i

Neergestorte vliegtuigen op en rond het vliegveld Gilze-Rijen, 1944

vertelde op 17 oktober 2017 om 12:04 uur

Op en rond het vliegveld ‘Fliegerhorst Gilze-Rijen’, zoals de Luftwaffe het vliegveld Molenheide ging noemen nadat ze het in juni 1940 in gebruik had genomen, zijn in de loop der oorlogsjaren veel militaire vliegtuigen (en mensenlevens) verloren gegaan, zowel in de Duitse periode als in de periode dat de geallieerden het vliegveld gebruikten onder de codenaam B.77.

Dornier Do-217De Luftwaffe ondernam flinke bouwactiviteiten aan vliegveld Molenheide na de capitulatie van Nederland in mei 1940. In september arriveerden de eerste vliegtuigen op de uitgestrekte nieuwe basis: Heinkel He-111’s van de II./KG 26 namen de Fliegerhorst in gebruik om bombardementen op Britse steden uit te voeren. Later kwam II./KG 30 met Junkers JU 88A’s en van april 1942 tot eind mei 1944 opereerden vanaf Gilze-Rijen Dornier Do-217’s van I./KG 2, III./KG 2 en II./KG 40. Gilze-Rijen behoorde zo vier jaar lang tot de voornaamste Duitse vliegvelden in ons land.

Begin september 1944 ontruimde de Luftwaffe Gilze-Rijen. De Britten herstelden vervolgens het door geallieerde bombardementen vernielde veld en gaven het de codenaam B.77. De 84 Group voerde met jachtvliegtuigen verkenningen uit en viel doelen aan zoals schepen, wegen en spoorwegverbindingen. Begin mei 1945 staakten de Britten de luchtoperaties vanaf Gilze-Rijen.

De oorzaken van de vele crashes op en rond het vliegveld zijn velerlei: het vliegveld werd beschermd door luchtafweerschut, het werd natuurlijk ook aangevallen door de geallieerden (en later door de Duitsers), er crashten vliegtuigen die beschadigd waren en nog net de landingsbaan probeerden te halen, of er gingen andere dingen mis, zoals motorstoringen bij het opstijgen of landen. En soms kwamen vliegtuigen ook met elkaar in botsing.

1944

Dornier Do-217Op 4 januari 1944 voerden geallieerde jagers een luchtaanval uit op het vliegveld. Dat kostte de Duitsers in ieder geval drie toestellen en een aantal mensenlevens. Even na drieën die middag stortte in Molenschot (juist ten westen van het vliegveld) een Dornier Do 217E-4 (werknummer 5377) van 7./KG 2 neer. Piloot Oblt. Otto Schäfer (29), waarnemer Uffz. Wolfgang Böttcher (21), radiotelegrafist Uffz. Werner Zange (22) en boordschutter Uffz. Willi Strenzke (22) liggen begraven op Ysselsteyn, graven CQ-8-182 tot en met CQ-8-185.

Op hetzelfde moment schoot Lt. Davies van 609 Squadron een andere Dornier Do 217K-1 (werknummer 4597) van 10./KG 2 neer. Dit toestel stortte ook ten westen van Gilze neer, op de Bolberg. De vierkoppige bemanning had meer geluk en bracht het er levend vanaf. Evenmin levens kostte de vernietiging van een Junkers Ju 88C-6 van III/NJG 2 (werknummer 750960) aan de grond. Het toestel werd in brand geschoten.

B17-F Flying-FortressDrie dagen later, op 7 januari 1944, slaagde een Flakbatterij er om 11.10 uur in een B-17G van 96BG/337BS (registratienummer 42-30130, call sign AW-J) uit de lucht te schieten. De Amerikaanse bommenwerper stortte neer in Molenschot. Slechts twee leden van de bemanning overleefden de crash: de boordschutters Sgt. W.B. Roberts en Sgt. A.F. Weiss. Ze werden krijgsgevangen genomen.

Piloot 2nd Lt. Roland E. Peterson (27) I-2-18, co-piloot 2nd Lt. Oscar H. Megginson P-18-8, navigator 2nd Lt. Frank M. Palmer N-3-17, bommenrichter 2nd Lt. Morris S. Friedman O-20-12, boordschutter S/Sgt. Harold G. White A-14-17, boordschutter Sgt. Jerome W. Dudek A-11-3 en boordschutter S/Sgt. Preston Hildebrand (28) (Purple Heart) A-10-26 hebben een laatste rustplaats gevonden op de Amerikaanse erebegraafplaats in Margraten. Radiotelegrafist S/Sgt. C.R. Busch is overgebracht naar Kolhorn.

