i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Eindhoven
Periode: 1940 - 1939
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Neergestorte vliegtuigen 1940-1945

Neergestorte vliegtuigen op en rond vliegveld Eindhoven, 1940

vertelde op 4 oktober 2018 om 16:03 uur

Op en rond het vliegveld Welschap, of Fliegerhorst Eindhoven, zoals de Luftwaffe het vliegveld noemde nadat ze het in mei 1940 in gebruik had genomen, zijn in de loop der oorlogsjaren veel militaire vliegtuigen (en mensenlevens) verloren gegaan, zowel in de Duitse periode als in de periode dat de geallieerden het vliegveld gebruikten.

Het vliegveld werd beschermd door luchtafweerschut, het werd natuurlijk ook aangevallen door de geallieerden (en later door de Duitsers), er crashten vliegtuigen die beschadigd waren en nog net de landingsbaan probeerden te halen, of er gingen andere dingen mis, zoals motorstoringen bij het opstijgen of landen. En soms kwamen vliegtuigen ook met elkaar in botsing.

De eerste piloot die op het vliegveld crashte, was Oblt. H. Schmoller-Haldy van 3./JG 54. Op 26 juni 1940 raakte zijn Messerschmitt Bf 109E-3 (werknummer 1227) na een luchtgevecht zo beschadigd, dat hij een crashlanding moest maken op zijn thuisbasis. De piloot bleef daarbij ongedeerd.

In augustus en begin september 1940 bombardeerden de Duitsers tijdens de Slag om Engeland met succes een groot aantal Britse vliegvelden, totdat Göring ineens besloot dat het grote doelwit Londen zou moeten zijn. Op 7 september vond de eerste grote aanval op de Engelse hoofdstad plaats.

Ook de in Eindhoven gestationeerde Heinkels He 111 bommenwerpers van II/KG 4 deden daaraan mee.  In de vroege ochtend van 10 september 1940 ging er vervolgens iets heel erg mis op het vliegveld. Die nacht, tussen een en half twee, waren twaalf toestellen van de Kampfgruppe opgestegen richting Londen. Even na drieën meldde het vliegtuig van Lt. H. Arnold van 4./KG 4 dat het omgekeerd was en inmiddels op de terugweg.

De officiële bronnen van de Duitse Luftwaffe spreken vervolgens van een geïsoleerde Britse bommenwerper die achter de terugkerende Heinkel aan gevlogen zou zijn en een of meer bommen en brandbommen zou hebben laten vallen op het vliegveld, dat in het donker een kort moment zichtbaar was geweest doordat de landingslichten waren ontstoken. Het resultaat was enorm: tien opgestelde reserve-Heinkels vlogen in brand (of hun bommen explodeerden).

Het toestel van Arnold landde niet, maar vloog laag (80-100 m) over de landingsbaan en is vervolgens (waarschijnlijk door de eigen luchtafweer) beschoten en geraakt. Met brandende staart vloog het een kilometer verderop tegen een (lege) kolentrein, waarbij drie van de vier bemanningsleden de dood vonden. Alleen radiotelegrafist Uffz Kaffarnik keerde met lichte verwondingen enkele uren later op de basis terug. Naar zijn oordeel was hun toestel inderdaad door Flak beschoten, maar dat vinden we in de officiële rapporten nergens meer terug.

Het ontbreken van enig bewijs dat er die nacht op dat tijdstip een Britse bommenwerper ook maar in de buurt van Eindhoven geweest zou zijn, het vinden op 10 september van enkele Duitse blindgangers (niet ontplofte bommen) in een weiland vlak langs de Fliegerhorst, het neerstorten van het toestel van Arnold (dat bovendien geen bommen meer aan boord had): het lijkt er allemaal op te wijzen dat zich hier een zeer ongelukkige samenloop van omstandigheden heeft voltrokken, waardoor een Duitse bommenwerper op het eigen vliegveld aanzienlijke schade heeft aangericht en er zelf aan onderdoor is gegaan.

De “oogst” van deze nacht: 10 Heinkels aan de grond verbrand of ontploft en 1 Heinkel gecrasht, met drie doden als gevolg: piloot Lt. Heinz Arnold, bommenrichter Gfr. A. Nowak en boordschutter Gfr. W. Hain. Ze liggen begraven op de Duitse militaire begraafplaats Ysselsteyn in Venray, graven AA-20, 21 en 22.

Oktober 1940 was ook een maand vol crashes op Eindhoven, althans de tweede helft van de maand. Op 16 oktober crashte een Junkers Ju 88A-1 van 9./KG 30 (werknummer 0170, 4D+KT) bij de landing. Op 18 oktober overkwam een Heinkel He 111P-4 (werknummer 3081) van Stab II/KG 4 iets dergelijks. De dag daarop, 19 oktober, ging het opnieuw mis met een Junkers Ju 88A-1 van 9./KG 30, nu vanwege beschadigde banden. De volgende dag, 20 oktober om 23.30 uur, moest piloot Fw. K. Schlicht zijn Junkers Ju 88C-2 (werknummer 0278, R4+*L) van 3./NJG 2 met een noodlanding aan de grond zetten. Het liep goed af voor hem en zijn bemanning, radiotelegrafist Uffz. W. Marschall en Gfr. H. Nitz. Op 22 oktober maakte opnieuw een Junkers  Ju 88A-5 (werknummer 2180, 4D+*S), nu van 8./KG 30, om 20.50 uur een noodlottige landing onder slecht zicht.

Op 25 november 1940 maakte een He 111P-4 (werknummer 3066, 5J+*M) van 4./KG 4 een noodlanding op Eindhoven die goed afliep voor de bemanning, in tegenstelling tot de crash van de Junkers Ju 88A-1 van 7./KG 30 op 5 december 1940. Die kwam infolge unfreiwilliger Bodenberührung blijkbaar zo hard neer, dat de voltallige bemanning het leven liet: piloot Uffz. J. Kreinert, waarnemer Gfr. H. Patzig, radiotelegrafist Fw. K. Pietrusky en boordwerktuigkundige Gfr. J. Waldhans liggen begraven op het Duitse kerkhof Ysselsteyn, respectievelijk graf CW-8-199, CW-8-195, CW-9-202 en CW-8-197.

Ook in de vroege nacht van 23 december 1940 vielen er doden bij het neerstorten van een Junkers Ju 88A-5 van Stab I/KG 30. Dat gebeurde bij de start van het vliegtuig om 02.00 uur. Piloot Lt E. Spörl en waarnemer Uffz E. Gieseler kwamen om, radiotelegrafist Fw K. Solldau en boordwerktuigkundige Uffz H. Heidenreich raakten weliswaar gewond, maar overleefden in ieder geval deze crash. Spörl en Gieseler liggen begraven op Ysselsteyn, graven Z-2-29 en 30.

 

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: