skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic

Oorlogszorgen op Haarendael

De inval van de Duitsers op 10 mei 1940 had voor het Groot Seminarie in Haaren zo zijn eigen gevolgen. Natuurlijk hoorde men in de vroege ochtend via de radio dat Nederland in oorlog was met Duitsland. De professoren maakten zich in eerste instantie natuurlijk zorgen over hun studenten. Maar daarnaast bleven er nóg twee problemen die om een oplossing vroegen.

De priesterstudenten werden na de mis, waarmee de dag begonnen was, en het ontbijt allemaal naar huis gestuurd. De professoren konden zich vervolgens aan twee andere zaken wijden.

Ten eerste het grote aantal gewijde hosties dat in huis was. Een logisch gevolg van zoveel priesters op een plek. De leiding van het seminarie was bang dat de Duitse barbaren de hosties zouden ontheiligen. Er zat maar één ding op om dat te voorkomen: alle hosties zelf opeten, en zo geschiedde.

Het tweede probleem dat zich aandiende was de wijnvoorraad van het Groot-Seminarie. Voortreffelijke wijnen, daar zouden de Duitsers zéker belangstelling voor hebben. Maar dat genoegen zouden de professoren de Duitsers zeker niet gunnen! Alles zelf consumeren, zoals met de hosties, was natuurlijk uitgesloten, maar wat dan?

Om de priesterstudenten van de buitenwereld te isoleren, was het seminarie omgeven met een wal en een soort slotgracht. Een ideale plek om de voorraad te verbergen. Wijnflessen waren in die tijd niet alleen van een kurk en een capsule voorzien, maar meestal ook afgesloten met lak. Zo’n onderdompeling kon dus op zich weinig kwaad. Binnen een paar uur lag de hele voorraad onder water.

Een aantal dagen later, toen duidelijk werd dat de Duitse invasie het dagelijks leven minder beïnvloedde dan men in eerste instantie gedacht had, konden de flessen weer worden opgediept.

Een van de professoren, Willem Grossouw, schreef hierover later in zijn memoires (Alles is van U): “dat de inmiddels teruggekeerde seminaristen illegaal hun graantje meepikten was niet meer dan billijk.”

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!