Junkers Ju-88Op 31 januari 1944 raakte een Ju 88 van het /NJG 2 total loss op het vliegveld door onbekende oorzaak.

Op 4 februari 1944 gebeurden er twee ongelukken op de basis. Om 06.37 uur maakte een Dornier Do 217M-1 van 7./KG 2 een crashlanding op het vliegveld, waarbij het zwaar beschadigd raakte. Een kwartier later, om 06.50 uur moest piloot Lt. E. Ruhland zijn Ju 88A-4 van II/KG 6 net zo hard aan de grond zetten. Ook hier was de schade aanzienlijk. Persoonlijke ongelukken deden zich niet voor bij deze twee crashes.

Op 22 februari 1944 ging bij een bombardement van het vliegveld een Dornier Do 217 van III/KG 2 aan de grond verloren.

Op 21 april 1944 werd een Dornier Do 217M-1 (werknummer 6325) van 9./KG 2, afkomstig van het vliegveld Achmer, neergeschoten door  F/O Walton van 605 Squadron. Het toestel stortte neer op het vliegveld Gilze.

Avro LancasterOp 28 mei 1944, om 02.10 uur, stortte bij Princenbos (gemeente Gilze en Rijen) een Avro Lancaster III bommenwerper neer. Het toestel met registratienummer ND802 en call sign AA-D was van 75 Squadron en twee uur daarvoor vertrokken vanaf Mepal in Engeland met als doel Aken.

Drie leden van de bemanning kwamen om bij de crash: de piloot Sgt. Francis Alexander Jack Scott (28) van de RnzAF, de bommenrichter F/Sgt. Stephen Astley Cook (21) en de radiotelegrafist / boordschutter F/Sgt. Ronald Edward Howson (21), ook van de RnzAF. Zij liggen begraven op de r.k. begraafplaats in Gilze, graven 1-3.

Co-piloot W/O R.T. Clark (RnzAF) wist uit de handen van de Duitsers te blijven, maar werd op weg naar het zuiden op 23 augustus in Antwerpen gearresteerd. In diezelfde stad was al eerder, op 28 juni, de andere ‘ontsnapper’ gearresteerd, boordwerktuigkundige Sgt. F.M. Harris. Beiden raakten in krijsgevangenschap, net als de rest van de bemanning, die meteen na de crash gevangen was genomen: navigator F/Sgt. L.G. Hill (RnzAF) en de beide boordschutters Sgt. R. Dale en Sgt. A. Mantle.

Messerschmitt Me-410BDe nacht daarop, 29 mei 1944 om 01.42 uur, kwamen twee Messerchmitts Me 410 van 5./KG 51 met elkaar in botsing op de taxibaan van het vliegveld: de 420431, gevlogen door  Oblt. H. Niebler, en de 120008 met Uffz. A. Döhler als piloot. Helmut Niebler (24) en zijn radiotlegrafist Fw. Otto Recknagel (26) vonden de dood en liggen nu begraven op Ysselsteyn, graven CQ-8-189 en CQ-8-190. Döhler en zijn radiotelegrafist Uffz. H Obere hadden meer geluk: ze raakten weliswaar gewond, maar overleefden de botsing.

Op 31 mei 1944, ’s avonds om 23.34 uur, steeg vanaf vliegveld Tempsford in Engeland een Lockheed Hudson III (registratienummer V9155, call sign MA-Q) van 161 Squadron op met aan boord twee Nederlandse geheim agenten. In de buurt van vliegveld Gilze werd het toestel door Duitse Flak geraakt en het toestel stortte om 01.20 uur neer bij de Verhovenseweg in Gilze-Rijen. De vierkoppige bemanning en de twee agenten overleefden deze crash niet.

Piloot F/Lt. Warren Macaulay Hale (24) (RCAF), navigator F/O John Gall (20) (RNzAF), onderscheiden met het Distinguished Flying Cross, en radiotelegrafist F/O Arthur George Maskall (32), drager van de Distinguished Flying Medal, liggen begraven op het Canadese oorlogskerkhof in Bergen op Zoom, respectievelijk in graf 11 F 1, 10 F 11 en 7 E 12. Boordschutter F/O Michael Henry Hughes ligt op het oorlogskerkhof te Uden, graf 5 C 5 en de beide agenten, Lt. 2e klas G.J. Kuenen en Lt. 2e klas C.M. Dekkers, hebben hun laatste rustplaats gevonden respectievelijk in Beverwijk en Roosendaal.

Op 11 augustus 1944, om 04.45 uur, stortten tegelijkertijd twee Dorniers Do 217M-1 van I/KG 2 neer, een op het vliegveld en een kilometer verderop, bij de Aalstraat in Gilze. Het is aanneemlijk dat ze met elkaar in botsing zijn geraakt. Voor de bemanningen liep dit ongeluk slecht af. De piloot van het toestel dat bij de Aalstraat neerstortte, Uffz. Günter Kaiser (21) en twee van zijn bemanningsleden Uffz. Otto Lohmeyer (23) en Uffz. Walter Malbrecht (26) liggen op Ysselsteyn begraven, in een collectief graf KAM-38. Van het vierde bemanningslid Uffz. R. Emmerich is niets teruggevonden. In hetzelfde graf op Ysselsteyn ligt ook de bemanning van het andere toestel: piloot Uffz. Rudolf Rossel (22), Gfr. Erhardt Fichtner (20), Uffz. Max Poppner (23) en Uffz. Helmut Böttcher (21).

Op 20 en 25 augustus gingen opnieuw Dorniers verloren, dit keer zonder persoonlijke verliezen. Op de 20e gebeurde dat om 16.00 uur, op de 25e om 21.55 uur.

Heinkel He-111In de vroege ochtend van 31 augustus, om 05.00 uur, stortte bij de Vossenberg al brandend een Heinkel He 111 (werknummer 161771) van 8./KG 3 neer. De gehele bemanning kwam om bij deze crash: piloot Uffz. Lorenz Gruber (22), waarnemer Fw. Karl Koch (26), radiotelegrafist Uffz. Norbert Wiemers (21) en de boordschutters Uffz. Eugen Kauffeld (19) en Gfr. Egon Bahr (20) liggen begraven op Ysselsteyn, graven CQ-5-101 tot en met CQ-5-105.

Op 1 september 1944, net na middernacht om 00.15 uur, haalde een Flakbatterij bij het vliegveld met een voltreffer een overvliegende geallieerde bommenwerper neer. De Short Stirling IV (registratienummer LK131, call sign NF-T) van 138 Squadron stortte neer op het vliegveld. Het was de avond daarvoor opgestegen van vliegveld Tempsford voor een geheime operatie van SD/SOE (Special Duties Service / Special Operations Service). 

Short StirlingMet uitzondering van de boordschutter Sgt. C. Bowker, die krijgsgevangen werd genomen, kwam de hele bemanning om bij de crash. Dat waren piloot F/Lt. Alfred Jerry Wallace (RCAF), boordwerktuigkundige Sgt. Roger Francis Geoffrey Bailey (21), navigator F/O Paul Edwin McNamara (24) (RCAF), de bommenrichters F/O C.Bruce Thompson (23) (RCAF) en Sgt. George Charles Hanson (21), radiotelegrafist Sgt. Royston William Bullen (21) en boordschutter Sgt. William Allan Baxter (19). Zij liggen allemaal begraven op het rk kerkhof van Gilze, graven 9-15. Bailey, Hanson en Bullen liggen in een gezamenlijk graf.

Op 3 september 1944 werden bij een bombardement van het vliegveld om 17.15 uur vier Dorniers Do 217 van I/KG 2 aan de grond vernietigd en op 4 september ging er nog een Dornier verloren. De start van deze bommenwerper werd afgebroken en het vliegtuig ontplofte. De crew overleefde dit incident.

Republic P-47 ThunderboltOp 18 september 1944 werd de Republic P-47D (registratienummer 42-28357) van 353FG/350FS, gevlogen door Capt. J.O. Ruscitto om 14.15 uur door Flak geraakt. Ruscitto maakte met zijn Natalie-Ann II een buiklanding tussen Gilze en Riel, overleefde het en wist ook nog uit handen van de Duitsers te blijven.

Niet lang daarna wordt het vliegveld door de geallieerden in gebruik genomen onder de codenaam B.77 en zullen het voor de rest van 1944 en 1945 bijna alleen maar geallieerde vliegtuigen, meest jagers, zijn die op of in de buurt van het vliegveld neerkomen. De eerste is op 28 december 1944, als F/O J. Bowskill bij het opstijgen voor een verkenningsvlucht met zijn Mustang II (FR927) van 268 Squadron motorproblemen krijgt en om 14.20 een crashlanding maakt op het vliegveld. De piloot bleef ongedeerd.

Bronnen
Website Defensie.
Verliesregister 1939-1945.
Website Studiegroep Luchtoorlog.
Website Find a grave, begraafplaats Ysselsteyn.
Website Commonwealth War Graves Committee.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: