i

Neergestorte vliegtuigen in Heesbeen c.a. 1940-1945

vertelde op 20 april 2012 om 09:12 uur

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er boven Nederland zo’n 6.000 militaire vliegtuigen neergestort. Ruim 1.000 daarvan zijn er in Noord-Brabant terecht gekomen. Dan gaat het zowel om geallieerde (Britse, Amerikaanse en Canadese vliegtuigen met bemanningen die uit nog veel meer nationaliteiten bestonden) als Duitse vliegtuigen.

De geallieerde vliegtuigen waren heel vaak bommenwerpers die bij bombardementsmissies op doelen in Duitsland geraakt werden door Duits afweergeschut (de zogenaamde Flak) of onderschept werden door Duitse jachtvliegtuigen (vooral ’s nachts, tijdens de zogenaamde Nachtjagd).

Wij gaan proberen de verhalen achter al deze crashes te achterhalen met behulp van iedereen die ofwel zélf nog herinneringen heeft of de verhalen gehoord heeft van eerdere generaties. Soms is er al veel bekend, soms wat minder.

Op 14 juli 1943 kwam in Genderen, om 02.00 uur ’s nachts, een Handley Page Halifax V bommenwerper (DK257, call sign NA-Q) van het 428 Squadron neer. De piloot van dit toestel was F/Lt. D.S. Morgan. Het vliegtuig maakte deel uit van een bombardementsvlucht op Aken, waaraan 374 vliegtuigen meededen. Twintig daarvan gingen verloren. Behalve in Genderen stortten er bommenwerpers van deze operatie neer in Asten, Vorstenbosch en Drunen (Fellenoord).

De Halifax van Morgan werd neergeschoten door Duitse nachtjagers. Een deel van de bemanning wist tijdig uit het toestel te springen. Zo brachten piloot F/Lt. D.S. Morgan, boordwerktuigkundige Sgt. D. Brown, navigator F/O. F.H. Ditchburn, radiotelegrafist P/O. B.L. Gillis en bommenrichter Sgt. J.P. O'Leary het er levend vanaf. Behalve Brown waren het allemaal Canadezen en behalve O’Leary, die uit handen van de Duitsers wist te blijven, werden ze allemaal krijgsgevangen genomen.

De lichamen van de beide boordschutters,  Sgt. Montague Edwards (20) en Sgt. Thomas Henry Pritchard zijn nooit geïdentificeerd. Zij staan als vermist op de panelen 148 en 162 van het Runnymede Memorial in Surrey. 

Op 19 augustus 1943, om 19.30 uur, stortte in Eethen een Focke Wulf Fw 190A-5 (werknummer 1091) van het 1./JG 26 neer, gevlogen door Lt. L. Altmann, die gewond raakte. Zijn vliegtuig was aangeschoten bij een luchtgevecht.

Op 1 september 1944 kwam rond middernacht in Heesbeen een Mosquito VI (NS878) van het 605 Squadron naar beneden. De piloot van dit toestel heette F/O Robert (Bob) Oliver Brigden. Hij was 21 toen hij te pletter viel, nadat zijn toestel was geraakt door Duits luchtafweergeschut.Zijn navigator

In het boek van Pouwel Pouwels, Vliegtuigcrashes 1940-1945 in Midden-Brabant (Onsenoort, 2018), wordt geciteerd uit het verslag dat zijn navigator/waarnemer W/O Tom Harris (die het dus wel overleefde) achteraf heeft gemaakt van hun vlucht.

De Mosquito was op een patrouillevlucht tussen de kust en Arnhem, met bijzondere aandacht voor Eindhoven en Gilze-Rijen, toen ze waarschijnlijk in de buurt van Berkel-Enschot geraakt werden door Flak, waardoor de linker motor in brand vloog. Ze vlogen laag (zo'n 200 meter) en om te kunnen springen moesten ze eerst klimmen. Net toen de goede hoogte bereikt was, brandde de (houten) vleugel door en moesten ze allerijl het toestel uit. Harris vertelt dat hij vlak daarna onder zich een enorme explosie hoorde. Hij zag geen tweede parachute. Harris werd krijgsgevangen genomen, Brigden is vlakbij het toestel te pletter gevallen tegenover het schoolhuis in Heesbeen. Daar is hij op het plaatselijke kerkhof begraven, aanvankelijk als onbekende. na de oorlog is hij geïdentificeerd.

Op 25 februari 1945 ten slotte, kwam rond 09.45 uur een B-25 Mitchell III (HD390) van het 98 Squadron in de Bergse Maas bij Drongelen terecht. De piloot van dit vliegtuig was F/O David Hendry Fenner (31). Hij kwam samen met navigator F/Lt. Laurence James Trapp (27) en boordschutter W/O Kevin James Clarke (27) om bij deze crash. Zij liggen begraven op het oorlogskerkhof Jonkerbos in Nijmegen, graf 16 J 1 (Fenner) en 16 J 4-5 (Trapp en Clark).
Van de overige drie bemanningsleden die het blijkbaar hebben overleefd, weten we niets. 

Althans dat was zo, tot Harald E.L. Prins (zie hieronder bij reacties) actie ondernam. Dankzij de naspeuringen van de echtgenoot van de dochter van de weduwe van de omgekomen Trapp (Howard R. Whitcomb) weten we nu toch iets meer over wat er met de verschillende bemanningsleden is gebeurd. Howard Withcomb heeft papieren van zijn schoonmoeder in kunnen zien en heeft voor haar dood nog met haar over deze dingen gesproken.

Eleanor Parker Trapp Merrill (gestorven op 17 januari 2012, 95 jaar oud) was op 3 februari 1943 getrouwd met Laurence James Trapp. Ze was in die tijd in Britse overheidsdienst om les te geven over de Amerikaanse en Britse onderwijssystemen. Na de dood van haar man bleef ze nog in Engeland tot juni 1946, waarna ze terugging naar de VS. Daar trouwde ze later met Clinton D. Merrill met wie ze vier kinderen kreeg, onder wie de latere vrouw van Howard Whitcomb, Ann Curtis Merrill (de vrouw met wie Harald Prins dus aan tafel zat).

Er blijkt toch een bemanningslid te zijn geweest dat de crash van 25 februari 1945 heeft overleefd: F/Sgt. R. B. Goldsmith. Hij belandde in Duitse krijgsgevangenschap en is bij zijn terugkeer daaruit geïnterviewd door de Britten over wat er voor, tijdens en na de crash was gebeurd. Op 30 augustus 1945 hoorde Eleanor van de Afdeling Ongevallen van het Ministerie van Luchtvaart dat Goldsmith niets wist over het lot van F/Lt. Trapp. Het enige dat Goldsmith te melden had, was dat hijzelf “uit het vliegtuig was geslingerd, voordat het tussen de linies neerstortte, vlakbij het dorp Dussen.” Na zijn gevangenneming hadden de Duitsers hem verteld dat de rest van de bemanning was omgekomen.

Eleanor had na de oorlog nog contact met Bette Fenner, de weduwe van F/O David H. Fenner. Op 3 augustus 1945 hebben ze elkaar telefonisch gesproken, waarbij Bette Fenner vertelde dat “een aardige, oude Nederlander het lichaam van haar man had gevonden, begraven en zijn identiteitsplaatjes aan de autoriteiten had overgegeven.” Dat was meteen op 25 februari 1945 gebeurd.

De lichamen van navigator F/Lt. Laurence James Trapp en boordschutter W/O Kevin James Clarke werden officieel begraven in de zomer van 1948 op het protestantse kerkhof van Eethen in Drongelen. Pas in 1954 hoorde Eleanor dat het stoffelijk overschot van haar man inmiddels door de Imperial War Graves Commission overgebracht was naar het oorlogskerkhof Jonkerbos in Nijmegen.

Dat is wat we tot dusver van deze vliegtuigcrashes weten. Zijn er aan de grond slachtoffers gevallen of gebouwen beschadigd? Zijn de vliegtuigen door luchtafweergeschut (Flak) of door Duitse jagers neergeschoten? En waar precies zijn ze neergekomen?

We hopen dat er in Heesbeen, Eethen en Genderen nog mensen zijn die hier meer van weten!

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (4)

Kees van Everdingen zei op 7 maart 2013 om 12:10 uur

Mijn moeder, M.G. van Everdingen-van Nouhuijs, heeft in 1944 over het neerstorten van de Mosquito in Heesbeen in een brief aan mijn oma het volgende geschreven:
‘In de nacht van Donderdag op Vrijdag is er hier dichtbij, vlak naast de Steeg, een Engelsch vliegtuig gevallen. We hoorden ± 12 uur een vreemd geronk en kort daarop een harde klap. We signaleerden direct daarop brand aan de westkant van het huis. Het is een groot geluk dat het zoo midden in het land, gelukkig niet in de boomgaard, terecht is gekomen. Een vlieger is er bij omgekomen.
Toen we om 2 uur net weer sliepen werd er hard gebeld, dit waren Duitschers die kwamen vragen of er Engelsche piloten in huis waren. Op het ontkennend antwoord verdwenen ze weer. Het viel mee dat ze het heele huis niet nazochten. Het vliegtuig zit diep in de grond.’
Wij woonden toen in de boerderij ’t Hamelland (Grotestraat 34), het vliegtuig is neergekomen op het Nonnengezet, gelegen tussen het oude schoolhuis en de Bergsche Maas. Het vliegtuig is neergeschoten door luchtafweergeschut; de navigator Tom Harris kon op tijd het vliegtuig per parachute verlaten, Bob Brigden (leeftijd 21 jaar) had minder geluk; door de geringe hoogte van het toestel op het moment dat hij sprong, kon hij geen gebruik maken van de parachute. Hij werd in de buurt van de Heusdense brug dood aangetroffen.
<a href="http://www.basher82.nl/Data/eethen/brigden.htm" target="_blank">Op deze website</a> staat informatie over Flying Officer Robert Oliver Brigden.
In 1946 en in 1953 bezochten de weduwe en de zuster van Bob Brigden Heesbeen. Het graf in Heesbeen is jarenlang verzorgd door Zus van Pauw van Aaie (Zus Colijn).

Rien Wols bhic zei op 13 maart 2013 om 10:14 uur

@Kees van Everdingen: hartelijk dank voor die reactie. Daarmee zijn al flink wat vragen aan het eind van het stuk beantwoord!

Harald E.L. Prins zei op 27 januari 2017 om 15:13 uur

Geachte Heer Wols
Betreffende de vliegramp van 25 februari 1945, waarin de "strafer-bomber" in de Bergse Maas terecht kwam en minimaal de helft van de RA.F. bemanning is omgekomen, het volgende. Eergisteren had ik lunch hier in Maine, en mijn tafeldame vertelde me dat haar moeder, als jonge vrouw tijdens de oorlog stapel verliefd was op een jonge Britse vliegenier die in Moncton, Canada, andere jonge mannen aan het trainen. Ze waren elkaar tegengekomen op de trein naar Boston. Toen hij terugging naar Engeland volgde ze op een avontuurlijke reis, via Halifax naar Wales, en toen ze hem eindelijk weer vond zijn ze getrouwd. Een paar maanden later kreeg ze het bericht dat hij was neergestort ergens in Nederland. Na de oorlog vond ze uit dat hij bij Nijmegen was begraven. Tegen die tijd was terug in de V.S., hertrouwde en werd moeder. Een paar jaar gelden is ze zelf ook overleden maar heeft nooit geweten waar het avontuurlijke leven van haar dappere geliefde, de 27-jarige luitenant Laurence Trapp, tot een einde kwam--in de Bergse Maas bij Drongelen. De reden dat haar dochter het nu weet is dankzij uw verslag. Ik gaf haar gisteravond het bericht and ze is "immensely grateful." En voor mij, als zoon van een verzetsstrijder in de Veluwe, die o.a. betrokken was in de pilotenhulp over de rivieren Rijn, was het een vooorrecht om haar dit oude nieuws te kunnen vertellen.
Met dank en vriendelijke groeten van de andere kant van de oceaan...
Harald E.L. 1Prins
prins@ksu.edu

Rien Wols
Rien Wols bhic zei op 30 januari 2017 om 14:35 uur

Geachte heer Prins,
Het doet mij veel genoegen te horen dat onze verhalen hier ook nog steeds iets kunnen betekenen voor de mensen die er zelf nauw betrokken bij zijn (geweest). Fijn dat u dat ook weer met ons hebt willen delen!
Vriendelijke groet

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: