skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic

Met Napoleon op weg naar Moskou

Rien Wols
Rien Wols Bhic
vertelde op 28 oktober 2010 om 10:13 uur
Om Rusland te veroveren had Napoleon behoefte aan talloze soldaten. Uit Sint-Hubert belandde de in- en invrome Johannes Ermers via Amiens, Mainz, Berlijn en Poznan in Warschau. Dat was 325 uur lopen van huis, zoals hij schrijft in zijn derde en laatste brief aan het thuisfront.

Daarna is niets meer van hem vernomen. Hieronder de tekst van die brief uit 1812 (in vertaling).

Warschau, 30 oktober, geloofd zij Jezus Christus.

Aan de eerwaarde heer H. van Wanroij en aan de eerwaarde heer Zelten.
Zeer geliefde vader en zeer geliefde heerneef, op wie ik zeer gesteld ben, ontvang van mij, uw dienaar Johannes Ermers, zeer hartelijke groeten.

Ik laat u weten dat ik nog fris en gezond ben, dat ik een goede conditie heb en niet veranderd ben. In Mainz heb ik op zondag 16 augustus na het feest van Onze Lieve Vrouw gebiecht en de communie ontvangen en de 19de ben ik daar weggegaan. We hebben daar nog in barakken gelegen. Het was een heel godsdienstige stad. Als ik er op straat liep, keek ik altijd omhoog om te zien wie het mooiste beeldje boven de deur had staan.

En nu ben ik door een ongelovig land gemarcheerd, want in heel Saksen en heel Pruisen zijn de mensen vrijwel allemaal luthers. Als er een grote stad was, dan was maar een klein gedeelte gelovig, het omgekeerde van bij ons. Want in Berlijn was maar één katholieke kerk en dat is een grote stad, wel zo groot als Amsterdam. Maar nu kan ik zeggen dat ik in Polen ben beland en daar is het helemaal anders.

Tussen Pruisen en Polen hebben we een dag gemarcheerd. Alleen maar bossen, bijna geen huizen. Maar toen veranderde het totaal, want in het eerste dorp waar we terecht kwamen, trof ik weer een mooi beeld aan en op de toren een kruis. Toen we drie of vier dagen door Polen hadden gemarcheerd, kwamen we in de stad Poznan. Daar hadden we een rustdag. Veel mensen spraken er Duits. Ik heb daar gebiecht en ben ter communie geweest, heb er een mis laten lezen zoals in Mainz en in Amiens en nu ben ik in een rustige stad.

Ik ben er 24 oktober aangekomen. Het is nu de 31ste en morgen, op Allerheiligen, moet ik weer vertrekken. Ja, morgenvroeg om zes uur en dat valt me tegen, want ik was van plan geweest om morgen op Allerheiligen te biechten. Ik heb het vandaag pas gehoord. We hebben vandaag, de 31ste, met kruit geschoten dat het knetterde. Dat was een oefening en nu ben ik hier acht dagen geweest. Nu moet ik weer verder en dat spijt me erg, want ik kon hier veel missen horen. Ik ging ’s morgens om vier uur naar de kerk en dan had ik er al drie of vier gehad tegen de tijd dat het licht werd.
Er zijn in Polen veel kloosters. In deze stad ook en ik kan u niet beschrijven hoe mooi de kerken zijn; de mooiste bij ons is hier de lelijkste. Het Poolse volk is heel eerbiedig in de kerk. Ze vallen met hun gezicht plat op de grond bij de offerande, de consecratie en de communie en sommigen de hele mis lang. Jong en oud doet dat en ze bidden tot Onze Lieve Heer met gekerm, ja, het is een heel gekerm in de kerk.

Bij ons maken ze een kruis en ze slaan op hun borst, maar ze denken er niet echt bij na wat daar aanwezig is. Vrijdags vermijd ik vet eten en zaterdags vlees. Welnu, heel hartelijke groeten lieve vader en lieve neef. Ik vraag niets anders dan een gebed van u en schrijf me eens hoe het gaat met de heilige kerk en met de kloosters.

Nu. Adieu, lieve vader en lieve neef, misschien tot in de eeuwigheid.

Aan mijn zusters en zwager en aan al mijn vrienden.

