skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Luud de brouwer
Luud de brouwer RA Tilburg
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Luud de brouwer
Luud de brouwer RA Tilburg

Ophef in interneringskamp Vught door gestolen sokken

'Ik erken dat ik op 19 april 1945 mij bevond in de nabijheid van het door u bedoelde gebouw. Ik erken dat ik, als reden aan de ober opgaf hier te moeten wachten op mijn broer voor een onderhoud met een Engelse officier. Ik geef toe dat dit niet juist was. Ik ontken dat ik mij aan diefstal heb schuldig gemaakt.' Dit zijn de woorden van geïnterneerde Martinus Smith die verdacht werd van diefstal van een paar Canadese legersokken in het interneringskamp Vught.

Dit staat allemaal in een rapport uit het archief Gemeentepolitie Vught 1920-1994, dat door rechercheur A. Romein is opgesteld naar aanleiding van de overtreding.

Tijdens de bevrijding van Nederland stond de regering voor de vraag wat te doen met hen die met de bezetter hadden gecollaboreerd. Iedereen die samen had gewerkt met de bezetter zou berecht moeten worden. Vanuit Londen sprak koningin Wilhelmina in 1941 over de ‘landverraders’, voor wie in een bevrijd Nederland geen plaats meer zou zijn. In plaats van de gevreesde, naar willekeur uitgevoerde ‘bijltjesdag’ door de bevolking, moest er een geordende en rechtvaardige bestraffing komen. Dit was een gigantische operatie die bekend staat onder de naam ‘Bijzondere Rechtspleging’. De collaborateurs werden ondergebracht in geïmproviseerde kampen, die verspreid over Nederland speciaal voor dit doel waren ingericht of een voortzetting waren van tijdens de bezetting bestaande kampen en gevangenissen.

Alles voor een paar sokken en sigaretten?

Toen Johannus Muns op 19 april 1945 mede-geïnterneerde Martinus Smith in een gebouw zag rondhangen, vroeg hij hem wat hij daar deed. Smith zei dat hij wachtte op zijn broer omdat ze een afspraak met de Engelse officier Plinkert hadden. Muns nam genoegen met die uitleg; Smith was namelijk niet alleen; het Duitse meisje Maria Vergossen was bij hem. Maria werkte in de wasruimte en had drie paar Canadese legersokken gewassen voor Majoor Dumoulin. Het paar sokken had Maria op tafel gelegd, maar bij aankomst van Dumoulin kon hij de sokken niet vinden. Maria wist ook niet waar de sokken waren gebleven, aangezien zij de kamer voor een kort moment had verlaten. Ze vertelde wel dat geïnterneerde Smith in de buurt was geweest van de kamer. Tot grote verrassing bleken niet alleen de kousen vermist te zijn, ook een pakje sigaretten die Muns had achtergelaten was verdwenen. Doordat Smith gezien was in de buurt van de kamer, werd hij aangewezen als verdachte van diefstal.

Overtredingen door geïnterneerden

Overtredingen in het interneringskamp Vught werden gemeld en beschreven in een namenregister. Het archief Gemeentepolitie Vught beschikt dan ook over een grote hoeveelheid rapporten en processen-verbaal waarin overtredingen zijn gemeld door andere geïnterneerden of bewakingspersoneelsleden. In de rapporten en processen- verbaal werden alle gegevens omtrent een overtreding beschreven: nummer van de zaak, onderwerp/betreffende, aangever, verdachte en verbalist. De rapporten werden uitgebreid beschreven en in veel gevallen is duidelijk geworden dat zowel geïnterneerden als bewakingspersoneelslieden betrokken konden zijn bij een overtreding.

Wie zegt wat?

Rechercheur Romein rapporteert Muns’ verhaal. ‘’Muns vertelde dat er meerdere personen aanwezig waren toen de sokken vermist werden. Eén voor één heb ik ze verhoord. Ik begon met geïnterneerde Maria Vergossen.’’ Vergossen verklaarde aan Romein dat ze de drie paar sokken voor Majoor Dumoulin moest wassen en klaarleggen op zijn bureau. Toen zij de kamer wilde verlaten, kwam ze een onbekende man tegen die om een glas water vroeg. Ze zag geen kwaad en gaf een glas water. Bij terugkomst in de kamer waren de sokken verdwenen. Op dat zelfde moment kwam Majoor Dumoulin binnen. Romein schakelt zelfs een tolk in om de kwestie op te lossen. Via deze vertaler laat majoor Dumoulin weten dat het zijn sokken zijn. Dat is voor de rechercheur aanleiding voor verder onderzoek, en zie daar: de gewassen sokken komen tevoorschijn uit het hoofdkussen van Smith, samen met een pakje sigaretten. Toch blijft Smith ontkennen, en zijn uitleg luidt dat hij die spullen via een pakketje uit Nijmegen heeft gekregen.

Een vervalst doorlaatbewijs

Romein probeerde er alles aan te doen om Smith te laten bekennen, maar hij bleef ontkennen. ‘’Ik wist dat Smith schuldig was, want anders hadden we de sokken ook niet onder zijn hoofdkussen gevonden’’, aldus Romein. Naast de sokken vond Romein tijdens een fouillering bij Smith ook een vervalst doorlaatbewijs. Een doorlaatbewijs was een soort kaart dat geïnterneerden bij zich droegen waardoor ze op bepaalde terreinen in het interneringskamp mochten komen, bijvoorbeeld naar een andere barak of de keuken. Smith verrichte werkzaamheden in de tuin van het interneringskamp en had om die reden een doorlaatbewijs. Deze heeft hij echter vervalst om langer buiten de barakken te kunnen komen. Smith gaf toe dat hij het doorlaatbewijs had vervalst en werd door Romein in opdracht van Wachtmeester Luijendijk ingesloten in een strafbarak.

Hoe nu verder met Martinus Smith?

Wat echter ontbreekt binnen het archiefmateriaal is het antwoord op de rapporten, oftewel de uiteindelijke strafoplegging voor Martinus Smith. De rapporten zijn geschreven aan de kampcommandant van het interneringskamp Vught, maar er is geen archiefmateriaal aanwezig waarin het antwoord van de kampcommandant geschreven staat. Wat in sommige rapporten wel naar voren komt, is het feit dat bij overtredingen als diefstal, ontvluchting en brutaal gedrag de geïnterneerden door de verbalisant ingesloten werden in strafbarakken of strafgevangenissen. Dit was bij Martinus Smith ook het geval. Toch is het niet bekend hoelang Martinus Smith werd ingesloten in een strafbarak in het interneringskamp Vught.
Wat we hieruit wel kunnen concluderen, is dat de omgang door het bewakingspersoneel, de kampcommandant en de Interne Recherche met de geïnterneerden in deze zaak volgens de richtlijnen van het Militair Gezag goed verliep.

Mijn naam is Celeste Bouhuis en ik ben masterstudent van de opleiding Geschiedenis en Actualiteit aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Wat ik zo leuk vind aan mijn opleiding is enerzijds dat ik het heden en verleden met elkaar in verbinding kan zetten en anderzijds vind ik het doen van onderzoek ontzettend interessant.

Voor mijn masterscriptie heb ik bij het BHIC onderzoek gedaan naar het strafwaardig gedrag van geïnterneerden in het interneringskamp Vught. Hierbij heb ik onderzocht hoe door het bewakingspersoneel, de kampcommandant en de Interne Recherche in het interneringskamp Vught werd omgegaan met het strafwaardig gedrag van geïnterneerden in de periode 1944-1946.

Lees meer over het onderzoek van Celeste

 

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!