i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Uden
Tags:

Nieuw licht op Jochem de Wild

vertelde op 9 december 2019 om 10:43 uur

Twee jaar geleden schreef ik een bijdrage over Jochem de Wild, die in 1635 de kerk van Uden behoedde voor verwoesting door de Kroaten. Ik opperde toen dat De Wild mogelijk een militaire achtergrond had. Een toevallige vondst bevestigt deze veronderstelling.

Het was aanleiding om verder te graven en zo nieuw licht te werpen op de militaire carrière van de redder van de Udense kerk.

Het ‘verraad’ van Hendrik van den Bergh

Hoewel een zoon van de oudste zus van Willem van Oranje, had graaf Hendrik van den Bergh (1573-1638) zijn hele leven aan Spaanse zijde gestreden. Hij was opgeklommen tot stadhouder van Spaans-Gelderland (1618) en bracht het zelfs tot (tijdelijk) opperbevelhebber van het Spaanse leger in de Nederlanden (1628).

Het verlies van ’s-Hertogenbosch in 1629 werd hem echter zwaar aangerekend: in Brusselse regeringskringen groeide de twijfel aan zijn capaciteiten, inzet en loyaliteit. Graaf Hendrik voelde zich in zijn eer aangetast en keerde zich steeds meer tegen de door Spanjaarden overheerste regering, die de belangen van de Zuidelijke Nederlanden zou verkwanselen voor de ambities van het Spaanse imperium.

Graaf Hendrik van den Bergh door Abraham van Diepenbeeck (Coll. Noordbrabants Museum)

Begin 1632 voerde hij in het diepste geheim overleg met vertegenwoordigers van de Republiek. Eind mei trok het Staatse leger vanaf de Mookerheide zuidwaarts langs de Maas. Als Spaans-Gelderse stadhouder bood Van den Bergh opvallend weinig weerstand. Venlo (3 juni) en Roermond (5 juni) vielen snel, het beleg om Maastricht werd geslagen. Nu keerde graaf Hendrik zich openlijk tegen Brussel: hij riep de bevolking op tot verzet tegen de Spaanse overheersing en riep alle soldaten, uitgezonderd de Spaanse, op zich bij hem aan te sluiten.

De verhoopte opstand in de Zuidelijke Nederlanden bleef echter uit en Van den Bergh trok zich noodgedwongen terug op zijn bezittingen in het Gelderse. Wel ging hij door met het ronselen van troepen. Met patenten en geld van de Staten-Generaal had hij eind 1632 10 compagnieën ruiters en 24 compagnieën voetvolk verzameld. De status van deze troepen was aanvankelijk nogal onduidelijk: dienden ze de graaf of de Staten-Generaal? Slechte betaling door Den Haag leidde tot wangedrag en ernstige misstanden. Door andere Staatse troepen werden Van den Berghs soldaten niet voor vol aangezien. Maar mettertijd werd de situatie genormaliseerd: in de eerste helft van 1634 zwoeren alle kapiteins de eed van trouw bij de Raad van State. In november 1634 werden 13 compagnieën voetvolk afgedankt, de rest van het voetvolk en de ruiters werden verder geïntegreerd in het Staatse leger.

Kapitein Jochem de Wild

Wat dit met Jochem de Wild te maken heeft? Hij was één van de kapiteins van het voetvolk van Hendrik van den Bergh.

Uit: Staat van Oorlog 1627-1637 (BHIC, 178 Collectie Rijksarchief, inv.nr. 474)

Zoals gezegd: in de zomer van 1632 deelde graaf Van den Bergh patenten uit om troepen in zijn naam te werven. Met zo’n patent op zak begon Jochem de Wild eind juli in Ravenstein soldaten in dienst te nemen. Dit tot groot ongenoegen van de landsheer, de keurvorst van Palts-Neuburg, die dan ook in felle bewoordingen protesteerde bij Van den Bergh.

Protestbrief uit Düsseldorf aan graaf Hendrik van den Bergh, 4-8-1632 (Erfgoedcentrum Achterhoek Liemers, 0214 Huis Bergh, 669)

Of De Wild hierop het Land van Ravenstein heeft verlaten en elders verder is gegaan met zijn rekruteringsactiviteiten weten we niet. Feit is dat hij een compagnie voetknechten bijeen wist te brengen. Over de verdere wederwaardigheden daarvan is weinig bekend. Eind mei 1633 werd de compagnie ingekwartierd in Roermond. Een jaar later, op 30 mei 1634, deed Jochem der Weijlde zijn eed voor de Raad van State.

Eed voor de Raad van State, 30-5-1634 (BHIC, 178 Collectie Rijksarchief, inv.nr. 175, 241r)

In november 1634 tenslotte werd de compagnie opgeheven. Daarmee kwam een einde aan de militaire carrière van De Wild. Hij ging terug naar Uden, waar zijn militaire ervaring hem in oktober 1635 goed van pas kwam bij de verdediging van de Udense kerk tegen Kroatische plunderaars.

Wel onderhield De Wild nog steeds contact met zijn oude krijgskameraden. In mijn eerdere bijdrage vermeldde ik dat ene Cappiteijn Gijel liggende te Grave in 1638 getuige was bij de doop van Jochems zoon Corstiaen. Deze kapitein Jan Gijel / Geijl / Geijlen / Giel / Gielen voerde net als De Wild bevel over een compagnie voetvolk onder graaf Hendrik, zijn compagnie werd in november 1634 wél gecontinueerd en was in 1638 inderdaad in Grave gelegerd

Jochem de Wild vóór 1632?

De rekrutering van soldaten door Hendrik van den Bergh had vooral tot doel het Spaanse leger te verzwakken. Het is echter maar zeer de vraag of veel rekruten uit Spaanse dienst overstapten. Voor zover we weten was dat bij geen enkele kapitein het geval. Maar - het moet gezegd - het gebrek aan gegevens over de lagere officieren in het Spaanse leger kan ons hier parten spelen.

Van Joachim de Wilde weten we dat hij al vanaf 1617 gegoed was in Lith en Lithoijen, een gebied dat in die periode nog onder Zuid-Nederlandse invloed stond. Als verdediger van pastoor en kerk van Uden was hij zonder twijfel katholiek. Zijn geloofsovertuiging kan een verklaring zijn voor zijn verhuizing van Lith, dat met de verovering van ’s-Hertogenbosch in 1629 onder Staatse invloed kwam, naar Uden, waar de katholieke keurvorst van Palts-Neuburg heerste.

Dat De Wild ook voor 1632 als militair actief moet zijn geweest ligt voor de hand. In het Staatse leger, in dienst van een Duitse vorst, onder de Spaanse kroon? We weten  het niet. Maar al met al is het goed denkbaar dat Jochem de Wild vóór 1632 aan Spaanse zijde heeft gestreden als gewoon soldaat of onderofficier, wellicht onder Van den Bergh. Misschien was hij in 1632 het avontuur aangegaan uit loyaliteit aan zijn oude bevelhebber, of uit opportunisme, om kapitein te kunnen worden?

Voorlopig blijven dit echter speculaties. Wie weet brengt een nieuwe archiefvondst ooit meer verheldering.

Foto:
Abraham van Diepenbeeck, Portret van Hendrik, Graaf van den Bergh, 1620-1630. Bron: Collectie Het Noordbrabants Museum, objectnr. 15389.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (1)

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 10 december 2019 om 10:19 uur

Bijzondere vondst, Anton! Mooi hoe serendipiteit werkt, en dat het ook zo'n boeiend verhaal oplevert. De historische sensatie is bijna voelbaar!

En stiekem hoop ik dat je nog een keer een dergelijke vondst doet, zodat we nóg meer te weten komen over deze De Wild. Gewoon een kwestie van geduld (en o ja, nog veel meer onderzoek natuurlijk, maar daar weet jij alles van ;)

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: