i

Ode aan de Brabander: de fietsende feministe Marie van Hoenselaar

vertelde op 10 april 2019 om 18:20 uur

In 'Ode aan de Brabander' maken we tijd voor alle gewone mensen die Brabant hebben gemaakt tot wat het nu is. In dit verhaal maken we kennis met Marie van Hoenselaar (1903-1994). Die in haar Chevrolet Brabant doorkruist, de eerste huishoudschool van Brabant van de grond tilt én trotse dochter is van een schaapsherder uit Den Hoek in Sint-Anthonis.

“Deze nobele figuur te vervangen, die alle vrouwelijke deugden van een hoogstaand katholiek meisje in zich vereenigt, is haast niet denkbaar.” Deze nobele figuur in het krantenberichtje uit het Boxmeers Weekblad van 1937 is Marie van Hoenselaar. Op dat moment nog directrice van de landbouwhuishoudschool in Sint-Anthonis, maar dan net benoemd tot inspectrice in het gebied van de NCB in Tilburg. “De kroon is hiermee van het hoofd gevallen van de Huishoudschool en de Boerinnenbond”, treurt de krant verder, die verder vindt dat de vlaggen halfstok moeten op de dag dat Marie voor de laatste keer de deur van de school achter haar sluit.

De toon is hiermee gezet: Marie van Hoenselaar is van ongekend belang voor deze huishoudschool. Een mooi compliment voor de enige dochter van een schaapsherder uit Westerbeek, geboren net na de eeuwwisseling, in 1903 in De Twist. Nog voordat Marie drie is, overlijdt haar moeder Marie van den Berg. Vader Toon hertrouwt met weduwe Han Kanters en het gezin verhuist naar de Sambeeksche Hoek. Ieder dubbeltje wordt opzij gelegd om de slimme Marie verder te laten studeren. Ze blijft enig kind; een zusje en broertje overlijden voor hun eerste verjaardag. Marie gaat naar de zusters Ursulinen in Posterholt en het Rollecate instituut in Deventer. Binnen de kortste keren heeft ze de papieren voor onderwijzeres en lerares ‘landbouw- en huishoudkunde’ op zak. 

‘Voedzamen boerenpot’

De Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond initieert begin jaren twintig de komst van de school – de eerste huishoudschool in Brabant - en zet ín 1929 de slagvaardige Marie aan het hoofd ervan. Een goede keuze, want de jonge lerares gaat voortvarend van start. Ze heeft dan al enkele jaren op verschillende plekken cursussen gegeven aan boerinnen, en begint vol enthousiasme aan de start van deze school. Het Boerenbondsbestuur van St. Tunnis stelt het voormalige schoollokaal in het Bondsgebouw gratis beschikbaar. Daar zorgt Marie voor een goedgevuld en strak lesrooster, waar leerlingen vanaf 15 jaar les krijgen in onder meer koken, knippen en vervaardigen van vrouwen- en kinderkleding, land- en tuinbouw, gezondheidsleer, en ‘enkele voorname punten van sociale kennis, godsdienstleer of liturgie’. In de praktijk houdt het in dat meisjes op deze school leren een ‘smakelijke en voedzamen boerenpot’ te bereiden met ‘producten van de boerderij, een huis ‘zindelijk’ te houden en hoe je zuigelingen goed verzorgd'.

(Verhaal gaat verder onder de advertentie)

advertentie uit Boxmeers Weekblad 21 juli 1934

“Niet alleen voor boerendochters zijn de lessen van belang, ook de meisjes uit andere standen kunnen er haar nut mee doen”, tekent de Echo in 1928 op uit de mond van mejuffrouw Van Hoenselaar. Lesgeld: tien gulden. “Voor hen die zulks te veel is, wordt het minder gesteld, terwijl behoeftigen gratis worden toegelaten.” Maximaal kunnen veertig meisjes per jaar op deze school worden toegelaten. Het eerste jaar melden zich er al 95 gegadigden.

Dat zij haar eigen opvoeding niet verloochent, blijkt wel uit de woorden waarmee Marie van Hoenselaar het nieuwe leerjaar opent. Zij wijst de meisjes erop dat ze zich bewust moeten zijn ‘dat vóór alles hun streven moet zijn om voor de te maken onkosten veel practische kennis op te doen. Dit kan alleen wanneer er liefde en toewijding is voor het werk en daarnaast de echte goede geest van verstandhouding.’ Wie examen doet, doet dit ten overstaan van de burgemeester en de pastoor. Mejuffrouw van Hoenselaar stelt ‘pittige vragen’ waarna besloten wordt of de leerlinge is geslaagd.

Marie op een groepsfoto. Haar plek onderstreept haar belangrijke positie: tussen de pastoor en de meester in. Rechts zit de huisarts.

In 1937 maakt Marie de overstap naar de NCB, om daar inspectrice te worden. Ze verhuist hiervoor naar Tilburg maar rijdt ook na de dood van vader Toon ieder weekend trouw naar haar stiefmoeder aan Den Hoek. Haar rijbewijs heeft ze al een aantal jaren daarvoor gehaald. Met haar Chevrolet is Marie een bezienswaardigheid in die contreien, waarin eigenlijk alleen de dokter een eigen automobiel heeft. Ze rijdt heel wat rond, van afdelingsvergaderingen tot veel huisbezoeken. Door haar persoonlijke benadering en haar vermogen echt naar mensen te luisteren, wordt ze door velen op handen gedragen. Op haar initiatief komen er excursies en buitenlandse uitstapjes voor boerenvrouwen, naar tentoonstellingen en musea. En op z'n tijd gewoon een gezellig feest. Daarbij zorgt ze ervoor dat er een blad komt, De Katholieke Boerin.

Hoewel tijdens de oorlog het werk van de NCB en Boerinnenbond officieel stil ligt, blijft Marie haar bezoeken afleggen; nu veelal per fiets. Als de Duitsers Overloon steeds dichter naderen, weet zij tientallen buurtbewoners ervan te overtuigen een veiliger heenkomen te zoeken, naar de kelder van de melkfabriek. Na de oorlog blaast zij het werk van de NCB nieuw leven in. Onder haar leiding komen er steeds meer lokale afdelingen van de grond; haar bevlogenheid werkt aanstekelijk. Persoonlijk hoogtepunt is de Internationale Landbouwtentoonstelling in Oudenbosch (1947), als Marie namens de boerinnenbond prinses Juliana mag ontvangen.

Ridder op stalen ros

In 1953 wordt zij benoemd tot nieuwe Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Vooral voor haar inzet om de Boerinnenbond na de oorlog weer op gang te brengen. “Zij was het die maandenlang per fiets alle afdelingen bezocht en nieuw leven inblies”, lezen we in de Volkskrant van 30 juni 1953. “De verbindingen in welk opzicht dan ook, konden zo slecht niet zijn of zij stapte op haar stalen ros om de afdelingsbesturen te bezoeken. Geen wonder dat zij de fietsende propagandiste werd genoemd”, tekent de Nieuwe Tilburgse Courant op.

Tien jaar later krijgt ze de pauselijke onderscheiding Pro Ecclesia et Pontifice, tijdens haar zilveren jubileum als consulente voor huishoudelijke voorlichting bij de NCB. Dan verlaat ze ook de NCB, zo meldt de Nieuwe Tilburgse Courant van 21 september 1963. Daarin staat beschreven dat Marie, consequent mejuffrouw Van Hoenselaar genoemd, zich inzet op een groot aantal terreinen. Van vrouwelijke emigranten tot de landelijke katholieke boerinnenbond, van de Unie van de Nederlandse Katholieke Vrouwenbeweging tot bestuursfuncties binnen het onderwijs. In al die functies streeft zij naar één ding: het verbeteren van de positie van de vrouw.

In 1964 gaat ze met pensioen, en pas dan trouwt ze ook: met haar jeugdliefde juwelier Tausch. Bij het zestigjarig bestaan van de KVO in 1988 krijgt ze nog de belangrijke onderscheiding van deze organisatie - de kei - alleen uitgereikt aan 'steengoede mensen'. Marie van Hoenselaar overlijdt in 1994, op 91-jarige leeftijd in Oss.

 

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (2)

Rini de Groot zei op 13 april 2019 om 15:02 uur

Marilou, na het Henricus gesticht in Lierop door Paul Huismans,
lees ik dit pracht verhaal van de gewone man/vrouw die Brabant hebben gemaakt. Er werd vroeger minachtend over het Vrouwelijke geslacht
gedacht vele stonden/staan aan het roer zoals ook hier weer,
het werd een vooruitgang op het Arme platteland!
Een verhaal dat ik bij toeval ontdekte.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 15 april 2019 om 14:56 uur

Goedemiddag Rini. Ja, wat een bijzonder vrouw moet Marie van Hoenselaar zijn geweest hè? Ik sluit me aan bij je woorden hoor!

Via deze link vind je meer 'Odes aan de Brabander', mannen en vrouwen ;)
https://www.bhic.nl/page/25/keywords=+aan+de+brabander,ode/order=latest

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 3 december 2018 om 10:52 uur

Ode aan de Brabander: Sijntje van de Wetering