skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Stef Uijens
Stef Uijens RA Tilburg
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Stef Uijens
Stef Uijens RA Tilburg

Nieuwkuijk en Onsenoort in vogelvlucht

Samen met Onsenoort was Nieuwkuijk ooit een leen van de prins-bisschop van Luik. In 1383 gaf de heer van Kuijk de heerlijkheid in achterleen uit aan Boudewijn Kuijst van Wijck. Tijdens de Staatse periode (1648-1795) werden Nieuwkuijk en Onsenoort van elkaar gescheiden. Nieuwkuijk kwam feitelijk in het Oisterwijkse kwartier van de Meierij te liggen, terwijl Onsenoort bij het gewest Holland kwam.

In 1795 was Nieuwkuik een Hoogstratens leengoed. Tussen 1795 en 1807 ressorteerde ook Nieuwkuijk enige tijd onder het gewest en later het departement Holland, maar in juni 1807 kwam het dorp samen met Onsenoort voorgoed terug aan Brabant. Vanaf 1811 vormden beide dorpen samen een zelfstandige gemeente. In 1935 werd die door het naburige Vlijmen geannexeerd. Geografisch hoort het kerkdorp bij de Langstraat.

Terwen beschrijft  in Schilderachtige gezichten van Nederland (verschenen in 1858)  Nieuwkuijk samen met Onsenoort. Hij vermeldt alleen dat het dorp toen 1.220 inwoners telde die overwegend van de graanteelt leefden. Verder schrijft hij dat het kasteel van Onsenoort "oud, fraai en door schoonen aanleg wandelingen omringd" is.

De bevolking van Nieuwkuijk groeide in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw gestaag. Evenals elders in de plattelandsdorpen in de streek kwam deze groei hoofdzakelijk door een fors geboorteoverschot tot stand. Daar stond een klein negatief migratiesaldo tegenover.

De Nieuwkuijkse agrariërs verbouwden vooral granen, aardappelen en andere knolgewassen. Evenals in het naburige Vlijmen werd er aanvankelijk ook een aanzienlijke hoeveelheid hop verbouwd, maar na 1900 kwam hier de klad in. De veestapel bestond vooral uit runderen. Direct rond hun woning hadden de meeste Nieuwkuijkse boeren wel wat fruitbomen met vooral appelen, peren, pruimen of kersen staan, maar van echte boomgaarden was geen sprake.

Economisch gezien behoorde het dorp eigenlijk tot de Langstraat. Ruim 37% van de beroepsbevolking was rond 1900 in de schoennijverheid werkzaam.  Door malaise in deze bedrijfstak was dat percentage in 1920 al weer fors teruggelopen tot elf procent. In dat jaar was de mandenmakerij met ruim 47,5% van de beroepsbevolking de sterkste bedrijfstak.

De ramp van Nieuwkuijk in 1880 was een van de meest ingrijpende gebeurtenissen uit de plaatselijke geschiedenis. In december van dat jaar zette een dijkdoorbraak vrijwel geheel Nieuwkuijk en een groot gedeelte van de omgeving onder water. Duizenden mensen zaten in de kou. Pas anderhalve maand later kon men een begin maken met de herstelwerkzaamheden. Niet alleen huizen waren door het kolkende water verwoest, ook voor de landbouw was de schade op lange termijn aanzienlijk. Pootaardappelen, zaaigoed en de veestapel hadden aanzienlijk te lijden gehad.

Kerkelijk was Nieuwkuijk vrijwel homogeen katholiek. Het klooster Mariënkroon, dat in 1904 vlakbij het kasteelterrein werd gevestigd, is een belangrijk religieus centrum. In 1957 werd het klooster tot abdij verheven.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Geef mij een andere som.