O geliefde zuster en zwager en al mijn vrienden en bekenden, zeer hartelijke groeten van mij, uw enige broer Johannes Arts Ermers. Ik laat u weten dat ik nog fris en gezond ben. Ik hoop dat dat met jullie ook zo is. Op 19 augustus ben ik uit Mainz vertrokken, de Rijn overgestoken. We kregen daar wel volop te eten bij de boeren, maar geen traktement. Toen zijn we in Spandau terecht gekomen, vier uur voor Berlijn, op 9 september. Daar hebben we tot 27 september wat gelegen zonder iets te doen en toen zijn we weer vertrokken.

Met St. Hubertse kermis waren we een dag in Berlijn en daar hebben we een dag gelegen. Toen zijn we naar Polen gemarcheerd en dat is een aardig land. Ze hebben daar geen stoelen en alleen maar houten lepels. Geen vorken, geen klompen of schoenen. Alleen maar laarzen, verder alles barrevoets. De kleine kinderen nog zowat bloot van ’s morgens tot ’s avonds en het is er net zo koud als bij ons. De varkens lopen er, net als bij ons de honden, het huis in en uit. Ze komen binnen eten.

Ik ben in Warschau aangekomen op 24 oktober en nu moet ik morgenvroeg, 1 november, weer vertrekken. Dan doe ik de brief op de post, want nu is het ’s avonds negen uur, de 31ste. Welnu, hartelijke groeten, geliefde zusters en zwager en alle bekenden en vrienden, misschien tot in de eeuwigheid. Ik bid voor jullie tot de Heer onze God. Jullie moeten God trouw dienen en goed op jullie kinderen passen, vooral op Johanna Kroef.

Ik ga nu op veldtocht, naar de Rus. (…) Ik kom nog niets tekort, want ik heb het geld niet meer teruggezien. Het zit nog op de plaats waar mijn zuster Johanna het vastgenaaid heeft. Ik heb daar nog geen verdriet van gehad.

Jullie moeten bedenken dat, als ik daar moet sterven, mijn geest daarover verblijd zal zijn. En als ik weer eens thuis zal komen, dan verblijdt zich mijn menselijke natuur. Ik heb jullie brief op 27 juli ontvangen, maar daar was een vergissing mee gemaakt, want jullie hadden hem gefrankeerd, en ik hem toch volledig moeten betalen. De post had namelijk in plaats van twee streepjes er het cijfer zes op gezet. Dat heeft geen voordeel opgeleverd, want ik heb dertien sou moeten betalen en anders was het er maar een geweest. Het heeft me erg gespeten dat jullie hem gefrankeerd hadden.

Als jullie schrijven, schrijf dan naar Warschau in Polen, tweede regiment, eerste bataljon, de zesde compagnie voltigeurs. Ik ben nu driehonderd en vijfentwintig uren van huis.

Reacties (15)

Jan Lange. Nw.Vennep zei op 31 oktober 2010 om 19:32
Een vluchtige genealogische verkenning van deze Millse Moskouganger:
Johannes Arts Ermers is gedoopt te Mill op 3.10.1790 als zoon van Aert Jans Ermers (uit St. Hubert) en Willemijn Teunissen (vlgs. DTB uit Haps of uit Mill afkomstig en overl. te Mill op 19.12.1811). Zij trouwen te Mill op 24.4.1774.
Zij hebben inderdaad een dochter Maria Aerts Ermers, ged. Mill 2.1.1781, die als echtgenote van Gradus Kroef overlijdt te Mill op 6.2.1816.
Aert Jans Ermers is ged. Mill 8.12.1749 als zoon van Jan Jans Ermers x Mill 3.9.1741 Maria Fransen Smits.
Jan Lange. Nw.Vennep zei op 31 oktober 2010 om 21:08
Ter aanvulling:
dat Jan Arts Ermers in zijn brief speciaal aandacht vraagt voor Johanna Kroef, komt, omdat hij de peetoom van haar is: te St. Hubert wordt ged. op 5.9.1808 Johanna d.v. Gerardus Kroef en Maria Arts (Ermers), peter is Johannes Arts.
Gerardus en Maria trouwen voor schepenen Mill/RK St. Hubert op 12/27.4.1806. Maria Arts Ermers overl. te St. Hubert op 6.2.1816, 35 jaar oud (Dodenboek parochie).
In St. Hubert overl. op 20.12.1811 ook Wilhelmina Theunissen, weduwe, 63 jaar oud (dus geb. ca. 1748) en afkomstig uit Haps.
Jan Lange. Nw.Vennep zei op 31 oktober 2010 om 22:09
De eerw. heer H. van Wanraij was de toenmalige pastoor van St. Hubert (1810-1826); de heerneef Zelten kan ik niet traceren 1-2-3.
Jan Lange. Nw.Vennep zei op 1 november 2010 om 23:04
De heerneef Cornelis S/Zelten is gevonden ! Met dank aan Roland Zwiebel, auteur van de genealogie van de Millse familie Selten. Hij schrijft me:

Joannes Peters Selten, landbouwer, gedoopt omstreeks 1743 te Wanroy op Toven, overleden 10 september 1830 te Mill in de leeftijd van 87 jaar, zoon van Petrus Lamers Selten en Jacoba Ariens Peters Poos. Gehuwd op 21 april 1771 in Mill met Mechtilde Jans, geboren te St. Hubert/gedoopt 25 juni 1744 te Mill (getuigen Leendert Jans en Hendrien Jans), overleden 18 september 1826 te Mill op 82-jarige leeftijd, dochter van Joannes Jans Ermers en Maria Franssen.
Hun kinderen:

1.Gertruda, gedoopt 17-03-1772 te Mill (getuigen Frans Jans en Jacoba Peters Selten), overleden 08-08-1839 te Mill. Gehuwd op 17 mei 1797 te Mill met Martinus Driessen, gedoopt omstreeks 1772 te Escharen, overleden 25-04-1817 te Mill, zoon van Andries Reijnen en Anthonet Lamers. Gertruda en Martinus waren tot in de 4e graad aan elkaar verwant.

2.Joannes, arbeider, gedoopt 11-07-1774 te St. Hubert (getuigen Joannes Jans Ermers en Barbara Christiaans van Riet), overleden 05-08-1833 te Mill.

3.Lambertus, gedoopt 24-05-1777 te Mill (getuigen Lambertus Peters Selten en Maria Jans), begraven 01-04-1778 te Mill

4.Petrus Jans, dagloner en landbouwer, gedoopt 22-02-1779 te Mill (getuigen Arnoldus Jans Ermers en Petronella Peters Selten), overleden 10-12-1863 te Mill.

5.Joanna Jans, gedoopt 16-03-1781 te Mill (getuigen Cornelis Jans Clomp en Maria Franssen), begraven 06-04-1782 te Mill

6.Cornelis Jans, gedoopt 19-02-1783 te Mill (getuigen Lambertus Jans en Wilhelmina Theunissen), begraven 30-12-1783 te Mill.

7.Cornelis, pastoor, gedoopt 12-04-1785 te St Hubert (getuigen Lambertus Jans en Petronella Martens), overleden 05-04-1847 te Rijkevoort.

Vader Joannes Peters Selten is blijkens zijn overlijdensakte geboren op Toven in Rijkevoort; in welke parochie hij gedoopt is, is niet meer te achterhalen. Hij komt niet voor in de doop­registers van de kerken in de buurt; het is heel waarschijnlijk dat de dienstdoende pas­toor vergeten is de doop van Joannes in te schrijven.
Zelf is hij tamelijk oud geworden met zijn 87 jaar. Die leeftijd rechtvaardigt de conclusie, dat het Joannes tijdens zijn leven redelijk goed moet hebben gegaan. Dit wordt ook nog bevestigd door een proces-verbaal van het Vredegerecht te Grave uit 1819, waarin Joannes als rentenier wordt genoemd. In 1815 wordt hij in een akte van het Vredegerecht Grave als particulier aangeduid; deze aanduiding stamt uit de, toen net afgesloten, franse periode, en houdt in dat hij als zelfstandige in zijn levensonderhoud kon voorzien.

Zijn jongste zoon Cornelis Selten, de heerneef van Jan Arts Ermers, is naar het Groot-Semenarie gegaan, benoemd tot kape­laan in Wanroij in 1810 om vervolgens tot pastoor van Rijkevoort te worden aangewezen. In Rijkevoort kreeg hij nog te maken met een slecht onderhouden pastorie en kapel; uit 1809 dateert over deze kwestie een boze brief van de Bisschop van Den Bosch aan Rijkevoort.

