i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Grave
Periode: 1713 - 1724
Tags:

Noblesse Oblige

vertelde op 23 november 2018 om 15:38 uur

Noblesse Oblige is een oud Frans gezegde dat letterlijk wordt vertaald als “Adeldom verplicht”. Tegenwoordig wordt ermee bedoeld dat een vooraanstaande maatschappelijke positie bijzondere verplichtingen met zich meebrengt.

Primair wordt er vaak gedoeld op de publieke taken en verantwoordelijkheden die verbonden worden aan het rijk, beroemd en invloedrijk zijn, met name de verantwoordelijkheid om goede voorbeelden van gedrag te geven en bepaalde fatsoensnormen in acht te nemen. Maar dat ook de adel niets menselijks vreemd is, blijkt wel uit een achttiende-eeuwse akte die door notaris Hermanus Swart in Grave werd opgemaakt.

Op 9 oktober 1713 wordt een verklaring van maar liefst zes pagina’s opgesteld, waarin Freulin Louisa Reijnaert, op verzoek van ‘haer Hoogh Loffelijcke Doorlucht, De Princesse van Anhalt gebooren Gravinne van Weede, Vrijvrouwe van Balgoijen en Keent, etc., etc.,” zich uitlaat over de verhoudingen binnen het gezin van de prins en prinses van Anhalt. En er is ook behoorlijk wat mis, zoals uit het onderstaande zal blijken.

De freule vertelt namelijk dat
Hooghgemelte Princesse van Anhalt nooit den Prins haer gemael qualijck heeft bejegent offte eenige oorsaeke van jalousie gegeven, maer ter Contrarie altijt getracht in alle manieren hem te obligeren ende te voorkoomen.
Dat echter des onaengesien den Prins haer gemael haer nooijt eenigh het minste pouvoir [permissie] heeft gegeven selfs niet om een meijt te derven off te mogen aenneemen uijt haer caemer te gaen, off wel uijt een venster te mogen sien.

Dat oock verscheijde sottischen [lompheden] t’elders aen haer heeft begaen, selffs aen taeffel sittende om te eeten, allerhande grimassen gemaeckt, en verscheijde keeren haer betight dat de kneghten vriendelijck hadden aengesien, en somtijds van taeffel opstaende en weghgaende gesegt dat al weder de knechten sochte te charmeren.

De prins weet van geen ophouden, want volgens de freule heeft hij gezegd dat de prinses zelfs bij de page geslapen heeft en van hem in verwachting zou zijn, waarop de freule antwoordde dat hij dat wel beter wist, omdat hij elke nacht bij zijn gemalin slapende, dat niet kon zeggen. Den Prins echter in sijn quade gedachten en voorgeven, heeft gecontinueert, de page daerom qualijck getracteert en onder voorgeven dat het daerom was het hoff uijtgeset.

Maar het wordt nog erger als de prins doorgaat met zijn beschuldigingen. Dat de Prins van de Princesse heeft Geseght, dat intriguea hadde met knechten en savonts te bedt koomende, datter al weeder een bij haer geweest waer, en dat de Princesse antwoordende de freulin en Caemenier hem daervan contrarie te konnen verseeckeren, den Prins daar op de caemer is uitgeloopen naer beneden, voorgevende een laquaij te willen roepen om bij haer te slaepen.

Ook een prinses die zich ziek voelt kan niet op enig mededogen van de Prins rekenen.
Dat oock op sekere tijt de Princesse sieck en vol chaigrin sijnde en daerom en om geen meer andere sottisen te onderstaen niet willende aen taeffel koomen den Prins geordonneert en belet heeft, dat haer geen eeten soude gegeven worden en dat alsoo de comparante oock tweemael met de Princesse heeft moeten vasten.

Dat de Prins geen lieverdje was, blijkt wel uit het vervolg van deze verklaring: Den Prins, tegens wille vandese Princesse, haer kinderen heeft gesonden bij eene van sijne favorities [maitresses], die veel affronten [beledigingen] en tort [onrecht] daegelijcxs de Princesse quaemen aen te doen, en dat op seeckere tijtden Prins voorgevende pijn in de rugh te hebben en zijn Hoffmeester antwoordende sulcks van alle het hoeren te koomen ende Prins seggende canalie te sijn die hem dat naer geven, sijn Hoffmeester heeft geantwoort ja wel canalie, dat doet u gemalinne, die seijt dat ghij met mijn vrouw hoert.

De prinses maakt hier bezwaar tegen, waarna de prins haar gebiedt dit te herroepen off anders dat hij op een quade maniere sijn gemalinne soude tracteren. En soo sijn gemalinne sulcks niet begeerde te doen, dat alsdan haer uijt het huijs soude hebben te begeven.

Dit is voor de prinses een mooie kans om bij de prins weg te gaan, maar daarvoor heeft zij wel zijn steun nodig. Dat de Princes menighmael den Prins haer gemael heeft gebeden, haer van hem te willen laeten gaan en wat onderhout te geven om de quade tractementen niet langer te onderstaen, waerna de Prins heeft geantwoort dat sijn gemalin van hem wilde gaen, en dat hij het wel moghte lijden, maar dat sijn gelegentheijt niet was de kinderen te houden en haer daerbij haer onderhout te geven.

Ook ging het er lang niet altijd zonder geweld aan toe, want als de beide oudste kinderen uit de kamer van de prinses worden gestuurd, zegt de prins: mij dunckt datter souffletten [oorvijgen] wierden uijtgedeijlt, en ofwel de Princesse hem verseeckerde van neen, dat echter de Prins dese sijne gemalinne heeft gescholden voor een canalie, seggende ghij sult mijn kinderen niet slaen off anders sullen de souffletten u duer te staen koomen, want soo gij der geeft, soo sal der u een weer geven dat aen de muer sult rollen.

Als de prinses na deze mededeling bijna een beroerte krijgt en haast flauwvallend op een stoel neervalt, ziet de prins dit aan en reageert als volgt: de Prins ordonnerde een knecht met een bockpijp [doedelzak] daer te koomen en bedwongh de Princesse op het selfde moment met hem te danssen, niet helpende het bidden en lammenteeren van de Princesse, dat in de craem sijnde niet in staet was en daerdoor soo gealltereert [ontstelt] wierde, dat haer het bloet verre den neus uijt sprongh en sieck daervan te bedde ginck leggen, waerop den Prins weghgaende seijde hem met sijne favoriten [maitresse] te gaen diverteren [verstrooien].

Tot slot wordt de prins nogmaals gewezen op het feit dat zijn vrouw in verwachting is: Dat echter den Prins schoon menighmael gebeden wierde te bedencken dat de Princesse swaer [zwanger] was en haer seer dede altereren in sijn amportement [driftigheid].

Helaas heb ik nog niet kunnen vinden hoe dit huwelijk is afgelopen, maar dat het er in de hogere kringen lang niet altijd rustig aan toeging, lijkt met deze akte wel te worden bevestigd.

De prinses in deze akte genoemd is Everdina Jacoba Wilhelmina van Weede, geboren 9 augustus 1685 - overleden 13 februari 1724, zij was toen 38 jaar oud. Zij trouwde op 27 juni 1702 (zij was toen 16 jaar oud) met Lebrecht Von Anhalt-Bernburg (1669-1727). Zij ligt begraven in de kapel van het Capucijnenklooster “Emmaus” in Velp (Noord-Brabant)

 

 

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (1)

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 30 november 2018 om 15:33 uur

Wat een verhaal, Jos! Heel bijzonder om op deze manier een inkijkje in het leven van de adel van vroeger te krijgen. Maar ik heb intens medelijden met deze jonge prinses. Wat een verschrikkelijk leven heeft zij geleefd.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: