skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Saskia Green
Saskia Green Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Saskia Green
Saskia Green Bhic

Neergestorte vliegtuigen 1940-1945 in Made en Drimmelen

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er boven Nederland zo’n 6.000 militaire vliegtuigen neergestort. Ruim 1.000 daarvan zijn er in Noord-Brabant terecht gekomen. Dan gaat het zowel om geallieerde (Britse, Amerikaanse en Canadese vliegtuigen met bemanningen die uit nog veel meer nationaliteiten bestonden) als Duitse vliegtuigen.

In de nacht van 24 op 25 mei 1944 stortten er in Made en Drimmelen rond 01.30 uur twee geallieerde bommenwerpers van het type Halifax III neer.

De ene kwam neer in het Matenland, in de Emiliapolder, de ander crashte in de Oranjepolder in de Biesbosch. Beide vliegtuigen keerden terug van een aanval met 442 bommenwerpers op Aken. In totaal gingen hierbij 25 toestellen verloren. De vliegtuigen in Made en Drimmelen werden neergeschoten door Duitse nachtjagers.

De eerste Halifax (LW137) was van het 429 Squadron en werd neergeschoten door Ofw. K-H. Scherfling van IV/NJG 1. De bommenwerper werd gevlogen door F/Lt. Thomas Rawlinson, die samen met drie van zijn bemanningsleden om het leven kwam. De andere gesneuvelden waren boordwerktuigkundige P/O Albert Bates (28) (RAF), boordschutter P/O James Raymond Henry Cochrane en bommenrichter P/O Arthur John Murphy. De beide laatsten waren Canadees (RCAF). Ze werden aanvankelijk begraven in Oosterhout en zijn na de oorlog herbegraven op de militaire begraafplaats Jonkerbos in Nijmegen, graven 24 J 1. Ook Rawlinson en Bates liggen op Jonkerbos begraven, respectievelijk graf 24 J 6 en 7.

De drie andere leden van de bemanning wisten wél veilig per parachute de grond te bereiken. Navigator P/O G.L. Caunt, boordschutter P/O A.C. Shierlaw en radiotelegrafist P/O Walter Bush kwamen op verschillende plekken neer. Shierlaw in de Werfkampen bij Geertruidenberg, Caunt bij Dombosch en Bush zelfs in de stadsgracht van Geertruidenberg.

Caunt verzwikte zijn enkel bij de landing op een omgeploegde akker, maar slaagde er toch in in zuidelijke richting te wandelen. Vroeg in de morgen maakte hij contact met Nederlanders, die hem voorzagen van burgerkleren en hem op weg wilden helpen. Onderweg naar een veilige schuilplaats, werd hij, waarschijnlijk in de buurt van Breda, aangehouden door een Duitse militair en krijgsgevangen gemaakt. Hij werd overgebracht naar het krijgsgevangenenkamp Stalag Luft III in Sagan, Neder-Silezië.

Met Shierlaw (26) en Bush (19) verliep het anders. Beiden werden afzonderlijk door Nederlanders gevonden en opgevangen en met het verzet in contact gebracht. Via de verzetsgroep André kwamen ze elkaar weer tegen en gingen samen op weg naar België met hulp van de “Witte Brigade”. Na enkele maanden liepen ze in Antwerpen in een val van de Gestapo en zo kwamen ook deze twee in Stalag Luft III terecht.

Terwijl de brokstukken van de Halifax in de Emiliapolder terecht kwamen in een akker met suikerbieten en in een weiland, zonder verder veel schade aan te richten, kwam de andere Halifax (LV905) van het 78 Squadron in de Oranjepolder juist heel ongelukkig terecht. Namelijk op de dijk, waardoor het buitenwater de polder instroomde.

De bemanning van deze bommenwerper had geen kans: boordschutter Sgt. George Herbert Butler (21) (RAF); radiotelegrafist F/Sgt. Joseph Henderson (33) (RAF); boordschutter F/Sgt. Joseph Thomas Lloyd Leblanc (29) (RCAF); bommenrichter F/O Norman Allan Marston (24) (RAF), drager van het Distinguished Flying Cross; navigator F/O Sidney Glen Peterson (21) (RCAF); boordwerktuigkundige Sgt. William John White (22) (RAF) en piloot P/O Eric Benjamin Wilson (RAF) werden begraven in Oosterhout. In 1953 werden hun stoffelijke resten overgebracht naar de militaire begraafplaats Jonkerbos in Nijmegen, graven 24 J 2-5.

Reacties (2)

froukje kuipers zei op 24 maart 2015 om 11:55
Froukje Kuipers en Annie van der Sluijs, woonachtig i nDrimmelen zijn s'ochtends vroeg naar het neergestorte vliegtuig gegaan. De duitsers hadden de
stoffelijke resten weggehaald, maar wij vonden een stuk hoofd met een oog
erin en een hand met pezen. Wij hebben toen begrafenisje gespeeld en de
resten ter plekke begraven.
's Morgens vroeg had een buurman ook al resten gevonden.
De groep André kende ik van mijn vader.S.Kuipers schoolhoofd in Drimmelen.
Froukje Kuipers Ik was toen 11 jaar oud.
de Emilliapolder lag vlakbij ons huis.
Annemarie van Geloven
Annemarie van Geloven bhic zei op 24 maart 2015 om 15:20
Wat mooi dat jullie jaren na de plaatsing van dit verhaal nog reageren. Dank je wel! Jullie moeten als kinderen toch ontzettend geschrokken zijn om die lichaamsdelen zo aan te treffen. Een kind zag tijdens de oorlog natuurlijk meer dood en verderf om zich heen.. het valt op dat jullie op een kinderlijke manier meteen heel praktisch gehandeld hebben. Wisten jullie of degenen aan wie jullie het verteld hebben de exacte plek nog toen de restanten van de stoffelijke overschotten in 1953 herbegraven werden?

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!