ik weet echter zeker dat indien U hiertoe overgaat U zeker een kind des doods is en gerust Uw testament kan opmaken. Ook is het voor U bijna onmogelijk Uw positie te vernietigen, goddank is er nog een tusschenweg.”

Als IJsbrand betaalt, dan zorgt Fonger ervoor dat de rust terugkeert. “Ik geloof dat ik dan bij machte ben ’t gevaar dat U bedreigd te kunnen afwenden. Doet U niet wat ik U aanraad, dan kan U ’t leven vaarwel zeggen. Volgt U mijn raad, dan kost U dat weliswaar 600 gulden maar U kan dan verder ook gerust zijn, dat wil ik U bezweren.”

IJsbrand volgt de raad van Fonger niet op maar stapt in plaats daarvan naar de politie. Voor diefstal, afpersing, bedreiging wordt er drie jaar tegen deze jongen achter de Zwarte Hand geëist.

Bron: register 23-433. Met op rolnummer 316, scan 81 tot en met 96, het verhaal van Fonger Bruinsma, en met dank aan Nel van Doorn voor de tip.

 

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Geef mij een andere som.

Lees ook deze verhalen