Heel toevallig weten we wat meer over de familie-banden in die tijd. Bij de afbraak van een oud huis aan de Voortsestraat in St. Hubert worden 3 brieven gevonden van de soldaat Jan Ermers, geboren 3 oktober 1790, zoon van Arnoldus Jans Ermers en Wilhelmina Theunissen, waarin onze Cornelis Selten, zijn volle neef, voor­komt. Deze Arnoldus Jan Ermers is een broer van de moeder van Cornelis Selten.

Om het geheel goed te begrijpen moeten we ons verplaatsen naar de Franse Tijd anno 1800. Er veranderde toen heel veel. Registratie van eigendommen, belastinginning, per­soons­namen, instelling van de burgerlijke stand, nieuwe wetgeving enz. De Franse soldatenronselaars voor Keizer Napoleon stroopten de pastorieen af om gegevens van jongens tussen 18 en 24 jaar. Met het pistool op de borst eisten zij bij mijnheer pastoor de doopboeken op. Ze hadden leergeld betaald: als ze langs de huizen trokken en een jongeman zagen lopen, klein van stuk, dan zei de moeder: hij is pas 16, was hij groot en lang: hij is 27. De ronselaars wilden meer exacte gegevens en die lagen in het archief van de pastorie en dus ook in het archief van onze kapelaan Cornelis in Wanroij.

In de brieven van soldaat Jan Ermers aan Cornelis Selten wordt de sfeer uit die tijd duidelijk weergegeven. Jan Ermers is een zeer gelovige jongen, trouw aan alles wat in die tijd door de kerk als heilig wordt voorgehouden. Hij gaat vaak te biecht, bidt elke dag en bezoekt in de plaatsen waar halt gehouden wordt indien mogelijk de heilige mis. Hij is tuk op zakgeld en vermeldt herhaaldelijk de hoogte van zijn soldij. Aan het eind van elke brief groet hij steevast zijn ouders, broers en zussen, maar vooral de geestelijkheid, zijn Heerneef kapelaan Selten.

Het aantal kilometers dat Jan Ermers heeft moeten marcheren is onvoorstelbaar: van St. Hubert naar Rijkevorsel (België), Gent, Lille (Frankrijk), Amiens, Mainz (Duitsland), Poosen, Spandau. Aan het einde van de derde en laatste brief zegt hij: ik ben nu op weg naar de Russen (Moscou), 325 uren gaans van huis; hij zit dan in Warschau. Waarschijnlijk is ook hij, daags na Kerstmis 1812, de Berezina in gedreven, een dam vormend van karren, kanonnen, goederen, ransels en soldatenlijken in volle bepakking, waarover keizer Napoleon wegvluchtte, achterna gezeten door de Russische kozakken. Er is nooit meer enig levensteken van Jan Ermers vernomen.

Bronnen:
i Oud Rechterlijk Archief Land van Cuijk, criminele signaten Sb. R. 5, folio 230-233c

ii Archief Vredegerecht Grave, acte d.d. 25 januari 1819

iii Archief Vredegerecht Grave, acte 1 december 1815

iv Uit: Van de Schelm de Halg en de Soldaat des Keizers in 1812, “Vriendenkring van Myllesheem”.




Jan Lange. Nw.Vennep zei op 25 oktober 2011 om 22:37
Inmiddels heb ik via Henk van de Weem in scan de andere brieven ontvangen; als op BHIC daar interesse voor is, hoor ik dat wel.
De brieven kwamen uit de boedel/huis van Toon Linders uit de Voortsestraat uit St. Hubert. Jan Ermers was overigens ook een geboren St. Hubertenaar.
In een van de brieven achrijft Jan, dat hij de dorpsgenoten Cornelis Jans Vloet en Hendrikus Eijbers in Noord-Frankrijk ontmoet heeft in een ander bataljon.
Hendrikus Eijbers is wrschl. de zoon van Hermanus Eijbers, gehuwd te Mill op 16.1.1785 met Antonet Martens Daenen.
Een Cornelis Jans Vloet is gehuwd te Mill op 2.7.1815 met Hendrina Jacobs Martens en overlijdt te Mill op 10.6.1848; of dit dezelfde is, want dan zou hij het avontuur overleefd hebben ?!
In Duitsland trekt Jan op met Derk Ruskens uit Neerbos.
Verder werd in 1812 de St. Hubertse kermis al op de laatste zondag van sept. gevierd. Bijna 200 jaar later heeft men deze kermis enkele maanden vervroegd !
Jan Lange. Nw.Vennep zei op 25 oktober 2011 om 22:44
Joost Welten heeft overigens een proefschrift geschreven over Napoleon's soldaten uit Zuid-Nederland: In dienst voor Napoleons Europese droom.
En een boek: Met Napoleon naar Moskou.
Marilou Nillesen, namens BHIC bhic zei op 27 oktober 2011 om 09:48
@Jan: Tjee, dat klinkt interessant! Ik stuur je even een mailtje over deze scans.
Jan Lange. Nw.Vennep zei op 27 oktober 2011 om 20:30
Hermanus Eijbers huwt overigens eerstens te Mill op 13.5.1770 met Johanna Jans Diependael; wellicht is Hendrikus ook hierit geboren.
Marilou Nillesen, namens BHIC bhic zei op 28 oktober 2011 om 09:50
@Jan: Allereerst hartelijk dank voor het toesturen van de scans! En een interessante aanname, wat betreft Hendrikus.
Jan Lange. Nw.Vennep zei op 29 oktober 2011 om 18:02
Een stap verder:
Cornelis Jans Vloet/Vloed is ged. Mill 10.5.1790 als z.v. Jan Peters Vloet uit St. Hubert en Joanna Maria/Jennemie Hendriks van de Burgt uit Uden.
Omdat ook Jan Aerts Ermers is geboren in 1790 ligt het voor de hand, dat ook Hendrik Eijbers rondom dat jaar is geboren. Nadere bestudering DTB Mill leert, dat Hendricus, gedoopt Mill 3.10.1790 als z.v. Eijbert/Egbert Hendriks/Hendricussen x Mill 25.4.1790 x Joanna Maria Fransen van Sambeek de juiste persoon is in dit verhaal. Beide ouders zijn van Mill.
Marilou Nillesen, namens BHIC bhic zei op 31 oktober 2011 om 11:01
@Jan: Knap puzzelwerk, Jan. Mooi gegeven voor dit verhaal!
Jan Lange. Nw.Vennep zei op 3 april 2013 om 21:38
Nog 3 soldaten:
Vredesgerecht Grave dd. 24.2.1812: Gerrit Jans, rentenier, overleden Sint Hubert 18 september 1811, weduwnaar van Wilhelmina Cornelissen; erfgenamen o.m. Martinus en Gerard, zonen van Jan Peters Heyligers in Mill, zij dienen onder de keizerlijke legers, zoo ook Antoon Willems (ged. Mill 22.3.1789), zoon van Wilbert Gerrits (en Mechtildis Thonen van Geffen).
Bernard J.J.Krijbolder zei op 28 juni 2019 om 17:44
Mijn familielid Henri(cus) Krijbolder, ook geboren 1790, maakte dezelfde legering door vanuit Den Bosch. Eerst bij het 125e Regiment Infanterie van Linie en daarna (al dan niet als refractaire!) bij het 2e Regiment de la Mediterannee (later 133e Regiment Infanterie van Linie). Graag zou ik beschikken over scans van alle brieven van Johannes Ermers en toestemming krijgen delen daarvan te gebruiken bij een te schrijven biografie van Henri Krijbolder. Eventuele suggesties en aanvullingen zijn zeer welkom!
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 2 juli 2019 om 09:47
Dag Bernard, ik mail je dadelijk (met dank aan Jan Lange voor het document!) de brieven.

Wellicht kun je nog meer specifiek aangeven naar welke aanvullingen je op zoek bent?
Bernard J.J.Krijbolder zei op 2 juli 2019 om 10:08
Dag Marilou, de scans heb ik ontvangen. Zoek nog steeds naar Bossche instanties rond de conscriptie (niet bij Erfgoed Den Bosch). Keuringen, verzet, dienstweigering, vonnissen Rechtbank van Eerste Aanleg inzake refractaires etc. Ik begin inmiddels te twijfelen, of die nog in Nederland zijn. Daarom kom ik weldra een film bij het BHIC bekijken.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

Doe mee en vertel jouw verhaal!