i

vertelde op 3 oktober 2018 om 14:06 uur

Uit mijn herinnering lees ik uit een boek, naar ik denk van Kortooms, de uitspraak van een pastoor: misdienders, snotjong. Daarmee zitten we meteen in de status en standen, want zolang je regelmatig met zo’n snotbel liep behoorde je niet tot de mensen met enige status. Je werd vergeleken met het kleine hulpeloze lieve onschuldige kind en dat wil je, als je de eerste communie gedaan hebt, toch niet gezegd hebben.

Hoe dan ook, misdienaars waren toch wel degelijk statushouders, ze stelden wat voor binnen de geloofsgemeenschap die toen nog nagenoeg de hele dorpsgemeenschap uitmaakte. Zij dienden de mis en vervulden verschillende taken tijdens de eredienst in de kerk.

Foto: collectie Louis Barten
Foto: collectie Louis Barten

In de eerste plaats waren het alleen jongens en daarmee was duidelijk de afstand tot het vrouwelijk geslacht aangegeven. Vrouwen mochten niet eens in het priesterkoor, achter de communiebank, komen, laat staan de pastoor assisteren bij het opdragen van de mis. Daarbij kwam nog dat het zonen waren van niet de eerste de besten, neen, ze waren van goeden huize. Het waren er van den dieje en den dieje, die hadden wat te betekenen in de gemeenschap omdat ze veel geld bezaten, meer geleerd hadden of, en dat waren dikwijls dezelfden, wat te zeggen hadden in het bestuurs- en verenigingsleven. Misdienaars waren gekend want ze werden elke week gezien door alle inwoners van Aarle-Rixtel. Immers iedereen moest elke zondag naar de mis, dat was de zondagsplicht.

Natuurlijk waren er een paar die dat niet deden en die waren gekend het waren die, "die ene kejer mèr nao de kèrik ginge as un perd." Die kwamen meestentijds alleen in de kerk om de Paascommunie, de verplichte jaarlijkse communie, te doen. Wanneer de misdienaars die hadden gediend na de mis uit het poortje naast de kerk kwamen en tussen het volk dat nog voor de kerk stond bewogen gingen ze, zich bewust van hun status, vol trots op huis aan.

De misdienaars bij de zusters in de kapel waren veel minder in aanzien. Maar die waren wel streng geballoteerd. Nee, niet zomaar elke jongen kon misdienaar worden bij de zusters. Je moest gekwalificeerd zijn als van goede katholieke tuk, van goei braaf mensen. Men wist toen nog heel nauwkeurig wat goed en wat slecht was en daarop werden mensen be- en ook veroordeeld; er zijn er overigens nog steeds die dat weten en doen. Deze snotjong moesten hun status halen binnen de kloostermuren en…. dat was nog niet alles, er waren ook de pensionairen, interne leerlingen van Mariëngaarde, jonge meisjes van goeden huize. Er werden knipoogjes en glimlachjes uitgewisseld en er was altijd goed toekijkend publiek waarvoor soms een stuntje kon worden uitgehaald. Er zijn misdienaars geweest die zich daarmee ontslag uit hun functie op de nek hebben gehaald en dan kregen ze thuis ook nog eens de wind van voren. Kijk, dat was nog eens andere koffie dan die grootnekken van de kerk hadden. De misdienders van de zusters kregen na de mis op de boerderij bij Nol van de zusters, koffie met een goed belegde boterham. Ja, je kon er een stuk van de dagelijkse kost verdienen en daar waren ze thuis helemaal niet ongelukkig mee.

Hoe het ook zij en of alle heren geestelijken blij waren met hun hulptroepen of niet, ze voelden zich geen snotjong.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (19)

Johan van Hirtum zei op 29 oktober 2018 om 12:25 uur

Ik herken wel in dit verhaal wie er misdienaars mochten zijn. Wij waren met 7 broers, gingen (moesten) elke morgen naar de kerk, later werden we lid van de Kleine H.Familie en onze ouders voldeden aan alle plichten. Ook woonden we kort bij de kerk. Mijn vader was gemeentebode en deed net zoals mijn moeder veel voor de gemeenschap. Maar nooit zijn we gevraagd voor misdienaar.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 29 oktober 2018 om 16:19 uur

Ik kan me voorstellen dat je dat als heel oneerlijk hebt gevoeld, Johan. Of was het zo'n vaststaand gegeven dat je je daar eigenlijk niet over verbaasde? Maakten je ouders er wel eens opmerkingen over, bijvoorbeeld?

Johan van Hirtum zei op 29 oktober 2018 om 16:55 uur

Eerlijk gezegd dachten we er toen niet zo over na wat de reden was dat we niet gevraagd werden, terwijl klasgenoten wel misdienaar waren. Mijn ouders ook zeiden hier niets over. . Meer richting de tachtiger jaren, toen je wel kritisch naar de kerken begon te kijken, was dit ook een van de onderwerpen.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 29 oktober 2018 om 20:54 uur

Bedankt voor je uitleg, Johan, dat maakte meteen duidelijk hoe dat ging - in de verschillende decennia. Dank je!

Ad Verhees zei op 31 oktober 2018 om 19:10 uur

Ik ben jarenlang misdienaar geweest in Baarle Nassau. Herinner me niet dat je alleen misdienaar kon worden als je uit de " gegoede" klasse kwam. Het was wel nodig dat je de Latijnse teksten kon lezen. Wij hadden zuster Agnes die de nieuwe misdienaars het Confiteor, Gloria, Credo enz. leerde. Iedere zaterdagmorgen konden wij in de kerk ons "misdienaarskaartje" ophalen. Daar stond op waar en wanneer je moest dienen. ( door de week in de kapel van de zusters om 6.45u, of in de kerk om 7.00u of 7.30u of 's zondags om 6.00u, 8.30u , de hoogmis om 10.00u of ' s middags het lof. ) Bij de zusters kreeg je na de mis altijd twee boterhammen met thee.
Ik denk met veel plezier terug aan de liturgie rond de kerkelijke hoogfeestdagen. We oefenden onder leiding van zusters Agnes met wel 12 misdienaars en acolieten de " choreografie" en wie welke attributen (kaarsen, wierookvat, scheepje, wijwater enz.) moest dragen.
Misdienaar zijn was ook een voorrecht . Je mocht tijdens schooltijd naar de kerk om een huwelijksmis of uitvaart te dienen. Ieder jaar was er een misdienaarsreisje en op 6 December had Sinterklaas voor de misdienaars cadeautjes gebracht.

Jmichielse zei op 31 oktober 2018 om 20:12 uur

Héél interesant was de kindsheid optocht een keer mocht ik maria zijn 0pde ezel ,,!en mn broer was st jozef ....mooie herinnering!!!

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper bhic zei op 1 november 2018 om 12:24 uur

Mooi om te lezen dat jullie fijne herinneringen over hebben gehouden aan jullie tijd als misdienaars, Ad en Jmichielse! Wat bijzonder dat jij de rol van Maria kreeg toebedeeld, dat moet vast ook een voorrecht zijn geweest. Zijn er anderen die ook met zulke kindheidsoptochten hebben meegedaan?

Nard Jansen zei op 4 januari 2019 om 00:11 uur

Het moet in 1962 geweest zijn. In het schooljaar van (ik dacht) de 4e klas werd onze hele klas (broederschool St Aloysius voor jongens in Veghel) uitgenodigd voor een rondgang en introductie door de kerk. Uiteindelijk doel was om een aantal uitverkorenen te promoveren tot misdienaar.
Bij de rode godslamp aangekomen, vertelde de kapelaan dat die lamp dag en nacht, dus 24 uur per dag bleef branden en dat het hele jaar door. Maar er zat gewoon een kaars in. En kaarsen kun je uitblazen, wist ik van thuis. Ik geloofde dat verhaal dus niet zo erg en toen de groep verder liep, bleef ik even wachten. Ik tilde het rode glaasje van de standaard en blies de kaars uit.
Woest was de kapelaan. Het hoeft geen betoog dat ik niet in aanmerking kwam voor de functie van misdienaar. Ik werd daarentegen gedegradeerd tot klaar-over, die vooraf aan school en bij het uitgaan van de school in weer en wind het verkeer moest laten stoppen voor overstekende leerlingen.
Wees gerust: ik heb er nooit een trauma aan over gehouden.

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 4 januari 2019 om 11:36 uur

Bedankt voor deze leuke herinnering Nard. Jij, als onderzoekende jongen, moest inderdaad gewoon uittesten of het wel waar was wat de pastoor zij :).
Ik hoop dat je als klaar-over ook wel eens mooie dagen gehad hebt? Terwijl er voor misdienaars ook wel eens hele lange missen konden zijn.

Nard Jansen zei op 4 januari 2019 om 15:32 uur

Achteraf (is het mooi wonen) gezien was ik helemaal gelukkig met klaar-over zijn. Dus heeft goed uitgepakt.

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 4 januari 2019 om 16:20 uur

Mooie uitdrukking Nard, goed om te lezen dat het ook voor jou goed uitgepakt heeft!

Ad van Heeswijk zei op 23 september 2019 om 11:09 uur

Bij ons stond het misdienen bij de nonnen niet in lager aanzien, maar misschien kwam dat omdat het minder vaak gebeurde. Het St Antoniusgesticht in Baardwijk, klooster van de zusters van JMJ, lag nl. op korte loopafstand van de parochiekerk (St Clemens), dus gewoonlijk gingen de nonnen daar dagelijks te voet naar de mis, wat alleen bij slecht weer oncomfortabel zal zijn geweest. Maar zo van tijd tot tijd deed de pastoor een mis in de kleine eigen kapel van de nonnen, op de eerste verdieping van het klooster. En ik vond het altijd wel leuk om daar dan te dienen, om meerdere redenen. Je kreeg een rode toog i.p.v. een zwarte zoals in de parochiekerk, wat ik veel mooier vond. En als er een gezongen mis was, zongen de nonnen (volgens mij dan) veel mooier dan het alleen uit mannen bestaande parochiële zangkoor. Na afloop kreeg je van zuster portierster een kop thee met twee mariakaakjes, minder dan de belegde boterhammen waarvan hierboven sprake is maar toch altijd nog meer dan de parochiekerk waar je niks kreeg en na de mis gediend te hebben gewoon thuis ging ontbijten voor je naar school ging.

Bovendien hing er in de nonnenkapel een heel aparte sfeer: ik keek eens voorzichtig achterom en schrok me wild toen ik op de voorste bank zuster Johanna zag zitten, een grote wat grofgebouwde vrouw die de goedhartige maar wat bazige verzorgster was van de oude mannen die op de zolder sliepen en af en toe in de tuin werkten - zuster Johanna zat daar met de ogen gesloten en de armen wijd uitgespreid, onhoorbaar gebeden prevelend, niet direct iets wat je in de parochiekerk zag. Dat soort dingen maakte het misdienen bij de nonnen ook wel intrigerend.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 24 september 2019 om 16:03 uur

Hallo Ad, wat heb je dat prachtig en levendig beschreven. Het is als lezer goed voor te stellen welke zaken zo'n indruk maakten: van de rode toog tot de stevige zuster die zo intens aan het bidden was.

Veel dank voor het delen van deze indrukwekkende herinneringen, waarmee je deze bijzondere periode nieuw leven in blaast.

Koos van der Bruggen zei op 2 oktober 2019 om 12:30 uur

Bij ons (Paulusparochie, Hoevebraken, Schijndel) werden de misdienaars in de lagere schoolklas (3e klas denk ik) geworven door de kapelaan. Ik was een van hen. We kregen een stoomcursus kerklatijn en konden toen aan de slag. Er was elke dag om 7.30 en 19 uur een mis. Wekelijks kregen we een rooster (bijv. maandag-woensdag, 7.30 uur). En dan waren er natuurlijk de zondagse vieringen. Ik herinner me dat we bij de kapelaan wisten waar we aan toe waren. De - zoals later bleek wat vrijzinnigere - pastoor improviseerde nog wel eens, wat in elk geval bij mij tot verwarring leidde. Een incident vergeet ik nooit: het was op een vroege winterochtend. De ampullen (bekertjes) met water en wijn moesten naar het altaar gebracht worden. Deze stonden op een schaaltje. Maar daarop stond een beetje water dat in de ijskoude kerk bevroren was. Gevolg: de glazen ampullen vielen in stukjes op het altaar. Ik kon wel door de grond gaan. Gelukkig was het nog voor de consecratie; de wijn was dus nog niet veranderd in het bloed van Christus! Bijzonder voor de misdienaars waren de 'rouwtjes en trouwtjes'. Deze vonden immers plaats in schooltijd, zodat je een paar uurtjes vrij was. Bij trouwpartijen kreeg je van de bruidegom nog een fooi voor de misdienaarspot, die werd gebruikt voor het jaarlijkse uitje. Ik heb nog tot ver in mijn middelbare schooltijd 'gediend'.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 3 oktober 2019 om 09:47 uur

Dag Koos, bedankt voor je mooie bijdrage. Ik kan me voorstellen dat het incident met de glazen ampullen diepe indruk op je hebben gemaakt. Hoe reageerde de pastoor hierop, weet je dat nog?

En wat weet je nog van het jaarlijkse uitje? Waar ging de reis doorgaans heen?

Koos van der Bruggen zei op 3 oktober 2019 om 12:16 uur

Dag Marilou,
Nee, een boze reactie of uitbrander heb ik niet gehad van de pastoor of kapelaan. Het was vooral mijn eigen schaamte- en schuldgevoel! Wel hebben enkele mede-misdienaars me nog wel herhaaldelijk herinnerd aan het incident, blij als ze waarschijnlijk waren dat het hen niet was overkomen.
Van de misdienaarsreisjes herinner ik me een fietstochtje van Schijndel naar de Oisterwijkse vennen. We hebben daar gespeeld en misschien ook wel gezwommen. En we hielden daar een heuse picknick met verse witte puntjes. Nog meer bijzonder was dat op die broodjes vleesbeleg zat, hoewel het die dag vrijdag-visdag was. Maar de – zoals ik hierboven al schreef – moderne en wat vrijzinnige pastoor gaf ons permissie, omdat we immers op reis waren. Dit was voor alle moderniseringen na het Tweede Vaticaanse Concilie. Ik vermoed maar zo dat hij ook toen al niet meer het soort pastoor was dat bij huisbezoek kwam vragen of er weer een kleintje op komst was. Maar met die vragen was ik toen nog niet bezig!

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 3 oktober 2019 om 13:50 uur

Bedankt voor je berichtje, Koos, ik kan me voorstellen dat je je toen nog niet bezighield met vragen rond gezinsuitbreiding ;) Maar het zegt inderdaad veel over de pastoor zelf, als je nu vermoedt dat ook hij zich ook daar niet meer mee bezighield. Bijzonder hoor, en zeker dat allemaal voor het Concilie. Weet je nog hoe deze pastoor heette?

Koos van der Bruggen zei op 3 oktober 2019 om 15:48 uur

Het betreft pastoor Chris Vinken. Enkele anderen en ik hebben iets over hem geschreven op de pagina over de Paulusparochie in Schijndel: https://wierookwijwaterenworstenbrood.nl/ontdekken/verhalen/de-st-pauluskerk-in-hoevenbraak

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 4 oktober 2019 om 14:09 uur

Ah, dat is een mooie aanvulling, Koos, bedankt voor het linkje!

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: