i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Oeffelt
Tags:

Onderwijs in Oeffelt

vertelde op 29 april 2009 om 12:40 uur

De eerste lagere school in Oeffelt bestaat uit één lokaaltje van acht bij nog geen zes meter. Daar moeten dan honderd kinderen een plaatsje in vinden. We hebben het dan over het begin van de negentiende eeuw. Voordat er een fatsoenlijk schoolgebouw staat, zijn we bijna honderd jaar en heel wat onderwijzers verder.

Onderwijsinspecteur Wijnbeek schrikt in 1844 van de Oeffeltse toestanden met zoveel kinderen in de kleine ruimte. Hij rapporteert hierover aan de Minister van Binnenlandse Zaken. Ook het functioneren van meester Hendrik Hendriks komt aan de orde. Hij leert de jeugd het alfabet en zet ze daarna direct aan de christelijke gebeden. De leerstof moeten de kinderen zich vervolgens zelf maar eigen maken.

Raadsleden weten al sinds 1836 dat Hendriks zijn werk niet goed doet, maar willen niet ‘onaardig’ tegen hem zijn, omdat hij geen andere middelen van bestaan heeft. Men doet een beroep op koning Willem I om financiële steun voor een ondermeester. “Hendrik Hendriks heeft ruim dertig jaar in deze gemeente onderwijs gegeven, met weinig talenten en niet veel ijver. Door zijn nu 68-jarige leeftijd neemt de kwaliteit van zijn werk nog verder af”, schrijven ze.

Met steun van Willem I komt Mathijs van der Sterren de gelederen versterken. Na enige jaren legt Hendriks zijn werk neer en gaat Van der Sterren in zijn eentje verder. Als Van der Sterren een kwart eeuw onderwijzer is, krijgt ook hij weer versterking én komt er een tweede lokaal. Dat wil zeggen: de bestaande ruimte wordt gescheiden door ‘een afsluiting van planken’.

Als in 1882 een gedeeltelijk einde komt aan kinderarbeid, worden de lokalen steeds voller. In 1883 valt het besluit dat er een nieuw schoollokaal bij moet komen, plus een overdekte speelplaats. Zodra het extra lokaal er staat, maakt Van der Sterren plaats voor Theodorus Jansen. Die voert schoolgeld in: 20 cent per maand. Twee of meer kinderen uit hetzelfde gezin krijgen korting van 10 cent en arme ouders hoeven niet te betalen.

Meester Jansen blijkt een goeie. Als blijk van buitengewone tevredenheid,geeft de raad hem in 1892 ƒ 50,- beloning. Zijn vraag om een eigen waterpomp wordt overigens terzijde geschoven, want de gemeentepomp staat vlak bij zijn huis. Dat het water vaak verontreinigd was, daaraan gaat de raad voorbij. In 1907 vertrekt Jansen naar Ottersum.

In zijn plaats komt Lambertus Driessen, die aan de basis staat van een nieuwe school. De Gezondheidscommissie bemoeit zich er ook mee. Zij raadt de leiding aan de schoollokalen tweemaal per jaar te schrobben. “En de plaats van de beerputten moet worden veranderd zodat niet door de school hoeft te worden gelopen om deze te ledigen.” In mei 1911 is de nieuwe school klaar. Met de beerput op een andere plek en kapstokken voor de kinderen. De bouw kost bijna ƒ 10.000,- en er is geen geld voor een feest. Bij de officiële opening krijgen de schoolkinderen wel ‘chocolade met broodjes’. Da’s voor de meesten al een feest op zich.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 12 januari 2012 om 16:29 uur

Juffrouw Gitsels

vertelde op 1 september 2011 om 21:37 uur

De eerste schooldag van LTS in Uden

vertelde op 25 november 2009 om 08:49 uur

De Corneliusschool