i

Neergestorte vliegtuigen in Maarheeze 1940-1945

vertelde op 26 april 2012 om 13:41 uur

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er boven Nederland zo’n 6.000 militaire vliegtuigen neergestort. Ruim 1.000 daarvan zijn er in Noord-Brabant terecht gekomen. Dan gaat het zowel om geallieerde (Britse, Amerikaanse en Canadese vliegtuigen met bemanningen die uit nog veel meer nationaliteiten bestonden) als Duitse vliegtuigen.

De geallieerde vliegtuigen waren heel vaak bommenwerpers die bij bombardementsmissies op doelen in Duitsland geraakt werden door Duits afweergeschut (de zogenaamde Flak) of onderschept werden door Duitse jachtvliegtuigen (vooral ’s nachts, tijdens de zogenaamde Nachtjagd).

Wij gaan proberen de verhalen achter al deze crashes te achterhalen met behulp van iedereen die ofwel zélf nog herinneringen heeft of de verhalen gehoord heeft van eerdere generaties. Soms is er al veel bekend, soms wat minder.

Op 17 juni 1941 stortte om 02.32 uur boven Soerendonk een Vickers Wellington IC bommenwerper (N2849) van het 103 Squadron neer. De piloot van dit vliegtuig was S/Ldr. D.D.A. Kelly. Het vliegtuig werd neergeschoten door Lt. R. Knacke in een Duitse nachtjager van 2/NJG 1. De volledige bemanning van de bommenwerper kwam hierbij om. Een groot deel van het vliegtuig kwam neer in Hamont (B), waar vijf van de zes omgekomen bemanningsleden aanvankelijk ook begraven werden. Zij hebben hun definitieve rustplaats op het oorlogskerkhof van Heverlee.

Op 7 juli 1941 stortte rond 02.00 in Sterksel, bij het Witven, een Armstrong Whitley V (Z6752) van het 77 Squadron neer. De vierkoppige bemanning, bestaande uit piloot P/O J.E. Simmonds, radiotelegrafist Sgt. S.A. Evans, waarnemer Sgt. E.H. Alderton en boordschutter Sgt. D. Bradley, werd krijgsgevangen gemaakt. Simmonds en Evans kwamen in Stalag Luft III in Sagan terecht, de beide anderen in Stalag 357 in Kopernikus. 

Op 31 mei 1942 stortte om 02.26 bij De Bleek, in de buurt van de rijksweg Eindhoven-Wert een Handley Page Halifax II (W1042) van het 10 Squadron neer. Het doel van die nacht was Keulen geweest, waar een enorme luchtvloot van meer dan 1.000 bommenwerpers meer dan 400 ton aan brandbommen uitwierp. Op de terugweg werd een aantal van deze bommenwerpers boven Noord-Brabant neergehaald. Zij crashten in in Alem, Galder, Vierlingsbeek en Westelbeers en dus ook in Maarheeze. Het laatste toestel werd vol geraakt door een Duitse nachtjager, gevlogen door Hptmn. Wolfgang Thimmig van III/NJG 1, en in brand geschoten. Al snel werd het sein gegeven om het vliegtuig te verlaten.

Drie bemanningsleden lieten het leven: piloot Sgt. Antony Reginald Moore (20); boordschutter Sgt. Marshall Frederick English (27, RCAF) en staartschutter Sgt. Fred Walker (33). Zij werden begraven in Woensel, respectievelijk graf JJ 67, 70 en 68. De vier anderen, navigator W/O Lionel Raymond Silver (24, eveneens RCAF); radiotelegrafist Sgt. H.R. Stacey; boordwerktuigkundige Sgt. D.L. Thurlow en boordschutter Sgt. J.A. Ogden werden door de Duitsers gevangen genomen.

Ray Silver wist overigens aanvankelijk uit handen van de Duitsers te blijven. Bij het gehucht Berg, vlakbij de grens met België vond hij, doornat van de regen, onderdak bij de familie De Werd. Met droge kleren, een goede nachtrust en voedsel voor een paar dagen trok Ray verder, richting Eindhoven. Maar nadat hij in Wintelre een fiets had gepakt om sneller vooruit te komen, werd hij opgepakt door een gealarmeerde politieman en overgedragen aan de Duitsers. Ook hij heeft tot het einde van de oorlog in krijgsgevangenschap gezeten. 

Op 27 januari 1943, om 20.25 uur, crashte in Sterksel, bij Het Broek, een Avro Lancaster I bommenwerper (W4135) van het 97 Squadron, gevlogen door Sgt. A. Robinson en op weg naar Düsseldorf. De beide boordschutters, Sgt. Robert William Rea (20 jaar, Canadees) en Sgt. Ralph Muskett (32), kwamen hierbij om. Zij zijn in Woensel begraven, respectievelijk in graf JJB 2 en JJB 1.

De vijf andere bemanningsleden, piloot Robinson; boordwerktuigkundige Sgt. R. Harvey; navigator Sgt. C.P. Bigg; bommenrichter Sgt. A.E. Croome en radiotelegrafist Sgt. J. West, wisten het toestel per parachute te verlaten, maar werden aan de grond door de Duitsers krijgsgevangen gemaakt. Robinson kwam in Stalag IVB in Muhlberg-Elbe terecht, Croome in Stalag Luft III in Sagan en de anderen in Stalag 344 Lamsdorf.

In de nacht van 21 op 22 juni 1943 voerde Bomber Command een grootscheepse aanval op Krefeld. In totaal 705 bommenwerpers lieten daar 2.306 ton aan bommen vallen. Meer dan duizend burgers werden gedood en 4.550 raakten gewond. Ook de RAF betaalde een flinke tol: 44 vliegtuigen keerden niet terug van deze missie. Daarvan kwamen er 31 in Nederland neer, waarvan vijftien in Noord-Brabant: in Alphen, Asten, Bergeyk, Berlicum, Boxtel (2), Deurne, Dinther, Oeffelt, Oudenbosch, Rucphen, Sint Anthonis, en Uden.

