skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic

Memorandus

Hendrich Roerich, drossaard-rentmeester en landschrijver in de stad Megen, in dienst van graaf Ferdinand Schall von Bell van het graafschap Megen, sleep zijn ganzenveren pen om aan “de Schall”, die in Wenen verbleef, globaal het nieuws te berichten over 'Stadt en Land van Megen'.

Hendrich Roerich was een gemütlicher Duitse vrijgezel, die het Megens dialect verbasterde met een zwaar Beiers accent, ondanks het feit dat hij al vier jaar in dienst was en hier woonde. Toen zijn rapport gereed en ondertekend was, sloot hij het af met plaats en datum: Stadt Megen, den 11 Februari 1773.

Vervolgens ging hij naar het patersklooster om een Mass patersbier te drinken. Passanten, die hij op de Latijnse Area tegenkwam, groetten hem onderdanig en noemden hem mesjeu. Zo ook de drie knapen van rond de tien jaar, neefjes van elkaar, die op weg waren naar de Oude Maas achter de gevangentoren om te ‘slibberen’.

Op dezelfde tijd - het zal ongeveer rond het middaguur zijn geweest - sprak de pastoor van Megen, Joannes Gijsbertus Biedijckx, met de bustuarius Gerardus van Outvorst, over de plaats op het kerkhof waar morgen Joannes Molenbergh begraven zou worden, die reeds drie dagen boven aarde stond. Op het knekelhof is de grond stevig bevroren, zodat er een houweel aan te pas zal moeten komen. ‘Joannes’, zei de pastoor, ‘ge zult u een beetje moeten affeceren’.

Over de winterdijk sjeest Gerardus Bodenstaff, chirurgijn en vroedmeester, naar het huis van Johanna van Leur, die op het punt staat te bevallen van een tweeling. Hij passeert op de dijk een brevierende monnik uit het patersklooster.

De laaghangende lucht donkert en zakt af als nevel over Maasakker en de Oude Maas, waar hij zich nestelt tussen de winterdijken en rond de slibberende neefjes zweeft, die hij het zicht ontneemt en verwart. Plotseling zweeft er iets anders om hen heen… de dood.

Vanwaar kwam hij met zijn zeis? Waarom leidt hij de drie knapen met zijn onzichtbaar dwaallicht naar een wak, terwijl de drossaard bier drinkt, de grafdelver delft, de vroedmeester bij de barende vrouw aan het kraambed staat en de monnik - met gesloten brevier - kloosterwaarts keert?

Hij - de godsman - was het die de laatste noodkreten hoorde, vermengd en verbasterd met de uiteen gerafelde klokslag van 5 uur. Wat had hij gehoord? Vanwaar kwamen die kreten? Mogelijk van de vrouw in barenswee? Was dan nu de verwachtte tweeling geboren en de parochie twee zieltjes rijker?

Niets van dit alles. Integendeel. Vanuit het wak, dat de monnik in het donker vindt, waren drie brave zieltjes opgestegen, nalatende drie verwante ouderparen, gezamenlijk tellende zes broertjes en drie zusjes.

Hij ijlt met opgetrokken pij en grote schreden over het ijs, totdat hij aan de voet van de dijk komt, welke hij strubbelend moet beklimmen en daar, onder aan de gevangentoren, een van de ongeruste moeders tegenkomt, die hem vraagt of hij ‘ons Toontje’ niet gezien had, ‘want de bengel blijft veel te lang weg’. Hij blijft haar het antwoord schuldig want hij durft en kan haar niet vertellen wat hij met eigen ogen gezien heeft. Er komen meer mensen aangelopen, onder wie de koster Van Thiel. Die komt wel te weten wat er gebeurd is en slaat alarm door driftig de torenklok te luiden.

Een dorp komt in beweging: koster waarschuwt schout, hij, de - eveneens benevelde - drossaard, laat de dijk afzetten door veldwachters. De pastoor moet de bange ouders deels inlichten totdat de inmiddels teruggekeerde chirurgijn uitsluitsel kan geven.

Nu wordt een groep mensen samengesteld die zich zullen begeven naar het wak: mijnheer pastoor met zijn stool en een crucifix, de drossaard , de schout, de chirurgijn, en achteraan enkele boeren met draagbaren en weerhaken. De monnik loopt vooruit om de plaats van het wak aan te wijzen.

Ze vinden het en worden bijgelicht. Daar zien ze de drie kinderlijken, die deels onder het ijs liggen. Er valt een stilte. Dan knielt de pastoor, kust zijn stool en begint zijn gebed voor de jeugdige overledenen en, nadat zij op het droge zijn gelegd, besprenkelt hij hen rijkelijk met wijwater en zalft hen met het laatste oliesel.

Dan begint de terugtocht in omgekeerde volgorde: de boeren met de draagbaren voorop waaruit ledemaatjes bengelen - een voet slibbert voor de laatste keer - en de pastoor volgt prevelend met de monnik. Als de achtergeblevenen rond de gevangentoren de stoet met lichten van olielampen en kaarsen zien naderen, schreit iedereen.

Wij zullen de treurenden nu alleen laten in hun droefenis. Pastoor Biedijckx noteert enkele dagen later een gecompliceerde Latijnse tekst in het overlijdensboek der parochie, waarvan hier de Nederlandse vertaling volgt:

“In het jaar 1773, op de 11e dag van de maand Februari, (zijn) overleden de onder het ijs geraakte Antonius Princen, kind 10 jaar, Antonius Brans, kind ongeveer 8 jaar en Henricus Joannis van den Coolwijck, kind ongeveer 8 jaar, en de 13de Februari zijn deze drie begraven in een volksgraf op het Kerkhof.”

Reacties (17)

Gerard zei op 6 maart 2010 om 22:57
Uit welke bron komt dit roerende verhaal?
En zijn deze kinderen werkelijk in een "volksgraf" begraven?
F. van Altvorst zei op 8 maart 2010 om 12:40

Beste Gerard,
De bron van 'Memorandus' was 'Megen in Gezinnen 1616-1811 van Piet Lemmers' waar op p. 123 de drie overleden jeudigen vermeld staan met de toevoeging bij elk kind: Submersus est sub glacis... .
Ook blijkt hieruit de familiebetrekkingen tussen de drie drenkelingen.
Het begrip 'volksgraf' is overgenomen van pastoor Biedijckx in zijn begravenis notatie. Syntactisch is bedoeld dat ze in een 'gezamelijk graf' zijn begraven op het kerkhof in Megen.
Groetend,
Gerard van Haaff zei op 7 december 2010 om 00:45
Al zoekende op het web kwam ik op deze site uit. Al jaren ben ik bezig met de genealogie van de familie van Haaff. En zoals u ongetwijfeld weet was pastoor Gerardus van Haaff heel lang pastoor in Megen en heeft daar voor heel wat reuring gezorgd. Zijn verhaal heb ik aardig op een rijtje en zal over niet al te lange tijd te vinden zijn in de kroniek die ik momenteel aan het schrijven ben. Deze zal dan op mijn te maken website van Gerard van Haaff (want dat is ook mijn naam) te vinden zal zijn.
Marilou Nillesen, namens BHIC bhic zei op 8 december 2010 om 08:41
Dag Gerard,

Laat hier maar weten wanneer je website online is, dan kunnen we hier een linkje er naar maken. Wel zo makkelijk voor iedereen ;-)
Mieke van Thiel zei op 30 januari 2011 om 14:24
Beste Frans en Gerard,
Inderdaad een ontroerend verhaal. Voor ons ook weer interessant omdat mijn man en ik al vele jaren onderzoek doen naar de in het verhaal genoemde koster/onderwijzer en landschrijver (eerst alleen later samen met Hendrich Roerich) Willem van Thiel (1721-1797), zijn kinderen en zijn voorouders.
Zijn u misschien nog meer verhalen bekend waarin de naam van Thiel voorkomt?
Waar is de door u genoemde bron in te zien?
Met vriendelijke groet,
Mieke van Thiel
Frans van Altvorst zei op 31 januari 2011 om 10:06
Beste Mieke van Thiel,
Gerard Ulijn (Megen)noemt de volgende leerkrachten in Megen (1642-1980):
Arnoldus van Thiel 1789-1798,
Wilhelmina van Thiel 1897-1900, en
Maria van Thiel 1897-1900.

'Van Thiel' wordt ook genoemd in Joannes Loeffen's "Journaal of Dag Register van eniger particuliere annotitien, begonnen met den jaere 1795", (Van Altvorst Archief).
Zie ook Piet Lemmers (Malden)"Megen in Gezinnen 1616-1811, 2 delen).
met vr. gr. Frans van Altvorst
Mieke van Thiel zei op 31 januari 2011 om 23:43
Dag Frans,
Hartelijk dank voor je snelle reactie.
De genoemde van Thiel's in het onderwijs in Megen zijn ons bekend en behoren inderdaad tot onze familie.
Jaren geleden zijn we al eens op zoek geweest naar het door u genoemde boek van Joannes Loeffen maar konden er niet achter komen in welk archief dat bewaard wordt.
Weet u in welk archief dat in te zien is? Ook zouden we graag weten waar het door u genoemde boek van Piet Lemmers te bekijken is. Beide boeken lijken ons héél interessant!
Met vriendelijke groet,
Mieke van Thiel
Gerard van Haaff zei op 1 februari 2011 om 00:59
Dag Mieke,

Ik zal de komende dagen het hele verhaal van pastoor van Haaff eens doorwerken op " van Thiel's". Zal er een word-bestand van maken. Moet dit via dit kanaal (misschien wat veel voor hier?), maak anders jouw e-mailadres even bekend dan stuur ik het rechtstreeks.

Bij al deze leuke onderzoeken houd ik mij aanbevolen voor vermeldingen van " van Haaff-jes".

H.gr. Gerard van Haaff
Mieke van Thiel zei op 1 februari 2011 om 13:25
Beste Gerard,
Wat leuk dat je reageert! Natuurlijk zijn we de naam van pastoor Verhaaff tegengekomen in de DTB boeken van Megen.
Heel fijn dat je voor ons wil zoeken naar de naam van Thiel in jouw archief. Hierbij mijn (grote bestanden)emailadres: miekevanthiel@gmail.com
Ik ben zeer benieuwd wat je hebt!
Uiteraard zal ik ook in mijn bestand kijken of ik nog wat voor jou heb.
Met vriendelijke groet,
Mieke van Thiel
Wolter Adolf Waslander zei op 10 februari 2011 om 22:04
Een boeiend en goed geschreven verhaal.
Het valt volkomen buiten de contect van het verhaal maar mij sprak in het bijzonder aan het woord: "affeceren". Ik kende het alleen uit het Fries. Mijn grootvader gebruikte het als hij vond dat men moest opschieten.
Paul Denneman zei op 2 december 2011 om 00:43
In een zoektocht naar mijn voorouders, ben ik veelvuldig op deze site geweest. Verrast kom ik daar de naam van Gerardus Outvorst, de bustuarius (grafdelver?) tegen. De tijd klopt, want zijn dochter was toen ongeveer 4 jaar.

Mooi verhaal en nu ineens in een passende context. Is er meer bekend over deze Bustuarius?
Piet Lemmers zei op 3 december 2011 om 15:18
Hallo Paul,
In 1992 verscheen de genealogie Van Altvorst. Hierin enkel vertakkingen van de door jou genoemde personen. Indien interesse kun je nog een nieuw exemplaar
voor een schappelijke prijs verkrijgen.
Johanna daarin is vermoedelijk de dochter de jij bedoeld. Zij werd ca. 1768 geboren en overl. Megen op 84-jarige leeftijd dd. 8-1-1851 als weduwe van Petrus Kling.
Het woord bustuarius, het beroep van Gerardus Jansen van Outvorst, betekent hier vermoedelijk dat hij de man is die
de functie van het maken van graven had en voor het begraven van de doden in Megen verantwoordelijk was.
Vr. gr., Piet Lemmers

Paul Denneman zei op 5 december 2011 om 13:34
Dat is inderdaad diegene die ik bedoel. Op zich heb ik wel interesse in en exemplaar. Mail mij anders op info at denneman.org
Judith Pollmann zei op 22 augustus 2018 om 10:03
Beste mijnheer van Altvorst. U verwijst hierboven naar Joannes Loeffen's "Journaal of Dag Register van eniger particuliere annotitien, begonnen met den jaere 1795", (Van Altvorst Archief). Ik heb daar twee vragen over. 1) Zou u mij kunnen zeggen waar het Van Altvorst Archief zich bevindt? 2) Volgens het typoscript van Loeffen's Memorien dat in de UB Tilburg berust zou het origineel verloren zijn gegaan. Is dit toch het origineel of een later afschrift? Ik zou u dankbaar zijn voor een reactie. Vriendelijke groet, Judith Pollmann, Universiteit Leiden
Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 22 augustus 2018 om 14:30
Beste Judith, ik heb dhr. Altvorst even een mailtje gestuurd om hem van jouw reactie op de hoogte te brengen.
De verblijfplaats van dit archief is ons helaas niet bekend.
Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 23 augustus 2018 om 13:50
Vandaag een mailtje gehad van dhr. Altvorst, dat hij de vragen van Judith per brief gaat beantwoorden; het adres was bij dhr. Altvorst bekend.
Judith Pollmann zei op 23 augustus 2018 om 14:24
Dat is goed nieuws! Veel dank voor de bemiddeling. Mijn mail- en postadres zijn zo nodig ook te vinden op de website van de Universiteit Leiden.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!