skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper Bhic

De ondraaglijke lichtheid van St. Louis (deel 1)

Ik ben van september 1950. Een 'vroege' zeiden ze. Hetzelfde overkwam mij dus ook met een plotselinge deportatie zonder overleg in oktober 1962. Op vrijdag zat ik nog leuk met de boerenjongens in de klas en zondagavond werd mijn koffertje gepakt, want moeder vertelde dat de volgende dag mijn eerste dag zou zijn op internaat Saint Louis in Oudenbosch, een instelling van de Broeders van de H. Aloysius Gonzaga.


Saint Louis in Oudenbosch, 1953

We hadden een groot huis met velen kasten zo groot als kleine kamers. Dus ze hebben even moeten zoeken waar ik was die maandagochtend. Mijn zusje verraadde mijn verstek. 'Daar zit 'ie', zei ze wijzend met schrille stem. Het is nooit meer goedgekomen tussen mij en die zus.

Ik arriveerde bij de grote, zware, eiken dubbele voordeur van het internaat. Toen die deur opensloeg walmde de geur van wierook, versleten tapijten, heiligenbeelden en de oude bruine pij van de broeder mij tegemoet. (Voor zover heiligenbeelden een reuk kunnen hebben, maar dit is dan even de dichterlijke vrijheid van de auteur. Het zijn herinneringen van 58 jaar geleden.)


Aanmeldingsfolder. Klik de afbeelding om te lezen.

De broeder was gemaakt vriendelijk en grijnsde. Ik zag nog net wat etensresten tussen zijn scheve tanden. 'Kom maar mee want ze vreten je niet op mager manneke', zij hij. De broeder pakte me resoluut met zijn zweterige hand en we liepen op de grote cour richting de linkervleugel.

Je kunt wel nagaan ik was geheel en al opgelucht... brrrrr.

Hier een chambretje met eikenhouten kleerkast en gordijn ervoor. Weer brrrr.

Het was een klein hok waar je je niet kon keren. En dan dat vieze muffe gordijn...

Moeder gaf een vluchtige kus en snelde weg en ik rook nog de vertrouwde geur van haar parfum. Ze keek nog eenmaal om vol schuldgevoel, dat ze haar kind had afgeleverd in het interneringskamp. Nou ja, dat dacht ik toen even. Soms moet je een kind opgeven. Trojka hier trojka daar.

Ik was een braaf manneke en broodmager en meestal heel lief. Tenminste dat vond ik wel zelf. Dat lieve en naïeve. Aan mij hadden ze kind. Ik was zooo lief dat ze me vaak over het hoofd zagen en me vergaten mee te nemen na een uitstapje.


Sportbroekje van Saint Louis met mijn nummer 295 ingenaaid.

Oja en er waren op het internaat nog meer neefjes uit Gilze-Rijen van tante die en die. Dus dat zou een geruststellende mededeling zijn, dachten ze. En tante Anna komt jullie over twee weken ophalen en dan tante Marie enzovoorts.

'Hee' dacht ik. Dit is een complot. Hier is al langer aan gewerkt. Ik had er niks van gemerkt want was druk met over sloten springen en kikkers vangen en vooral ook vogelnestjes uithalen. Te laat dus. Het web was gesponnen en ik zat vast. Weet nog precies hoe ik me voelde.

Verraad, miskend, geen overleg, onmondig en nog zo een paar opwellende gedachten van boosheid maar vooral ook teleurstelling.

'Kom maar manneke dan gaan we naar je klas. Er zijn ook nieuwe jongens dus we moeten allemaal wennen aan elkaar.'

Ik dacht: 'WE'. Ik ga helemaal niet mijn best doen om te wennen. Er moest een zijpad zijn tussen de gebouwen en dan een poort waar je over kon klimmen. Sluiproute. Zou ook touw moeten jatten ergens.

Ja, ik zou ontsnappen. Maar eerst nadat ik de zwakke plekken van dit fort had ontdekt. Het dak van de slaapvleugel was niet zo hoog zag ik snel. Ik was hogere daken gewend met de buurjongen uit de straat als we insluipertje gingen spelen. Wat je dan allemaal tegenkomt in slaapkamers van de buren dat wil je niet weten. Maar dat is weer een ander verhaal.


Ik ben dat jongetje op de tweede rij derde van links, met ruiten blouse. Broeder ? met de bijnaam 'Knor'.

Ik zou 's nachts dan lakens aan elkaar knopen of een tunnel graven met nog wat jongens. Ik had dat in een film gezien. Een bal zoeken en dan daar een muts op en dan wat kleren om de lakens op te vullen alsof er iemand in bed ligt. Als ze het zouden ontdekken was ik allang gevlogen.

Geen paniek dus. Overmorgen ben ik hier weg. Ik zag geen uitkijktorens en prikkeldraad dus het leek mij een makkie. Oja en ik had ook nog snel een zakmes, lamp en een kompas van mijn grote broer in mijn koffertje verstopt. Ik zou dit Alcatraz snel verlaten. Dat was al snel duidelijk.

 

Namen van medeleerlingen zijn gefingeerd. Soms is hier en daar sprake van een lichte overdrijving ter verfraaiing, maar altijd dicht bij de waarheid.

Klik hier voor het vervolg

Reacties (2)

Hendricus zei op 6 december 2020 om 07:38
Goeiemorgen Joost,
‘k Heb je rijkelijk geïllustreerde verhaal met veel glimlachen en plezier gelezen. Je vertelt lekker en houdt het luchtig en amusant. Geen treurnis! Dat komt misschien ook doordat je die tijd, als ‘rijkeluis’, tamelijk licht kon beleven... Maar vooral door jezelf! Je was lekker eigenwijs! Je verzette je.
Die paters leerden je, door hun systeem, het tegenovergestelde van wat ze wilden. Dat is jouw prestatie! Met humor samengevat in je levenslessen. Ik lees eraan af dat je er lol in hebt. Mooie site, met smaak vormgegeven.
Een leuke hobby in corona-tijd. Passend bij je leeftijd: gerijpt terugblikken.
Groeten van Hendricus, fijne zondag.
Dennis Muskens zei op 18 februari 2021 om 15:47
Mooi verhaal! Ben benieuwd naar het vervolg.

Even een klein wetenschappelijk feitje: de geuren zijn verbonden met onze vroegste herinneringen, omdat dit gedeelte van ons brein (waar geuren worden verpakt in neuronen) ook eerder in embryonale fase ontwikkeld zijn. Ze (geurherinneringen) zitten als het ware dichter tegen de 'hersenstam' aan. En dit laatste heeft weer met evolutie te maken etc.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!