i

Neergestorte vliegtuigen in Mill en Sint Hubert 1940-1945

vertelde op 7 juni 2016 om 09:36 uur

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er boven Nederland zo’n 6.000 militaire vliegtuigen neergestort. Ruim 1.000 daarvan zijn er in Noord-Brabant terecht gekomen. Dan gaat het zowel om geallieerde (Britse, Amerikaanse en Canadese vliegtuigen met bemanningen die uit nog veel meer nationaliteiten bestonden) als Duitse vliegtuigen.

De geallieerde vliegtuigen waren heel vaak bommenwerpers die bij bombardementsmissies op doelen in Duitsland geraakt werden door Duits afweergeschut (de zogenaamde Flak) of onderschept werden door Duitse jachtvliegtuigen (vooral ’s nachts, tijdens de zogenaamde Nachtjagd).

In Mill en Sint Hubert zijn tijdens de oorlog maar liefst veertien vliegtuigen neergestort dan wel vernield bij een noodlanding. Dat laatste heeft alles te maken met de vestiging van een geallieerd vliegveld, waarvan de bouw begon in januari 1945 en dat heeft gefunctioneerd tot half april van dat jaar.

Handley Page Halifax MkIIIMaar de eerste crash vond midden in de oorlog plaats, namelijk op 27 januari 1943. Op die dag werd rond 20.15 uur een Halifax II bommenwerper (registratienummer DT705, call sign MH-S) neergeschoten door een Duitse nachtjager van I./NJG 1. De brokstukken van het toestel kwamen neer in het gebied Vorleweg-Frederiksweg in Mill.

Het was een toestel van het 51 Squadron, gevlogen door F/Sgt. Frederick Howard Barrett (23), een Canadees. De bommenwerper was op missie naar Düsseldorf.

Vier bemanningsleden sneuvelden in deze crash. Behalve de piloot waren dat boordschutter Sgt. John Henry Brooks (26); navigator/bommenrichter Sgt. John Maxwell Iliff (31); en waarnemer Sgt. Charles Michael Page (19). Zij liggen begraven op het Britse oorlogskerkhof in Uden, graven 4 F 1-4.

De rest van de bemanning heeft de crash overleefd en is krijgsgevangen genomen. Dankzij Willy Sweens (zie hieronder) weten we dat een van die overlevenden boordwerktuigkundige Sgt. Jack D. Hardie uit Nieuw Zeeland was. Het Verliesregister van de Studiegroep Luchtoorlog vermeldt ook de andere overlevende bemanningsleden: dat waren navigator Sgt. G.J.E. Hextell en boordschutter P/O C.D. Farmer.

Iets later die avond stortte een andere bommenwerper van hetzelfde squadron neer in Boekel bij Huize Padua.

De ravage na de crash, Foto BHIC, nr. 1770-078-009Enkele maanden later, op 12 juni 1943 stortte opnieuw een bommenwerper neer, een Lancaster II DS647 (call sign KO-N) van het 115 squadron. Ook nu weer was Düsseldorf het doel en werd het toestel in de nacht van 11 op 12 juni 1943 aangevallen door een Duitse nachjager, gevlogen door Maj. Werner Streib. Rond 2.15 uur stortte de bommenwerper neer in de Oranjeboomstraat in Mill.

De zevenkoppige bemanning heeft het niet overleefd. Ze bestond uit S/Ldr. Douglas Parr Fox DFC (23), piloot; Sgt. Peter Francis Nixon (23), boordwerktuigkundige; W/O Kenneth Loren Spring, navigator;  F/Sgt. Philip Arthur Chapman (20), bommenrichter; F/Sgt. Alan Morton Johnson (20), radiotelegrafist/boordschutter; Sgt. Albert Derek Bulmer (21), boordschutter; F/Sgt. Alan Seblery Spires, boordschutter (onderscheiden met de Distinguished Flying Medal). Ze liggen allemaal begraven op het oorlogskerkhof van Uden. Bulmer in graf 5 H 9, Nixon in graf 5 H 10, Spring in 5 F 10 en de anderen in een collectief graf, 5 H 5-8. (Met dank aan Hans Ooms).

P-51 MustangIn september 1944 startten de geallieerden de operatie Market Garden om met luchtlandingstroepen de bruggen over Maas, Waal en Rijn in te nemen. Op zondag 17 september en maandag 18 september 1944 stortten in Mill twee geallieerde jachtvliegtuigen neer die bij de operatie betrokken waren. Zondag om 12.50 uur was het de Amerikaanse 1st Lt. D.R. Drysdale, die met zijn P-51D Mustang van 364FG/385FS crashte in de Voortsestraat. De volgende dag kwam er een Spitfire LF.IX (RK812) neer van 1FP (Ferry Pool) ATA (Air Transport Auxiliary). Dit luchtmachtonderdeel transporteerde vliegtuigen, en blijkbaar is er in de buurt van Mill iets misgegaan.

Focke-Wulf 190A-8Daarna duurde het tot 1 januari 1945 voordat Mill weer werd opgeschrikt door neerstortende vliegtuigen. Op die dag begon de grootschalige Duitse Operatie Bodenplatte. De Luftwaffe zette bij deze actie tegen vliegvelden in Nederland, België en Frankrijk grote aantallen (jacht)vliegtuigen in. Twee daarvan stortten die dag bij Mill neer. Om 9.30 uur crashte Uffz. Paul Schneider met zijn Focke-Wulf Fw 190A-8 (werknummer 171605) van het 7./JG 6, na een luchtgevecht met een RAF-toestel boven Wallenhorst.

Vijf kwartier later crashte FhjUffz. Hans-Joachim Grell in een zelfde soort jachtvliegtuig van het 15./JG 3, aangeschoten door luchtdoelgeschut van 2874 Squadron op vliegbases Volkel. Grell stortte neer in de Koestraat. Beide piloten zijn omgekomen. Grell, geboren op 18 januari 1925 te Stralsund, rust op de Militaire Begraafplaats in Bonn-Beuel, graf I-96. Daar wordt echter als plaats van overlijden Siegburg aangegeven.

Paul Schneider staat nog steeds te boek als vermist. Maar op 9 maart 1950 is er een onbekende Duitse militair vanuit een veldgraf in Mill overgebracht naar de Duitse erebegraafplaats Ysselsteyn. Als datum van overlijden staat voor deze onbekende soldaat 1 januari 1945 genoteerd. Het vermoeden lijkt gerechtvaardigd dat het hier om Uffz Paul Schneider gaat. Begin jaren '60 zijn er pogingen tot identificatie en heridentificatie gedaan, maar die gaven toen geen uitkomst. Wellicht dat de Bergings- en Identificatie Dienst van de Koninklijke Landmacht met de huidige moderne DNA-technieken toch nog een positieve identificatie kan vinden. Het graf van “ein Deutscher Soldat” op Ysselsteyn is CH-8-188. We danken deze informatie aan Fred van de website Find a grave.

Hawker Typhoon IBOp 8 februari 1945 kwamen de eerste Typhoons aan op vliegveld B89 te Mill. Een week later, op 14 februari 1945 om 14.15 uur, verongelukte de eerste daarvan, de PD550, call sign HE-H, gevlogen door F/O G.F. Gillman van 263 Squadron. Op 22 februari 1945 crashte een Typhoon IB van 257 Squadron, gevlogen door W/O W.H. Ewan om 17.45 uur bij de Gagelweg.

In maart en april 1945 volgende nog zeven noodlandingen/crashes op het vliegveld van Mill, meestal betrof het Typhoons (vijf), maar op 20 maart 1945 was het een P-51D Mustang (registratienummer FD481) van 268 Squadron, gevlogen door F/Lt. K.F.J. Parfitt en op 22 maart was het een Spitfire XI (registratienummer PM152) van 4 Squadron, gevlogen door F/Lt. P.M. Sims. Diezelfde dag, om 14.15 uur, maakte F/Lt. J. Hilton een crashlanding met zijn Typhoon IB (registratienummer RB500, call sign DP- ) van 193 Squadron. Op 26 maart deed F/Sgt. P.J. Culligan dat met zijn Typhoon (registratienummer PD501) van 266 Squadron.

Hawker Typhoon IBTussen 16 en 20 april vertrokken de Typhoons uit Mill, maar dat ging blijkbaar niet zonder ongelukken. Die eerste dag, 16 april 1945, verongelukten drie toestellen van het 193 Squadron, gevlogen door respectievelijk W/O W.L. Wheeler (registratienummer MN886, call sign DP- ), P/O J. Quigley (registratienummer MN895, call sign DP- ) en F/O J. Fishwick (registratienummer MN982, call sign DP- ).

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (33)

Ilse De Voegt zei op 1 juli 2016 om 11:18 uur

Bedankt voor u verhaal

Annemarie van Geloven
Annemarie van Geloven bhic zei op 5 juli 2016 om 11:39 uur

Ik zal het aan de auteur doorgeven. Hebt u zelf of via overlevering nog herinneringen aan deze neergestorte vliegtuigen?

Albert zei op 24 februari 2017 om 17:49 uur

Dat kan ik mij nog goed herinneren, omdat ik voor dat toestel heb moeten rennen. Wij woonden aan het rand van het dorp en waarschijnlijk is het de bedoeling van de gezagvoerder geweest om het dorp nog te ontwijken, maar is dat niet meer gelukt. Mijn vader en ik en een buurman stonden ver buiten de een centrale schuilkelder toen het toestel brandend naar beneden kwam en wij zijn toen gaan rennen in de richting van het brandend toestel.Ons was geleerd om een brandend toestel in zo'n situatie geval altijd tegemoet te rennen om het te kunnen ontwijken. Uiteindelijk is het toen naast het distributiekantoor en "de Oude School" ( in gebruik als theater) gevallen.
Albert

Albert
Albert zei op 24 februari 2017 om 18:07 uur

Het toestel viel ook in de buurt, waar Willem van Strijp en Dirk Moermond woonden en er moet in foto zijn, waar deze twee heren op staan met een Duitse soldaat om de wrakstukken te bewaken. De foto is opgenomen in een boek over de bevrijding van Mill.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 24 februari 2017 om 20:52 uur

Tjee Albert, een dergelijk verhaal over een crash krijgt toch een heel andere lading als je leest dat je zelf hebt moeten rennen voor het toestel (of eigenlijk: naar het toestel toe. Dat alleen al lijkt me een hele opgave)

Nu je refereert aan die foto, op de volgende site vind je ook veel fotomateriaal (hoewel ik die betreffende opname niet aantref). Maar ken je deze al?

http://studio-domeinzicht.jouwweb.nl/sporen-van-de-oorlog

Albert zei op 25 februari 2017 om 02:10 uur

Hoi Marilou, De site "Domeinzicht" van Huub Verstraaten die ken ik. Daarop staan zelfs gegevens van mijn site, zelfs met een recentere foto. Ik denk onder het hoofdstuk "GENEALOGIE stambomen". Het is wel moeilijk zoeken! Het boek, waarnaar ik verwees heet " MILL van mobilisatie tot bevrijding" (1939-1940. Daarin staat ook een foto van mijn voetbalmaatje met zijn vader, jongere broer (Tiny) en zus. Daarin staat ook een artikel in van een zekere Theo Kersten, maar dat klopt niet helemaal, want er wordt geschreven, dat het ging om het vallen van één bom. Ik denk, dat hij het verteld heeft van "horen zeggen" of dat het anders is weergegeven als verteld is, want het ging toch echt om granaten. De vader van Theo Kersten (werkzaam bij de Gemeentewerken) woonde daar inderdaad in de buurt, maar volgens mij waren zijn kinderen nog jonger dan Toontje en dat klopt, want Tiny was het jongere broertje. Hij schrijft ook een gierend geluid te hebben gehoord en als je een gierend geluid hoorde dan was er geen gevaar meer van die granaat(ook dat was ons geleerd), want dan ging de granaat over je heen en nog verder. De brandkuil (achter klompenfabriek Piet Verstappen), waarover hij schrijft, lag inderdaad veel verder in de richting van Langenboom dan het huis van Roijendijk, gezien vanaf de Duitse grens. Dat Toontje met zijn "beide" handen op de buik naar de buurman familie Jan Koop is gelopen klopt wel maar ook niet helemaal, want Toontje had maar één hand en miste zijn linkerhand vanaf de elleboog. Dat even ter zijde!! Als jullie het boek niet hebben wil ik aan Piet Vollenberg van Myllesheem wel vragen of het nog beschikbaar is. Nu is het bedtijd. Welterusten!
Albert

Albert
Albert zei op 25 februari 2017 om 10:26 uur

Hoi Marilou, Jij weet zeker toch wel wat in de volksmond "een brandkuil" was?
Albert

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 28 februari 2017 om 09:22 uur

Nee, eerlijk gezegd niet Albert. Maar dat ga je me nu toch wel vertellen? ;)

Albert
Albert zei op 28 februari 2017 om 11:54 uur

Hoi Marilou, En als ik zeg, dat de "brandkuil" achter de klompenfabriek van Piet Verstappen was, gaat er dan nog geen lichtje branden? Klompen werden gemaakt van hout.
Albert

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 28 februari 2017 om 15:54 uur

Klompen - hout - vuur: ik kan me er wel iets bij voorstellen maar enige toelichting zou toch wel handig zijn, Albert. Help jij me uit de brand(kuil)? ;-)

Albert
Albert zei op 28 februari 2017 om 16:48 uur

Hoi Marilou,
Ja nu zit je op de goede weg. Tegenwoordig heeft men in een bedrijf brandblusapparaten, die er voor de oorlog niet waren. Als oplossing had men bij bedrijven plaatselijk brandkuilen vol met water waaruit de brandweer. in geval van brand, water kon opzuigen tot dat de kuil leeg was. Had jij van Lisette al de vraag doorgekregen over een verzetsman P Nelissen. In de oorlog was er in het Lan van Cuijk een verzetsgroep (circa 25 mannen) actief geweest. De leider daarvan , Pieter Josten, die ik goed gekend heb, heeft later van de President van Amerika ( Niet met de naam Trump) een onderscheiding gekregen. Heb je ooit hierover iets gehoord in jouw voorouders?.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 1 maart 2017 om 08:47 uur

Nee, de naam van verzetsman P. Nelissen zegt me zo niets, Albert, maar ik vraag het voor de zekerheid ook nog even bij Lisette na.

En bedankt voor de uitleg over de brandkuil!

Willy Sweens zei op 9 oktober 2017 om 20:23 uur

Voor de duidelijkheid.
De Halifax welke op 27-01 1943 in Mill crashte werd gevlogen door de 1e piloot
Flt. Sgt F.H. Barret, Canadees en 2e piloot Sgt. J.D. Hardie uit Nieuw Zeeland.
Jack Hardie overleefde de crahs. De rest van het verhaal is correct.

Albert
Albert zei op 10 oktober 2017 om 00:51 uur

Bedankt! Het is weer meer een mooie aanvulling op mijn verslag van het de gebeurtenis.

Myrna Van den Langenberg zei op 7 juli 2018 om 17:13 uur

Heeft iemand van u ooit gehoord van Peter Fielding, Royal Engeneer van the British Army?

Hilde Jansma
Hilde Jansma bhic zei op 17 juli 2018 om 10:12 uur

Ik hoop dat iemand nog op je vraag gaat reageren.. Ik heb je vraag in ieder geval doorgestuurd naar de auteur van dit verhaal, misschien dat hij je verder kan helpen.

M zei op 17 juli 2018 om 13:36 uur

Hartelijk dank! Het is erg moeilijk zoeken, er zijn zoveel kleine puzzelstukjes... het betreft een pas gevonden brief met daarin een huwelijksaanzoek aan mijn moeder (gevraagd aan haar moeder-mijn oma). Ze heeft daar nooit wat van tegen mij verteld... ik hoop dat ik ergens een antwoord vind.

Albert
Albert zei op 17 juli 2018 om 14:32 uur

Myrna, ik zal eens contact opnemen met Ruud Runderkamp, die weet alles over neergestorte vliegtuigen in Brabant. Hij is ook verbonden aan het museum en of archief van de militaire vliegbasis Volkel, dat in de oorlog door de Duitsers is gebouwd en na de bevrijding door de geallieerden werd gebruikt. Ik zal de gevraagde naam aan hem doorgeven.

Myrna zei op 17 juli 2018 om 14:50 uur

Dankjewel! Wat fijn dat u dat wil doen. Peter Fielding is niet gesneuveld in de oorlog, hij heeft de brief aan mijn ome geschreven op 9 juni 1945.

Jan Roefs zei op 4 mei 2019 om 17:25 uur

Hierbij een correctie op het typenummer en de oorzaak van de crash: 20 maart 1945 was het een P-51D Mustang (registratienummer FD481) van 268 Squadron.
Bron: Colin Ford Canberra Australia
Historian, No.268 Squadron Royal Air Force, 1940-1946
Via forum vraag https://ww2aircraft.net/forum/
F/O Parfitt's Mustang Mk.IA, FD481 Squadron ID letter 'C' at the time, had only returned to the Squadron on 15 March 1945 after being away at 412RSU for repairs since 1 March 1945. At the time there were strong persistent cross winds at B89 Mill for a number of days which had grounded the other Squadrons in No.35 (Recce) Wing based there flying Spitfire FR.XIVes, so No.268 Squadron with their Mustang Mk.IA and Mk.II aircraft were flying all the operational Tac/R sorties. F/O Parfitt's Mustang was reportedly caught by a particularly strong gust of wind on takeoff causing it to crash.

M. Van den Langenberg zei op 5 mei 2019 om 22:56 uur

Weet iemand van u of de 11th Field Compagny van de Royal Engineers van het British Liberation Army in Mill was in de periode februari-mei 1945?

Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 7 mei 2019 om 09:15 uur

@Jan: dankjewel voor de gedetailleerde info en correctie. Heel fijn dat je dit hebt willen uitzoeken, en ook een bronvermelding met link erbij geeft.

@M. van den Langenberg: goede vraag, hopelijk weet iemand hier het antwoord?? Je zou misschien in deze database het antwoord kunnen vinden: https://wartimememoriesproject.com/ww2/allied/royalengineers.php Daar kun je
Op die site vind ik deze pagina, speciaal over de 11th Bridging Troop, Royal Engineers: https://wartimememoriesproject.com/ww2/allied/battalion.php?pid=5763

Maar om de info/documenten te zien, moet je je volgens mij wel aanmelden.

M. van den Langenberg zei op 7 mei 2019 om 09:56 uur

Hartelijk dank voor uw reactie, ik stel dat zeer op prijs. Hier wordt alleen over the 11th Bridging Troop gesproken, niet over the 11th Field Compagny. Ik ben er niet goed in thuis helaas, maar dat lijkt me een ander onderdeel. De reden waarom ik dit graag zou weten is het oplossen van een stukje uit de puzzel in mijn leven. Eerder was ik op zoek naar een militair van dit legeronderdeel, Peter Fielding. Na een enorme zoektocht ben ik in contact gekomen met zijn zoon! Dat was heel bijzonder. Hij had nog wel het army paybook van zijn vader, maar daar stond helaas geen gedetailleerde beschrijving in van de whereabouts van the 11th Field Compagny. Ik weet sinds kort door een toevallig opgedoken postkaart dat mijn moeder destijds even in Mill heeft ingewoond. Als in diezelfde periode ook Peter Fielding daar was, zou dit veel verklaren. Ik heb ook al contact gezocht met de familie waar zij toen verbleef, maar de enige nog levende zoon was destijds te jong om zich echt personen te herinneren. Mocht iemand van u nog iets te weten komen, hoor ik dat uiteraard graag! Hartelijk dank voor uw moeite in ieder geval.

Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 7 mei 2019 om 10:12 uur

Inderdaad een bijzonder verhaal zeg, en wat mooi dat je door die zoektocht in contact met zijn zoon bent gekomen. Echt dankbaar werk. Ik zie dat je zelf al veel onderzoek hebt gedaan. Maar wie weet heb ik geluk, en duikt er toch nog wat op. Als dat zo is dan laat ik het je gelijk weten (op deze pagina). Misschien dat we hier nog ergens foto's hebben van Mill in die tijd, waarop de Royal Engineers te zien zijn...? Ik denk en zoek verder...

En misschien wordt deze pagina ondertussen nog bezocht door iemand die het antwoord weet. Hartelijke groeten

Albert
Albert zei op 7 mei 2019 om 12:05 uur

Ik wil graag horen bij welke familie in Mill de moeder van Myrna Langenberg heeft gewoond. Ik was in die tijd 14 jaar en ging bij de boeren in het buitengebied eieren kopen om te ruilen voor sigaretten bij militairen voor vervanging van de surrogaat sigaretten van het merk "Consi" in de winkel van mijn moeder. Mijn vader was werkzaam op het postkantoor in Mill en heeft misschien de postkaart (briefkaart) wel verstuurd. Ook ben ik ooit als "tolk" ingeschakeld bij behandeling van mannelijk Nederlandse slachtoffers door een Canadese arts, die bij ons thuis was ingekwartierd met chauffeur Roy en verpleger Charley. Bij bezoek door een vrouwelijke patiënt werd mijn oudere zus ingeschakeld!!!. Roy ging zondags met ons naar de kerk en was een goed katholiek en zal dat daarom zo geregeld hebben.

M. van den Langenberg zei op 7 mei 2019 om 12:08 uur

Wat finn! Dank u wel!

M. Van den Langenberg zei op 7 mei 2019 om 12:09 uur

Excuses. Fijn*

Myrna van den Langenberg zei op 7 mei 2019 om 18:13 uur

De familie in Mill waar mijn moeder destijds inwoonde heet Moermond. De familie woonde aan de Hoogstraat op nummer 147. De naam van deze straat is veranderd.
Peter Fielding heeft overigens de oorlog overleefd. Hij schreef zijn huwelijksaanzoek -waar ik eerder over schreef- op 9 juni 1945. Peter Fielding was afkomstig uit Halifax, GB en hij is in 2002 overleden. hij is begraven op een begraafplaats in Calderdale.

Albert
Albert zei op 7 mei 2019 om 21:20 uur

Ik heb de familie Moermond wel gekend, welswaar niet heel persoonlijk. Die familie woonde inderdaad op de Hoogstraat en diens kinderen moeten destijds nog jong zijn geweest. Er heeft al een keer een foto van de heer Moermond op dit Forum gestaan in verband met een vliegtuig dat voor hun woning was neergestort. Ik zal proberen deze site weer op te zoeken. Volgens was de heer Moermond werkzaam bij de Heidemij BV.

M. Van den Langenberg zei op 8 mei 2019 om 09:37 uur

Dank voor de link! Ik hoop dat iemand weet of the 11th Field Compagny in Mill was in de eerste heeft van 1945...

Joop Hendrix zei op 7 augustus 2019 om 22:39 uur

Waar ligt Wallenhorst in Mill? ik kan dat niet vinden op de kaart daar zou op 1-1-45 Schneider zijn gecrashed volgens jullie

Rien Wols
Rien Wols bhic zei op 12 augustus 2019 om 10:32 uur

Dag Joop,
Op de verlieskaart T4982 van het Verliesregister versie 2012 (de primaire bron voor dit verhaal), stond nog geen exacte locatie vermeld, alleen de plaatsnaam Mill. Op dit moment vermeldt het Verliesregister dat Schneider gecrasht zou zijn bij “Volkel - Eindhoven area”, wat nog steeds een wat ruime omschrijving is. “Wallenhorst” is een latere toevoeging aan dit stukje, op basis van een opmerking van een van onze bezoekers. Overigens staat er niet dat Scheider daar gecrasht is, maar dat daar een luchtgevecht heeft plaatsgevonden. Het zou richting Escharen moeten liggen, langs de Graafse Raam. Naar aanleiding van je vraag ben ik gaan zoeken, maar ik kan het evenmin vinden. Het omschreven gebied ligt hemelsbreed zo’n vijf kilometer van Volkel, dus op zich kan ik me wel wat voorstellen bij een luchtgevecht daar dat geleid heeft tot een crash in de buurt van Volkel. Wellicht zijn er anderen die meer weten van dit ‘toponiem’. Anders moet het wellicht weer uit de tekst verwijderd worden.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: