i

Neergestorte vliegtuigen in Fijnaart en Heijningen 1940-1945

vertelde op 20 april 2012 om 13:26 uur

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er boven Nederland zo’n 6.000 militaire vliegtuigen neergestort. Ruim 1.000 daarvan zijn er in Noord-Brabant terecht gekomen. Dan gaat het zowel om geallieerde (Britse, Amerikaanse en Canadese vliegtuigen met bemanningen die uit nog veel meer nationaliteiten bestonden) als Duitse vliegtuigen.

De geallieerde vliegtuigen waren heel vaak bommenwerpers die bij bombardementsmissies op doelen in Duitsland geraakt werden door Duits afweergeschut (de zogenaamde Flak) of onderschept werden door Duitse jachtvliegtuigen (vooral ’s nachts, tijdens de zogenaamde Nachtjagd).

Wij gaan proberen de verhalen achter al deze crashes te achterhalen met behulp van iedereen die ofwel zélf nog herinneringen heeft of de verhalen gehoord heeft van eerdere generaties. Soms is er al veel bekend, soms wat minder.

Op 12 april 1942 stortte langs de Stoofdijk, de weg van Klundert naar Fijnaart, om 00.25 uur een Douglas Boston III (Z2210) van het 418 Squadron (RCAF) neer. Dankzij het speurwerk van de Heemkundekring Fijnaart&Heijningen weten we al iets meer over deze crash. De driekoppige bemanning van deze bommenwerper bestond uit vlieger P/O J.D.W. Willis, waarnemer/navigator Sgt. J.E.C. Pringle (RCAF) en boordschutter Sgt. B.F. Filliter (RCAF).

Ze slaagden erin het toestel levend verlaten, maar werden alle drie gevangen genomen door de Duitsers. Ze belandden uiteindelijk allemaal in een krijgsgevangenenkamp: Willis in Stalag Luft III Sagan en later in Belaria, een subkamp van Sagan; Pringle en Filliter kwamen in Stalag Luft VI Heydekrug terecht.  Na de oorlog, in januari 1947, werd P/O J.D.W. Willis onderscheiden met het Air Force Cross.

Op 30 juli 1943 maakt M.J. Engelvaart, hoofd van de Luchtbeschermingsdienst te Fijnaart, in een rapport melding van het feit dat er die ochtend om 11 uur ‘boven Heiningen’ een Duitse jager werd aangeschoten, waardoor de piloot genoodzaakt was een noodlanding te maken in het tarweveld van boer G. Maris langs de Oude Heijningseweg.

Vijf are bijna rijpe tarwe werd vernield (geschatte schade fl. 190,-), maar het hoogstaande koren redde de piloot ook zijn leven: afgeremd door het dichte gewas kwam het vliegtuig net op tijd tot stilstand, vlak voordat het te pletter zou slaan tegen de Oude Heiningse Dijk. De naam van de piloot is vooralsnog onbekend, maar het ging om een Focke Wulf Fw 190A-4 (werknummer 0720) van 3./JG 2, afkomstig van Evreux, Frankrijk.

De piloot in kwestie kon dus ongedeerd uit zijn toestel stappen, maar voelde zich blijkbaar zo bedreigd door de toestromende nieuwsgierigen dat hij zijn pistool trok en dreigde te schieten als de mensen niet achteruit zouden gaan. Niet lang daarna werd hij door Duitse militairen uit Willemstad opgehaald (met dank aan Willem van Dranen, HKK Fijnaart en Heijningen voor de aanvullende informatie).

Op 31 juli 1943 stortte om 01.50 uur een Short Stirling III (BF519) van het 218 Squadron neer in de Sabina Henrica polder. De piloot, F/Sgt. Robert Edward Taylor (23), en zijn bemanningsleden kwamen allemaal om. Dankzij de heemkundekring van Fijnaart weten we meer details, zoals de namen van de andere bemanningsleden: boordwerktuigkundige Sgt. Howard Melville Cornes; navigator Sgt. John Ferguson (22); radiotelegrafist/boordschutter Sgt. Edward Albert Bartlett (21); boordschutter Sgt. Edward Arthur Stevens (36); staartschutter Sgt. Edwin Charles Albert Barnes (20) en bommenrichter F/O Philip Robert Johnson. Zij voerden een aanval uit op Remscheid en werden onderweg neergeschoten door Fw. Helmut Tesuieden van 8./NJG 2 in zijn Messerschmitt BF 110.

Ze liggen bijna allemaal begraven op de militaire erebegraafplaats in Bergen op Zoom. Taylor en Ferguson in graf 3 A 11 en 3 A 12; Cornes, Bartlett en Johnson in een collectief graf, 3 B 8; Stevens is een paar dagen na de crash in het wrak gevonden en op 7 augustus in eerste instantie begraven op de begraafplaats te Dinteloord. Na 1945 is hij herbegraven in Bergen op Zoom, graf 13 C 5. Het lijk van Barnes ten slotte is pas op 9 augustus aangespoeld uit het Vuile Gat (het water tussen het eiland Tiengemeten en Zuid-Beijerland). Hij werd op 9 of 10 augustus begraven te Numansdorp, graf E 2.

Op 11 november 1943 stortte bij de Stadschedijk om 14.55 uur een Amerikaanse bommenwerper B-17G neer. Het toestel werd gevlogen door 2nd Lt. P.J. Kane van 94BG/331BS en was op de terugweg van een bombardementsmissie op Duitsland toen het werd neergeschoten door een Focke Wulf Fw-190 van 2/JG 26. De tienkoppige bemanning bestond uit piloot 2nd Lt. Paul J. Kane; co-piloot 2nd Lt. Lynn Monroe Oliver; bommenrichter 2nd Lt. George W. Ross Jr; navigator 2nd Lt. Laurence T. Hoban; radiotelegrafist S/Sgt. Raymond Watson Leib; stuurboordschutter S/Sgt. Charles Wrobel; bakboordschutter S/Sgt. Milo Franklin King Jr; rugschutter S/Sgt. Hoyt William Stropes; buikschutter Sgt. Raymond Edward Gibbons en staartschutter S/Sgt. Harold Fred Knechtle.

Het was geen toeval dat juist piloot 2nd Lt. Kane,  co-piloot 2nd Lt. Oliver en bommenrichter 2nd Lt. Ross bij deze crash sneuvelden. Zoals boordschutter S/Sgt. Milo King in 1995 schreef: “de aanval kwam aan de voorkant van het vliegtuig: een voltreffer in de neus doodde piloot, co-piloot en bommenrichter.” Het was de risicovolle, maar effectieve tactiek van de Duitse jachtpiloten om de zwaarbewapende en -gepantserde B-17’s uit te schakelen. De drie gesneuvelden zijn op 14 november 1943 in Dinteloord begraven. Na de oorlog zijn ze herbegraven op Margraten, waarna Kane nogmaals is herbegraven, in de Verenigde Staten. De andere zeven zijn krijgsgevangen gemaakt. 

Met dank aan Joop Vermeulen uit Veldhoven voor zijn documentatie over deze crash.

Tijdens de Operatie Market Garden, een poging van de geallieerden om de bruggen over de Maas, Waal en Rijn te veroveren met luchtlandingstroepen, crashte op de eerste dag van de operaties, 17 september 1944, om 12.45 uur een Douglas C-47A Skytrain van het 315TCG/34Sq. in de buurt van Heijningen. Piloot van dit toestel was Capt. R. Bohannan. Ook over deze crash heeft de heemkundekring Fijnaart al veel informatie verzameld.

De Skytrain was onderweg met 15 parachutisten, machinegeweren en munitie naar een zogenaamde Dropping Zone (DZ) bij Overasselt (in de buurt van Grave aan de Gelderse kant van de Maas) toen ze werd geraakt door Flak vanaf Dintelsas. De vijftien para’s konden allemaal springen. De meesten van hen werden krijgsgevangen gemaakt door de Duitsers, slechts twee wisten er te ontsnappen. Van de bemanningsleden wist alleen boordwerktuigkundige Sgt. Thomas N. Carter het er levend vanaf te brengen. De andere vier kwamen om: piloot Capt. Richard E. Bohannan; co-piloot 2nd Lt. Douglas H. Felber; navigator 1st Lt. Bernard P. Martinson en radiotelegrafist S/Sgt. Arnold B. Epperson. Carter werd afgevoerd naar Stalag Luft IV, waar hij aan het eind van de oorlog bevrijd werd.

De vier gesneuvelde bemanningsleden werden op 19 september uit het wrak geborgen en twee dagen later in Dinteloord begraven. Op 17 juli 1945 zijn zij herbegraven in Margraten, maar tegenwoordig ligt daar alleen nog S/Sgt. Epperson (graf P-3/15). De andere drie zijn in Amerika herbegraven: Capt. Bohannan op Kennice Cemetery, New York; 2nd Lt. Felber op Camp Butler Cemetery, Illinois en 1st Lt. Martinson op St. Paul Calvary, Minnesota.

Op diezelfde 17 september, ruim een uur na de C-47, stortte bij Nieuwemolen in Fijnaart nog een tweede vliegtuig neer dat betrokken was bij de operatie Market Garden. Het ging om een zweefvliegtuig, een Airspeed AS-58 Horsa, getrokken door een Stirling van het 196 Squadron.

Aan boord waren twee piloten, vier militairen van het 1st Airlanding Light Regiment Royal Artillery, een 75 mm houwitser en een jeep met trailer en munitie. De piloten waren Sgt. Laurence Arthur Lavington Cook (23) en Sgt. Roy Robert Rowland (23). De ploeg die de houwitser moest bedienen, bestond uit bombardier (korporaal) Robert William Hempton (28) en de gunners (kannoniers) Eric Stubbs (20), Henry Thomas Tustin (21) en Frederick Vivian Brown (22). 

Alle zes, piloten en passagiers, kwamen om bij de crash en werden aanvankelijk begraven in Dinteloord. Zij zijn herbegraven in Bergen op Zoom.

Op de tweede dag van Market Garden, op 18 september 1944, maakte om 14:30 uur bij de Mariahoeve van Piet Bal aan de Boerendijk in Fijnaart, een ander zweefvliegtuig een noodlanding. Het was net als de dag daarvoor een Airspeed AS-58 Horsa, dit keer getrokken door een Armstrong Whitworth Albermarle Mk.V van het 296 of 297 Squadron.

Foto: Collectie Imperial War Museum

Albermarle stijgt op met een Horsa. Foto: Collectie Imperial War Museum, nr. CH 12962

Bij het overvliegen van het Zeeuwse kustgebied werd de combinatie zo zwaar door Flak getroffen dat een noodlanding onvermijdelijk werd. Ongeveer twintig minuten na het verbreken van de sleepverbinding, werd boven Fijnaart de noodlanding ingezet. De glider werd bestuurd door piloot S/Sgt. Charles Robert Watkinson en co-piloot S/Sgt. Arthur Lander Jones. Hij had verder vier militairen aan boord van het 1st Airlanding Light Regiment Royal Artillery. De Horsa vervoerde verder een jeep, een 75 mm houwitser en een aanhanger voor munitie. De vier militairen waren Sgt. H. P. Clarke, kannoniers G. Tyson en D. Ackerman en Drv. J. Spence.

Na de crashlanding vielen Duitse militairen de Horsa aan. Daarbij raakte tweede vlieger Jones zwaar gewond. Hij overleed enkele dagen later, op 22 september 1944, en werd begraven op de Algemene Begraafplaats te Dinteloord. In 1946 is zijn lichaam herbegraven op de erebegraafplaats te Bergen op Zoom.

De anderen werden allemaal krijgsgevangen gemaakt. Van Watkinson weten we dat hij terecht kwam in Stalag Luft 7, Bankau bij Breslau in Boven-Silezië. In april 1946 is Watkinson onderscheiden met een Distinguised Flying Medal.

Deze gegevens zijn allemaal te danken aan het fantastische speurwerk van de Heemkundekring Fijnaart en Heijningen.

Op 1 januari 1945 stortte bij de Hoeve Dortmund, tegen de Stadsedijk, Gfr. Karl-Heinz Bauch neer met zijn Focke-Wulf Fw 190A-8 van 2/JG 1, aangeschoten door geallieerd luchtafweergeschut. Bauchs missie was onderdeel van Operatie Bodenplatte. Hij overleefde de crash en werd krijgsgevangen genomen.

De Heemkundekring Fijnaart en Heijningen is momenteel druk bezig met verder onderzoek naar deze crashes. 

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (6)

Gijsbertus van Schaik zei op 9 november 2013 om 12:53 uur

Bij mijn onderzoek naar de familie Hollemans vond ik dat op 3 en 4 november 1944, een hele familie, de vader Bastiaan en drie kinderen, Pieternella, Izaak Cornelis en Cornelia Leendert op die beide dagern gestorven waren. Was dit toeval of waren zij burgerslachtoffers bij de crash op de 3e november 1944?

Annemarie van Geloven bhic zei op 9 november 2013 om 23:06 uur

Gijsbertus, misschien kun je meer informatie vinden over de doodsoorzaak van deze gezinsleden in het dossier betreffende de verklaringen van overlijden van Fijnaart en Heijningen, 1929-1970. Hierin zitten medische overlijdensverklaringen door de schouwarts. Bron: Regionaal Archief West-Brabant, gemeentebestuur van Fijnaart en Heijningen 1929-1970, toegang 0429, inv.nr. 1364.

C.Kannekens zei op 25 augustus 2014 om 08:35 uur

Gijsbertus. Deze zijn niet omgekomen met een crash maar door dat een bom het huis raakte waar ze in de schuilkelder zaten. Dit tijdens gevechten tussen Duitsers en de geallieerden voor de bevrijding van Zwingelspaan

Wilma de Jong zei op 20 december 2015 om 14:19 uur

De Heemkundige Kring 'Fijnaart en Heijningen' heeft op 4 mei 2015 het boek
'Het kwam zomaar uit de lucht vallen' gepresenteerd. In dit 127 pagina's tellend boek (A4-formaat) staan alle crashes en noodlandingen beschreven die in de periode 1939-1945 hebben plaatsgevonden op het grondgebied van de huidige gemeente Moerdijk.
Het boek wordt te koop aangeboden op de website van de Heemkundige Kring 'Fijnaart en Heijningen' voor de zeer schappelijke prijs van € 15.

Roks zei op 31 augustus 2016 om 14:21 uur

Er schijnt nog een toestel in de grond te liggen op her terrein waar tegenwoordig Rijk Zwaan zijn gronden heeft, op de hoek bij de Eerste Kruisweg vanaf de dijk. Her was volgens de ooggetuige mogelijk dat dit aan het eind of net na de bevrijding van Zuid-Nederland is neergestort.

C.Kannekens zei op 31 augustus 2016 om 19:55 uur

Dit naar alle waarschijnlijkheid. Er is bodem onderzoek gedaan en men heeft op een plaats in het gebied een plaats waar veel ijzer in de grond zit. Maar helaas is verder onderzoek nog niet mogelijk.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: