skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic

Oeffeltse dienstbode verblind door goud

Maria van Mil (20), een klein meisje met zweren in haar gezicht, woont in 1876 in een huisje aan de Krolhoek in Oeffelt. Samen met haar vader en een jonger zusje. Haar moeder is drie jaar geleden overleden en haar vader is vorig jaar hertrouwd. Maria’s stiefmoeder en een 7-jarige dochter zijn ingetrokken bij het gezin.

Gouden muntstukken van 10 gulden uit 1876.

Het is geen vetpot, daar aan de Krolhoek. Vader is los arbeider, de andere kinderen gaan naar school en Maria is de enige die bijverdient. Veel is het niet. Als dienstbode bij de boerenfamilie Bruijsten in Sint Agatha krijgt ze een jaarloon van 40 gulden (iets meer dan 18 euro). In een secretaire in de woning van Bruijsten staat een doosje. Maria kent de inhoud. Die inhoud blinkt. Er liggen twaalf goudstukken in, elk 10 gulden waard.

Het is 2 januari 1876. Maria is alleen thuis in de boerderij van haar werkgever. Ze kan de verleiding niet weerstaan. De kast waarin het doosje staat, is op slot, maar Maria weet waar de sleutel ligt. Dat is ook niet zo’n heel geheime plek, de sleutel ligt onder een Mariabeeldje. Misschien heeft ze gedacht: ik ben niet voor niets naar de Moeder Gods genoemd, die heeft vast wel erbarmen met mij. Hoe dan ook, ze neemt de sleutel, opent de kast en haalt twee goudstukjes uit het doosje. Ze pakt haar zakdoek, vouwt de goudstukjes er in en laat ze verdwijnen achter een knoop. Twee van twaalf zal ze hebben gedacht, dat valt niet zo gauw op.

Maar nog geen vier dagen later staat Maria met gebogen hoofd voor haar patroon. Hendrik Bruijsten heeft zijn goudstukken geteld en kwam er twee tekort. “Ik heb ze zien liggen en heb ze opgeraapt”, schuttert Maria. “Ze lagen vóór het secretaire”, probeert ze nog. De marechaussee uit Boxmeer maakt proces verbaal op. Maria bekent de diefstal en op 3 februari is de rechtszitting bij de rechtbank in Den Bosch. Maria is er, met goedvinden van de rechtbank, niet bij.

Boer en boerin Bruijsten leggen een verklaring af en die verklaringen, samen met het proces verbaal, doen de rechters besluiten dat Maria van Mil schuldig is aan het ‘arglistig wegnemen’ van de goudstukjes. De rechtbank vindt de waarde van de buit meevallen en overweegt dat Maria niet ongunstig bekend staat. Ze kan eigenlijk tussen de twee en vijf jaar celstraf krijgen, maar de rechtbank vindt een maand genoeg. Ze krijgt echter ook de rekening van de proceskosten: 22,18 gulden. Daar moet ze langer dan een halfjaar voor werken.

Dit verhaal verscheen eerder in De Gelderlander en is geschreven door Geurt Franzen, bekijk hier zijn website.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

Doe mee en vertel jouw verhaal!