En om 01.32 uur crashte ook in Sterksel een Short Stirling III (BK720) van het 218 Squadron. Dit vliegtuig werd gevlogen door de Australiër P/O D.R. Rich en neergeschoten door een Messerschmitt Bf 110 van 6/NJG 1. Maar dit jachtvliegtuig werd zelf ook geraakt, zodat Hptm. E-W. von Boning en marconist Ofw. F. Johrden een noodlanding moesten maken bij de Achelse Kluis. Hun vliegtuig was verloren, maar zelf brachten ze het er levend vanaf. 

Dat gold niet helemaal voor de bemanning van de Stirling. Drie bemanningsleden overleefden het ontploffen van de eigen bommen niet: piloot P/O Donald Robert Rich (21), bommenrichter Sgt. Brian Kermode en marconist Sgt. Stanley Herbert Burrows (28). Die laatste werd pas dagen later dood gevonden, met zijn ongeopende parachute nog om. Zij liggen alle drie begraven op het oorlogskerkhof in Woensel, respectievelijk in graf EE 73, EE 10 en EE 32.

De vier overige bemanningsleden, Sgt. F. Fawcett; Sgt. A.J. Small; Sgt.. J.J. McDonald (een Canadees, die later, op 19 mei 1945, in het krijgsgevangenkamp is overleden) en Sgt. H. Hill werden gevangenen genomen. In 2000 is op initiatief van Ad Hermens uit Geldrop en Marietje van den Boomen uit Someren-Heide aan de Panweg een monument opgericht als “eerbetoon aan allen die in deze omgeving tijdens de Tweede Wereldoorlog 1940 - 1945 om het leven kwamen” (dus niet puur en alleen voor de drie uit deze Stirling). In het boek van René Vos, Gebroken vleugels (Budel, 2011) wordt op p. 154-170 veel aandacht aan deze crash besteed. 

Op de terugweg van een grote aanval op Mönchengladbach (met 660 bommenwerpers) op 31 augustus 1943 werd om 03.40 een Avro Lancaster I van het 207 Squadron door een nachtjager van 9./NJG 4, gevlogen door Ofw. H. Macke, neergeschoten. Het toestel kwam neer bij De Pan. Alleen de bommenrichter Sgt. Herbert K. Scott (RCAF) overleefde de crash. Hij werd daarna krijgsgevangen gemaakt. 

De overige leden van de bemanning: piloot P/O John Hickling; navigator Sgt. Maurice Atkinson (23); radiotelegrafist en boordschutter Sgt. Thomas Barnett (20); boordwerktuigkundige Sgt. Eric Alfred Richard Preston (24); boordschutter Sgt. Thomas George Moore (35) en boordschutter Sgt. Harold Allen Queen verloren het leven. Zij liggen begraven te Woensel, de graven EE 112, EE 95, EE 110, EE 96 en EE 97. Harold Queen is als Canadees na de oorlog herbegraven op de Canadese erebegraafplaats in Groesbeek, graf XV F 10.

Op 11 augustus 1944 crashte om 16.45 uur Sgt. G. Pristupa in Soerendonk met zijn Spitfire LF.IX (ML240) van het 312 Squadron. Na de bevrijding van Noord-Brabant zouden er nog meer jachtvliegtuigen in deze omgeving neerstorten.

Op 24 december 1944 kwam om 12.35 uur bij Soerendonk eerst een Hawker Typhoon IB (PD462) van het 440 (Canadese) Squadron, gevlogen door F/O William Thomas Dunkeld (23) neer, nog geen half uur later gevolgd door een Duitse Focke Wulf Fw 190A-9 van 1./JG 6, gevlogen door Lt. Gerhard Rieckhoff (22). Deze laatste werd neergeschoten door S/Ldr. Mackie van 274 Squadron. Rieckhoff kreeg ter plaatse een veldgraf en werd na de oorlog overgebracht naar zijn laatste rustplaats op de Duitse militaire begraafplaats Ysselsteyn, graf BJ-12-287.

En op 5 januari 1945 stortte bij Maarheeze, op de grens met Someren (Boksenberg), een De Havilland Mosquito FB.VI neer van het 169 Squadron. De piloot F/Sgt. Roland Jervis Keller (24) en de navigator F/Sgt. Joseph Bonaventure Thorburn kwamen daarbij om het leven. Zij werden begraven in de kerktuin van het klooster in Sterksel, graven B 17 en B 16.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (2)

Rene Vos zei op 28 september 2012 om 12:37 uur

Beste Web-beheerder,
Ik heb het artikel gelezen over de vliegtuigcrashes in Maarheeze. Helaas bevat het vele (onbedoelde) fouten. Recent heb ik heb boek 'Gebroken Vleugels' uitgebracht. Na 5 jaar van onderzoek en vele getuige verhalen ben ik na zorgvuldig onderzoek de luchtoorlog boven de gemeente Cranendonck (incl Maarheeze) en Hamont-Achel vastgelegd. Mocht u interesse hebben verneemik dit graag.
Groet,
Rene Vos Budel

Rien Wols bhic zei op 2 oktober 2012 om 08:58 uur

@Rene Vos,
Natuurlijk willen we graag horen waar zaken verkeerd zijn voorgesteld of waar nieuwe inzichten oude gegevens hebben vervangen. Dus heel fijn dat u die met ons wilt delen. Wellicht het handigst via de mail? info@bhic.nl ter attentie van mij, en dan kunnen we het erover hebben hoe we het het best kunnen aanpakken.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: