skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen Bhic

Oorlogsslachtoffers in 's-Hertogenbosch: Andreas van Galen en zijn gezin

Andreas van Galen werd in 1889 geboren in een Rosmalens arbeidersgezin, als vierde in een gezin waarbinnen tussen 1885 en 1897 negen kinderen geboren werden. In 1919 kreeg hij een dienstbetrekking bij de afdeling Gemeentewerken van ’s-Hertogenbosch. Zijn functie werd ‘handlanger’ genoemd en hij begon als stratenmaker.

Andreas trouwde op 3 februari 1920 burgerlijk en op 4 februari 1920 kerkelijk met de Rosmalense boerendochter Lamberdina van der Donk, de oudste uit een gezin van 11 kinderen. Het echtpaar kreeg 4 kinderen: Betsie (1920), Riek (1922), Henk (1924) en Helma (1927). Het gezin woonde vanaf juli 1923 op De Bossche Pad 13, vanaf 1928 op Graafseweg 100, en verhuisde in 1932 naar het toen nieuwgebouwde huis Abeelenstraat 15. De Abeelenstraat was een van de aardige nieuwe straten in de Graafsewijk, onmiddellijk aansluitend op de oostrand van De Muntel.

Huwelijksfoto’s (waarschijnlijk 3 februari 1920; foto’s uit familie album)
Huwelijksfoto’s (waarschijnlijk 3 februari 1920; foto’s uit familiealbum)

Het stratenmakerswerk viel hem al snel te zwaar en hij kreeg binnen Gemeentewerken ander werk, met daarbij een heel speciale taak: dagelijks de toren van de Sint Jan, van de Antoniuskapel en van het Stadhuis beklimmen om de gewichten van de drie gemeentelijke torenuurwerken op te takelen, waardoor deze uurwerken steeds de juiste tijd aangaven. De juiste tijd werd vastgelegd met een vestzakhorloge dat op tijd werd gezet aan de hand van de stand van het enige uurwerk in de stad dat altijd de juiste tijd aangaf: het uurwerk van het spoorwegstation. [Klik hier voor een foto van Andreas met zijn vestzakhorloge]

Andreas windt het uurwerk van de St. Jan op (© Spaarnestad Photo. Bron: Erfgoed 's-Hertogenbosch)
Andreas windt het uurwerk van de St. Jan op (© Spaarnestad Photo. Bron: Erfgoed 's-Hertogenbosch)


25 Jaar gemeentedienst met het hele gezin (foto uit familie album)
25 Jaar in gemeentedienst met het hele gezin (foto uit familiealbum)


De oorkonde
De oorkonde

In augustus 1944 was hij 25 jaar in dienst bij de afdeling Gemeentewerken en dat werd feestelijk herdacht met berichtgeving in de krant, een oorkonde van het gemeentebestuur en een feest in de eigen achtertuin waarbij het hele gezin trots achter hét symbool van Andreas’ werk werd neergezet: een uurwerkplaat - met hier de wijzers op bijna 18.00 .

Op 22 oktober 1944 ging het gruwelijk mis, toen de geallieerden hun finale aanval gingen uitvoeren op ’s‑Hertogenbosch om de bezetters uit de stad te verdrijven. Andreas verliet zoals gewoonlijk het huis tegen 12.00 uur om zijn route van enkele uren te gaan maken. Nauwelijks op weg werd hij overvallen door luchtalarm en haastte zich terug naar huis. En toen voltrok zich, naar verluidt om 12.00 uur, de ramp die hem, drie van zijn kinderen en meer dan 20 buurtgenoten het leven kostte.

De vier slachtoffers (bron: familiealbum)
De vier slachtoffers (foto uit familiealbum)

Geallieerde vliegtuigen waren op weg naar het Duitse commandocentrum in het Hinthamerpark, dat was uitgerust met zwaar afweergeschut. De Typhoon van de Canadese vlieger F/O R.V. Smith werd aangeschoten en ging stuurloos naar de grond. Tijdens de gang naar beneden viel een bom uit het toestel en vernietigde Abeelenstraat 11. Door de drukgolf werden ook de twee naastgelegen panden Abeelenstraat 13 en 15 grotendeels verwoest. Op nummer 15 werden Andreas en zijn kinderen Betsie en Henk op slag gedood. Helma raakte bekneld in de puinhopen. Zij werd daar enkele uren later uit bevrijd en naar het ziekenhuis gebracht. Zij zou alsnog aan haar verwondingen bezwijken. Verdere slachtoffers vielen in de woning op nummer 13 (gezin Van Hirtum) en 11 (gezin Van Nisselrooij; en 4 evacués uit Berlicum). Tot en met nummer 3 raakten de huizen onbewoonbaar.

De verwoeste huizen Abeelenstraat 11, 13 en 15 (foto: Mej. Horsten. Bron: Erfgoed 's-Hertogenbosch, foto 0018028)
De verwoeste huizen Abeelenstraat 11, 13 en 15 (foto: Mej. Horsten; Erfgoed 's-Hertogenbosch, foto 0018028)

Het vierde kind van Van Galen, Riek, was al sinds 1942 bij familie in Sittard om daar zorg in het gezin van een tante te bieden. Haar oom trok voor zijn stoffenhandel per auto door het hele land. Zo nu en dan mocht Riek met hem meerijden om haar familie in ’s-Hertogenbosch te bezoeken. Zo was zij in augustus aanwezig bij het 25-jarig ambtsjubileum van vader Andreas.

Meteen na de ramp werden Riek en de familie bij wie ze inwoonde per telefoon ingelicht. De verbindingen over de weg tussen Sittard en ’s-Hertogenbosch waren geblokkeerd, zodat het tot na de jaarwisseling 1944/1945 duurde voordat Riek –uiteindelijk via België en Eindhoven- haar moeder als enige overlevende in ’s-Hertogenbosch kon bereiken.

De stoffelijke resten van de slachtoffers van 22 oktober werden provisorisch bijeengebracht in het plantsoen van de Abeelenstraat. Vandaar werden ze overgebracht naar het Groot Ziekengasthuis. Na hun identificatie in een later stadium werden de stoffelijke resten van Andreas en twee van zijn kinderen op 17 januari 1945 in de begraafplaats van Orthen bijgezet. Bijzetting van het derde kind (Helma) vond pas plaats in augustus 1946. Pas na het overlijden en de bijzetting van moeder Lamberdina op 1 april 1947 werd op het graf een steen gezet met daarop alle namen.

Inmiddels had op 21 november 1944 de melding van het overlijden op 22 oktober 1944 om 12 uur bij de gemeente plaatsgevonden. Lamberdina’s zus Martina heeft deze melding voor haar rekening genomen, Riek was immers nog altijd niet in ’s-Hertogenbosch teruggekeerd.

De overlijdensakten van de vier slachtoffers (bron: Erfgoed 's-Hertogenbosch)
De overlijdensakten van de vier slachtoffers (Klik voor een vergroting)


Het graf op Orthen (foto: Pieter van der Schoot)
Het graf op Orthen (foto: Pieter van der Schoot)

Zo lieten de laatste dagen van de oorlog in ’s-Hertogenbosch onvoorstelbaar verdriet bij dochter Riek en moeder Lamberdina na. Zij hadden geen woning meer en kwamen aanvankelijk te wonen in Pijnappelstraat 2 (vanaf 8 februari 1945; de straatnaam veranderde in 1977 in Van Grobbendoncklaan). Later verhuisden ze naar Graafseweg 176 – met aan de achterkant van het huis de doorgang naar de Abeelenstraat. Daar openbaarde zich al snel een aandoening bij Lamberdina waaraan zij minder dan twee jaar later zou overlijden. ‘Moeder wilde niet meer,’ zou Riek later zeggen en zij verzorgde haar tot haar dood op 27 maart 1947. Pas na de dood van moeder kwam er de rust en gelegenheid voor Riek om het familiegraf op Orthen te voorzien van een gedenksteen: een herinnering aan het oorlogsleed en de trieste jaren erna waarin moeder door ziekte werd geveld.

Na het overlijden van moeder bleef Riek alleen achter en begon met de opleiding tot kraamverzorgster. Zij trouwde in 1952 met Jacques Kitslaar (geb. 1919) - een slagerszoon die als slager-op-afroep zijn kost verdiende. Twee kinderen werden geboren in 1953 (20 maart, Diny) en 1957 (30 juli, André). Kort na de geboorte van Diny verhuisde het gezin naar de bovenwoning van de slagerij Kitslaar (Verwerstraat 86). Riek zorgde voor de vader van Jacques die daar toen nog woonde. Na zijn overlijden in 1955 konden zij in dat huis blijven wonen.

In 1963 werd Jacques ziek. Hij zou na een lange lijdensweg waaronder een verblijf in verpleeghuis Maria-oord in Rosmalen in 1965 overlijden. ‘Maar ik mocht niks vasthouden’ liet Riek uit haar mond optekenen op 17 oktober 2008 in het Brabants Dagblad ‘Het was mij niet gegund. In 1965 overleed mijn man. Toen was ik weer alleen, met twee kleine kinderen’. Twee jaar later kwam hun woning aan de Verwerstraat toe aan Jacques’ broer Wil, die de slagerij van vader had overgenomen. Riek verhuisde met de kinderen naar de Albert Verweystraat. Vandaar zou ze in 1973 verhuizen naar Verdistraat 66.

In de laatste jaren van haar leven kwam Riek in verzorging terecht: Riek is op 13 mei 2015 overleden.

Reacties (1)

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 10 februari 2021 om 11:40
Imposant verhaal, Pieter, en prachtige foto's ook. Veel dank voor het vastleggen van dit tragische relaas.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!